Startpagina Onderwijs

Student HoGent stoomt zich klaar voor toekomst als adviseur-landbouwer

Briek Vanaerde (21) zit in het laatste jaar van de bachelor Agro- en biotechnologie aan de Hogeschool Gent (HoGent). Met zijn bachelorproef over biestpoeder en zijn stage als landbouwadviseur, bereidt hij zich voor op de toekomst van zijn dromen.

Leestijd : 6 min

Briek Vanaerde is de zoon van vleesveehouders in Wortegem-Petegem en helpt van kindsbeen af mee op de boerderij. Zijn familie is dan ook stevig in de landbouw ingebed: 2 ooms zijn landbouwer, een andere oom is verdeler van Delaval en de grootouders van Briek waren langs beide kanten van de familie ook boeren.

Niet moeilijk dat hij voor de bacheloropleiding Agro- en biotechnologie koos om zich klaar te stomen voor zijn toekomst. “Ik zou graag later het bedrijf van mijn ouders overnemen, maar ook landbouwadviseur willen worden. Ik wil andere boeren bijstaan bij de ontwikkeling van hun bedrijf. Dat zien groeien dankzij mijn hulp, is mijn doel.”

Biestpoeder

Het ouderlijke bedrijf van Briek is een vleesveefokkerij met zo’n 150 Belgisch witblauwe runderen. Dat is ook het ras dat hij ook onder de loep neemt in zijn bachelorproef.

Briek onderzoekt daarvoor de voor- en nadelen van langer biest geven aan kalfjes. “Kalveren worden zonder immuunsysteem geboren en hebben de eerste melk van het moederdier na de worp nodig om gezond op te groeien. Biest bevat veel afweerstoffen.”

Diarree bij witblauwe kalveren zorgt niet enkel voor groeiachterstand, maar leidt ook in veel gevallen tot sterfte. “In mijn bachelorproef test ik of biestpoeder de BWB-kalveren een betere kans geeft om gezond te blijven. Ik volg 3 maanden lang de groei van de kalveren op, om te zien of biestpoeder helpt om beter te groeien en om aldus een beter rendement te bekomen.” Zoals normaal krijgen de kalveren in de proef van Briek zoveel mogelijk biest van het moederdier binnen de 24 uur. Bijkomend geeft hij ze nog een week lang extra biestpoeder bij, dat hij in de melk voor de kalveren oplost.

Op die manier wil Briek tegen mei minstens 30 kalveren verdeeld over 2 groepen opvolgen bij een vleesveehouder in de buurt. Dat is niet vanzelfsprekend door de dierziekten die Vlaanderen het voorbije jaar troffen. “Blauwtong maakt het moeilijker om genoeg kalveren te hebben voor mijn bachelorproef. De voorbije 3 weken zijn er bijvoorbeeld weinig kalveren geboren op het vleesbedrijf waar ik mee samenwerk.”

De proeven uitvoeren op het ouderlijke bedrijf is jammer genoeg geen optie. “Hier zuigen de kalfjes bij de moeder tot ze na 3 tot 6 maanden afgespeend worden, waardoor je geen controle hebt over wat ze eten en drinken. Dat zijn juist de gegevens die ik voor de proef moet kunnen opvolgen.”

Voor zijn bachelorproef volgt Briek Vanaerde  het gewicht van 30 BWB-kalveren op.
Voor zijn bachelorproef volgt Briek Vanaerde het gewicht van 30 BWB-kalveren op. - Foto: ThD

Kosten-batenanalyse

Het is nog te vroeg voor voorlopige resultaten, maar Briek verwacht wel dat biestpoeder een positief effect zal hebben op de gezondheid en groei van kalveren. Maar wanneer wordt het financieel interessant voor een vleesveehouder? “Dat is natuurlijk de hamvraag. Als een boer extra kosten moet maken om biestpoeder aan te schaffen, zonder dat hij zicht heeft of hij die kan terugverdienen, zal de veehouder minder geneigd zijn om dit in te zetten als oplossing voor het diarreeprobleem.”

Briek zal daarom een kosten-batenanalyse maken, wat een ingewikkeld vraagstuk is. Wanneer kalveren gezonder zijn door biestpoeder, bespaart een vleesveehouder bijvoorbeeld ook op medicijnen. “Het is ook steeds meer een verwachting van onze beleidsmakers dat veehouders het antibioticagebruik terugdringen.”

Een kortere groeiperiode is ook winstgevend zijn voor vleesveehouders. “Een vaars moet minstens 400 kg wegen voordat zij geïnsemineerd mag worden. Hoe sneller zij op gewicht komt, hoe sneller zij een nieuw kalf kan baren.” De groei van jongvee optimaliseren is de name of the game voor veehouders, want elke dag extra vergt onderhoudskosten. “Dat principe geldt ook voor stierkalveren. Als zij sneller klaar zijn voor de verkoop, beperk je ook de voederkost.”

Kruisbestuiving

De bachelorproef van Briek is een vruchtbare samenwerking met de bedrijfswereld. “Luc Boone van Boone BV - Denkavit stelde het onderwerp voor en begeleidt mij bij de uitvoer van de proef met zijn expertise in producten voor jonge landbouwhuisdieren”, zegt Briek.

De bachelorproeven van de richting Agro- en biotechnologie zijn wel vaker een kruisbestuiving met bedrijven in de agrovoedingssector, zegt Veronique Troch van HoGent. “Deze bedrijven zijn ook altijd welkom op de voorstelling van de resultaten van bachelorproeven op het einde van het academiejaar. Zo vloeien er elk jaar met succes verschillende studenten door naar een positie in die bedrijven.”

Stage

Bij elke keuze in zijn opleiding houdt Briek het doel om naast veehouder landbouwadviseur te worden voor ogen. “Daarom sprak een onderwerp als de voor- en nadelen van biestpoeder mij zo aan.”

“Die beroepscombinatie landbouwer-adviseur zien we wel vaker bij studenten die thuis een klein landbouwbedrijf hebben”, zegt Troch. “Ongeveer een derde van de studenten in de bachelor Agro- en biotechnologie komen van een boerenfamilie. Die bedrijven zijn heel divers: van vleesvee zoals bij Briek, naar akkerbouw, melkvee en -geiten, schapen en zelfs een varkensbedrijf in Duitsland. De leerlingen leren hierdoor veel van elkaar.”

Briek hield zijn toekomstplannen in het achterhoofd toen hij voor zijn stage bij Fyto Service DMT koos. “Ik krijg de kans om met adviseurs van zowel de plantaardige, dierlijke als de tuinbouwsector op pad te gaan. Zo wil ik zo ruim mogelijk kennis opdoen over domeinen waar ik zelf nog niet zo mee vertrouwd ben, zoals gewasbescherming.”

Tijdens de tweede stageperiode in het laatste jaar van de opleiding werken studenten agro- en biotechnologie 12 weken lang 4 dagen per week op het stagebedrijf. De vijfde dag mogen ze gebruiken om aan de bachelorproef te werken. “Studenten kunnen ervoor kiezen om stage te doen op het bedrijf waar ze voor hun bachelorproef mee samenwerken, of ze kunnen hun stage en bachelorproef op verschillende bedrijven uitvoeren”, merkt Troch op.

Briek koos er dus voor om stage te lopen bij een ander bedrijf dan datgene waarmee hij samenwerkt voor zijn bachelorproef, en dat bevalt hem erg goed. “Met de adviseurs ging ik naar de landbouwers om samen te kijken welke teelten ze dit jaar zouden zetten en hoe ze het best de gewasbescherming kunnen aanpakken. In het begin van de stage keek ik vooral mee over de schouder van de adviseurs, maar toch moedigden ze me toen al aan om actief mee te denken. Dat zorgt ervoor dat ik nu actief kan meehelpen, zoals gisteren toen we wintertarwe zijn gaan controleren op de aanwezigheid van onkruid.”

Op het ouderlijk bedrijf van Briek zuigen de kalfjes bij de moeder tot ze na 3 tot 6 maanden afgespeend worden.
Op het ouderlijk bedrijf van Briek zuigen de kalfjes bij de moeder tot ze na 3 tot 6 maanden afgespeend worden. - Foto: ThD

Fokkerij

Briek is in de toekomst van plan om het ouderlijke bedrijf over te nemen, en blijft ook tijdens zijn studies volop meedraaien. “We doen enkel aan de fokkerij van vleesvee, maar mesten de runderen niet zelf af. De stierkalveren worden verkocht op een ouderdom van 3 weken. Vaarskalveren blijven op het bedrijf als vervangingsvee. Koeien blijven op het bedrijf tot ze 3 à 4 keer gekalfd hebben.”

De HoGent-student duwt ook volop de vernieuwing op het bedrijf. “Ik heb een cursus bij het CRV gevolgd om zelf koeien kunstmatig te kunnen insemineren. Daar willen we in de toekomst meer op inzetten. Tot nu maakten we enkel gebruik van fokstieren, maar de afkalfdatum is dan soms onvoorspelbaarder, waardoor het risico op onverwachte kalving groter wordt. De overgang naar kunstmatige inseminatie is nog volop aan de gang, maar het is de bedoeling om nog maar 1 fokstier aan te houden en om voor de rest volledig met kunstmatige inseminatie te werken.”

Briek werkt dankzij zijn studie, bachelorproef en stage volop aan de toekomst van het ouderlijke bedrijf en aan zijn carrière in de landbouwsector.

Thor Deyaert

Lees ook in Onderwijs

‘Aquaponics’ als rode draad doorheen verschillende studierichtingen aan het LTI Oedelem

Onderwijs Met trots introduceert het land- en tuinbouwinstituut (LTI) een nieuw project op school: aquaponics. Dankzij de steun van de provincie West-Vlaanderen, die volop inzet op innovatief onderwijs, kreeg het LTI een unieke kans om de leerlingen kennis te laten maken met een duurzame en toekomstgerichte landbouwmethode. Dit project weerspiegelt perfect de verwevenheid van de 4 pijlers die op school worden aangeboden: landbouw, wetenschap & techniek, tuinbouw (tuinaanleg) en natuur.
Meer artikelen bekijken