Universiteit Antwerpen waarschuwt voor sterk afnemende biodiversiteit in graslanden
Door de klimaatverandering zullen langdurige droge of natte periodes in de toekomst steeds vaker voorkomen. En daar zullen de vele graslanden in Vlaanderen de dupe van zijn. De biodiversiteit in onze graslanden kan met liefst 75% afnemen. Tot die conclusie kwam Simon Reynaert, bioloog aan de Universiteit Antwerpen, in zijn doctoraatsonderzoek.

Wekenlange hittegolven zonder 1 enkele druppel. Of lange periodes waarbij de regen met bakken uit de hemel valt. De opwarming van de aarde zal leiden tot meer extreem en standvastig weer. “De snelle opwarming van de Noordpool zou daarvan een van de oorzaken kunnen zijn”, vertelt Simon Reynaert. “Het verschil in temperatuur met de evenaar wordt almaar kleiner. Dat heeft op zijn beurt een effect op de lage- en hogedrukgebieden in de atmosfeer. De luchtmassa’s verplaatsen zich daardoor trager over het aardoppervlak. Met andere woorden: buien blijven langer hangen, weersomstandigheden veranderen minder snel.”
Graslanden hebben groot belang
Tijdens zijn doctoraat bestudeerde Reynaert de zogenoemde ‘gematigde graslanden’. “Zowel in Vlaanderen als in de rest van de wereld beslaat dat soort vegetatie ruwweg een derde van alle landbouwgronden. Graslanden zijn dus van groot belang. Ze slaan CO2 op, houden water vast, bieden een thuis aan een biodivers ecosysteem… Ook een groot deel van ons veevoeder – hooi is gedroogd gras – wordt op zulke gronden geteeld.”
Ecosysteem op schaal
Hoe ernstig zou het effect van die extreme weersomstandigheden op graslanden zijn? Reynaert plaatste proefopstellingen met diverse grassoorten in de openlucht. Zo kon hij in een miniatuurversie van het ecosysteem de gevolgen van de klimaatverandering waarnemen. “We zagen hoe het bodemwaterpeil enorm fluctueerde. Verder merkten we dat de aanwezige voedingstoffen in de grond een groter risico liepen om weggespoeld te worden. Ook de biodiversiteit van de graslanden deelde in de klappen. Als uitzonderlijk droge en regenachtige periodes van meer dan 20 dagen elkaar afwisselden, nam het aantal inheemse plantensoorten met tot wel 75% af.”
Kreunende kruiden
De simulaties van Reynaert toonden aan dat vooral kruiden – belangrijk voor bestuivende insecten – kreunden onder de klimaatverandering. “Maar ook hooisoorten zijn slachtoffer”, aldus de wetenschapper. “In bemeste ecosystemen zou de hooiproductie kunnen terugvallen met 14%. Tot slot stelden we vast hoe de bodems minder goed water konden opnemen. Bij zulk standvastig weer merkten we al na 2 jaar een beduidend negatief effect op het waterbergend vermogen.”
Voorkomen boven genezen
Reynaert pleit ervoor om in te zetten op weerbaardere plantensoorten. “Droogteresistente soorten – zoals rietzwenkgras, kropaar of Festulolium – lijden minder onder het standvastig weer dan bijvoorbeeld Engels raaigras. Hoewel zulke soorten historisch gezien iets minder verteerbaar waren, zijn die verschillen na jaren aan kweekprogramma’s bijna verdwenen. Ze wortelen ook dieper, wat goed is voor de koolstofopslag en slagen er beter in om de bodem en het microklimaat in hun omgeving af te koelen. We doen er dus goed aan om zulke ‘weerbare’ grassen aan te planten.”
Belang van de bodemsamenstelling
Tot slot wijst Reynaert op het belang van de bodemsamenstelling in graslanden. “Een stuk grond verrijkt met organische koolstof heeft een positief effect op de waterbeschikbaarheid, aanwezigheid van voedingstoffen en voederkwaliteit. De hoeveelheid gras die er groeit, hangt dan weer af van de specifieke textuur en voorgeschiedenis van de bodem.”
Al hebben we de bodemkwaliteit voor een deel zelf in de hand. “Zo kan je basaltmeel – een natuurproduct op basis van gemalen gesteenten – met de bovenste bodemlaag mengen. Daardoor verhoog je de hoeveelheid voedingstoffen en groeit er dus ook meer gras. Een extra voordeel: het lijkt erop dat basalt de CO2-opslag in de bodem zou kunnen bevorderen. Al moet dat nog verder worden onderzocht”, besluit Reynaert.