Startpagina Groenten

Toekomst prei centraal op innovatiedag bij Viaverda

Op 20 september organiseerden Viaverda, REO Veiling en Agentschap Landbouw & Zeevisserij de tweejaarlijkse Prei innovatiedag op de Viaverda-site in Kruisem. De 200 deelnemers werden er geïnformeerd over boeiende thema’s, zoals de Belgische en Europese preimarkt, spuittechnieken, tripsaanpak en onkruidbestrijding.

Leestijd : 8 min

De REO Veiling mag je gerust dé preiveiling van West-Europa noemen. “Vorig jaar bedroeg de omzet in prei 40,3 miljoen euro, op een totale omzet van 239 miljoen euro. We verkochten 46,2 miljoen kg prei. Na tomaat (21,2%) is prei (16,9%) de tweede belangrijkste groente op de REO Veiling qua omzet”, maakte Remie Dewitte, commercieel directeur van de REO Veiling, het belang van prei voor de coöperatie meteen duidelijk. Ondanks een daling in zowel de aanvoer sinds 2015 als het aantal actieve preiproducenten – nog 251 in 2023 – volgt de prijs die daling gelukkig niet. De REO Veiling heeft zo’n 320 kopers, waarvan er 5 in 2023 liefst 50% van het preivolume kochten. “De vraag is dus geconcentreerd, wat impliceert dat een concentratie en coördinatie van het aanbod extra belangrijk is”, aldus Dewitte.

Nieuwe commerciële strategie prei

Remie Dewitte lichtte ook de nieuwe commerciële strategie rond prei van de REO Veiling toe. “De veilingklok blijft belangrijk voor een transparante en correcte prijsvorming voor alle producenten. We vragen telers om prei maximaal aan te bieden in de door de markt gevraagde verpakkingen. Producenten die marktvragen willen invullen – denk aan alternatieve verpakkingen – en zich extra inspannen om een uitmuntende productkwaliteit te leveren, willen we blijven belonen voor hun geleverde inspanningen. Verder moeten we ervoor zorgen dat er voor de kopers zo weinig mogelijk drempels zijn om prei in onze regie aan te kopen. En voor minder kwaliteitsvol product willen we zoeken naar een correcte afzetmarkt. Het voordeel van via een coöperatie de markt te betreden, is dat iedereen altijd werkt voor zijn aandeelhouder. Bij de REO Veiling is dat de producent.”

Partnerschap met Colruyt Group

Bij Colruyt Group is de REO Veiling met voorsprong de grootste leverancier van prei. “Zo’n 80% van het nodige volume bestellen we op voorhand om productzekerheid te hebben. De rest kopen we op de klok bij. Ook wij doen aan risicospreiding door meer dan 1 teler of leverancier vast te leggen”, vertelt Kristof Bellemans, aankoper aardappelen, groenten en fruit (AGF) bij de Belgische distributieketen. Prei vertegenwoordigt 2% van de omzet in het totale AGF-aanbod van Colruyt Group. Bellemans lichtte ook de kwaliteitseisen toe waaraan prei voor de retailer moet voldoen. “De consument verwacht het hele jaar door kwalitatieve prei in de supermarkt. Bij meer dan 10% oppervlakkige en droge defecten en schade door tripsen verwachten we dan ook dat dit gemeld wordt. En bij grotere afwijkingen, zoals meer dan 10% bruine markeringen, rot, schimmel, roest, beschadigde of verdorde bladeren weigeren we de prei.”

Colruyt staat bekend om zijn laagste prijzen. “Daarom zetten we in onze aankoopstrategie in op duurzame langetermijnrelaties, zoals met de REO Veiling, met respect voor de teler en zijn product. Verpakkingen trachten we tot het minimum te beperken, maar preiwit (bewerkt product) en bioprei (om contaminatie te vermijden) worden steeds verpakt. We gaan voor maximum Belgisch product aan de beste kwaliteit. Om de continuïteit in onze supermarkten te verzekeren, is leverzekerheid essentieel. Vandaar ook onze risicospreiding; we kunnen het ons niet permitteren om al onze prei bij slechts 1 teler af te nemen.”

België mee koploper in Europa

Ann Demeulenaere, productspecialist bij BASF|Nunhems, gaf een mooie situatieschets van het product prei in Europa, dat er op circa 22.000 ha wordt geteeld. België en Nederland vormen het hart van de preiproductie. In de andere productiegebieden treden verschuivingen op. “Zo teelt men in Zuid-Spanje wat meer prei van januari tot juni. In mei en juni is men daar sneller klaar met frisse zomerprei. In Noord-Spanje moeten telers meer beregenen en importeert men prei van augustus tot december vanuit de Benelux. In Frankrijk wordt prei vooral van mei tot juli in de regio rond Nantes geteeld. Maar dan leidt de schade door tripsen ertoe dat er van augustus tot september minder product is en verschuift de oogst vooral naar Normandië. Ook in Zuid-Duitsland wordt er de laatste jaren wat extra prei geteeld.” In heel Europa daalt het aantal telers – bij slechts 1 op de 10 bedrijven is er opvolging – maar er is een schaalvergroting en de aankoop van preiplanten steeg met 20%. “In het Verenigd Koninkrijk evolueert men van 3 naar 2 stuks prei per verpakking en wordt een deel van de zaaiprei (zo’n 600 ha) omgezet naar planttape. Nederland introduceerde als eerste Europees land maaltijdpakketten, met daarin vaak een preistronk. Nog in Nederland, Duitsland en Denemarken neemt het aandeel prei per stuk en korte prei toe. Dat vraagt extra inzet, dus is het zoeken naar uniforme rassen”, aldus Demeulenaere.

België en Nederland vormen het hart van de preiproductie.
België en Nederland vormen het hart van de preiproductie. - Foto: JVB

Innovatieve spuittechnieken

De druk om gewasbeschermingsmiddelen duurzaam te gebruiken neemt toe. In Vlaanderen is het gebruik van een driftreducerende spuittechniek met minimaal 75% driftreductie verplicht, maar vanaf 2026 stijgt die naar 90%. Om dat percentage te bereiken, kan je kiezen voor aangepaste doppen. Maar dat zijn er momenteel maar een beperkt aantal, waarbij de bedekking ook niet ideaal is. Tweede en nieuwe optie om die 90% te bereiken, is een haag of antidriftscherm rond je perceel aanleggen, gecombineerd met 50% driftreducerende techniek.

Donald Dekeyser van ILVO besprak de innovatieve spuittechnieken waarop je ook kan inzetten. “Bij luchtondersteuning is er een luchtzak op je spuitboom gemonteerd die fijne spuitdruppels diep in het gewas blaast. Daardoor krijg je een betere bedekking met hetzelfde spuitvolume. Je haalt er ook een hogere rijsnelheid mee. Tweede techniek is een sleepdoeksysteem, waarbij een scherm de wind tegenhoudt als je aan het spuiten bent. Achter dat scherm kunnen dopjes zeer dicht tegen het gewas spuiten, waardoor je bijna geen drift krijgt. Doordat je sleept over het gewas, trek je het open en kan je er dieper indringen. Derde optie is een verlaagde spuitboom. Daarbij kan je tweemaal zoveel doppen gebruiken – meestal om de 25 cm geplaatst – en kan je de spuitboom verlagen tot 30 cm boven je gewas, waardoor de afstand die de druppels moeten afleggen halveert en je minder drift hebt. Bij een bandbespuiting ga je slechts behandelen op of tussen de gewasrijen. Deze techniek moet passen bij de rijafstand van je teelt. Je kan zelfs werken met een systeem waarbij je vanop de zijkant op de rug spuit; dat zie je vooral in combinatie met schoffelmachines. Nog een evolutie is het variabel doseren op basis van een taakkaart die je uploadt of een cameradetectiesysteem. Dit kan via een automatische dopschakeling (meerdere doppen per positie die je al dan niet laat spuiten en je het volume per positie aanpast) of via pulserende doppen. Een laatste techniek is magnetisch spuiten. Daarbij stroomt de spuitvloeistof doorheen magnetische velden, waardoor ze ‘geladen’ wordt en de fysische eigenschappen ervan wijzigen. Daardoor krijg je uniformere druppels die aangetrokken worden tot het gewas. Door de lading zou je ook een betere verdeling en hechting op het gewas krijgen.”

Vanaf 2026 wordt het gebruik van een driftreducerende spuittechniek met minimaal 90% driftreductie verplicht.
Vanaf 2026 wordt het gebruik van een driftreducerende spuittechniek met minimaal 90% driftreductie verplicht. - Foto: JVB

Demo’s Amazone en Kverneland

Jeroen Huyghe van Amazone stelde de zelfrijdende veldspuit Pantera voor. De Amaselect-spuitleiding beheert individueel, en vanuit de cabine, de gekozen doppen. “Met de dophouder op 50 cm van het gewas kan je schakelen tussen de 4 doppen. Die kunnen onafhankelijk van elkaar of samen geschakeld worden. Dat geeft meerdere mogelijkheden, bijvoorbeeld het erop monteren van een 25 cm-module, waardoor je kan dopschakelen op 25 cm en die de optie Amaselect Pro of Amaselect Spot geeft.

De automatische doppenkeuze vanuit de cabine zorgt ervoor dat je kan schakelen tussen de 4 doppen. Dat geeft in bochten het voordeel dat je een zo egaal mogelijk spuitbeeld krijgt. Met de Amaselect Row spuit je op 25 cm van het gewas. Daar kan je kiezen om stroken om de 75 of 50 cm of zelfs variabel te bespuiten. Zo gebruik je minder gewasbeschermingsmiddelen. Net zoals bij aardappelen kan je op de rij spuiten of eventueel ertussen. Met de AmaSelect Spot-functie kan je met een taakkaart plaatsspecifiek op onkruiden spuiten. Een directinjectsysteem kan zowel op de getrokken UX als op de Pantera-zelfrijder worden geïnstalleerd. Met deze extra tank van 50 l die gemonteerd wordt op de spuitmachine kan plaatsspecifiek een extra gewasbeschermingsmiddel ingemengd worden in de toevoerleiding. Daardoor kan je sneller schakelen. Met het Highflow-systeem wordt er een tweede injectielijn in de spuitleiding bijgestoken. Daardoor kan je op een 33 m-spuitboom 1000 l/ha spuiten bij 7 km/u.

Kverneland demonstreerde een spuitmachine met cameratechniek en pulserende doppen.
Kverneland demonstreerde een spuitmachine met cameratechniek en pulserende doppen. - Foto: JVB

Jan Provoost van de Kverneland-groep presenteerde spotspraying op een spuitmachine met cameratechniek en pulserende doppen. “Hiermee wordt de hoeveelheid spuitvloeistof geregeld met de openingstijd van de dop. Je kan hiermee taakkaarten invoeren die per dop een verschillende afgifte geven, maar ook ‘live’ onkruid herkennen en spuiten. Je krijgt hiermee, zelfs als de snelheid van de machine toeneemt, altijd dezelfde druk en druppelgrootte. De camera’s van het merk Skai kunnen je leren om nieuwe gewassen en onkruiden te herkennen. Daardoor wordt er enkel op onkruiden gespoten, tot op 1 cm nauwkeurig.”

Bodem en bemesting

Lien De Schrijver van Viaverda lichtte de impact van bodembewerkingen op stikstofvrijstellingen in de bodem toe. Uit een proef in Wannegem bleek dat de opbrengst bij een nul- of vloeibare bemesting beduidend lager lag dan bij de referentie, terwijl de niet-kerende grondbewerking en de teelt op ruggen het even goed deed. Viaverda volgt ook 36 praktijkpercelen bij telers op. Maandelijks wordt daar de stikstofinhoud en het vochtgehalte gemeten en op het einde van de teelt ook de stikstofopname door het gewas. Via een dashboard krijg je de meest actuele cijfers over de minerale stikstofinhoud. Om de basisbemesting te verlagen en tijdens het teeltseizoen bij te bemesten volgens de noden van de plant ontwikkelde de Begeleidingsdienst voor Betere Bodem en Waterkwaliteit (B3W) een handige rekentool. Die vind je hier.

Luc De Reycke, ex-bedrijfsleider bij Viaverda, besprak het demoproject ‘KNS 2.0: Klimaatadaptatie in najaarsgroenten voor stikstofbemesting’, dat telers een duidelijk en up-to-date beeld wil geven van de evolutie van mineralisatie en opname van stikstof in prei, bloemkool en knolselder. Uiteindelijk doel van dit project is een eventuele bijbemesting op het optimale tijdstip te plannen, wat beter is voor de ontwikkeling van het gewas en voor het milieu.

Tripsen aanpakken via rassenkeuze

Een goede rassenkeuze is en blijft essentieel, onder meer om de aantasting door tripsen te kunnen beheersen. Viaverda testte diverse preirassen onder alternatieve, geïntegreerde schema’s en met behulp van biologische bestrijding. Gevoelige rassen blijken gevoelig over de diverse schema’s heen en tolerante rassen doen het goed voor elk van de schema’s. Vertegenwoordigers van zaadhuizen Rijk Zwaan, Hazera, Bejo Zaden, Novisem, Enza Zaden, BASF|Nunhems en Uniseeds stelden hun nieuwe preirassen voor en wezen daarbij op de sterke eigenschappen.

Onkruidbestrijding

Door het verdwijnen van vele waardevolle gewasbeschermingsmiddelen is ook een goede onkruidbestrijding heel belangrijk. Het percentage veldbedekking van de meest voorkomende onkruiden zoals klein kruiskruid, muur en brandnetel in proeven bij Viaverda toonde duidelijk de efficiëntie ervan aan.

Met deze schoffelbalk voor prei op geponste ruggen kan je volgens Jonas Bodyn van Viaverda (centraal op de foto) kleine onkruiden aanpakken in de ponsgaten.
Met deze schoffelbalk voor prei op geponste ruggen kan je volgens Jonas Bodyn van Viaverda (centraal op de foto) kleine onkruiden aanpakken in de ponsgaten. - Foto: JVB

Jonas Bodyn van Viaverda lichtte tot slot de voordelen van een goede chemische en mechanische onkruidbestrijding toe. “Een basisbehandeling met bodemherbiciden tot maximum 5 dagen na het planten heeft een grote meerwaarde tegen onkruiden. Maar breng ook de fytotoxiciteit van de producten in rekening. Zo mag je Challenge niet later dan 2 weken na het planten toepassen. Ook mechanische onkruidbestrijding kan een oplossing bieden, maar heeft zijn beperkingen.” Jonas gaf ook de werking van een precisiewiedeg, schoffelbalk voor prei op geponste ruggen en machine voor het aanaarden mee.

Jan Van Bavel

Lees ook in Groenten

Meer artikelen bekijken