Aan de slag met koolsoorten
Het droge voorjaar en het in sommige provincies al even droge begin van de zomer deden vermoeden dat de opbrengsten in de moestuin eerder aan de magere kant zouden zijn. Nu het oogstseizoen op volle toeren draait, blijkt het door de band genomen toch heel goed mee te vallen.

En het einde is nog niet in zicht. Op de vrijgekomen perceeltjes kunnen we nog volop aan de slag met allerlei teelten: winterui, winterprei, look, veldsla, ijsbergsla, spinazie, winterpostelein… Dankzij de wat kwakkelende zomer, af en toe een deugddoende bui en toch nog voldoende hoge temperaturen, is succes gegarandeerd. Voor sommige teelten is het nu al vrij laat. Maar zoals we weten zijn datums heel relatief als het de moestuin betreft. Als het weer meezit, steekt het niet zo nauw of we nu tien dagen vroeger of later planten en of zaaien. Dat geldt zeker voor de groenten uit de koolfamilie die we hierna bespreken: in gunstige omstandigheden groeien ze als kool en is een rijke oogst, ook laat op het seizoen, verzekerd.
Rucola
Ondanks zijn misleidende namen – notenbladsla, mosterdkruid, raketsla - en zijn gebruik - het jonge blad met zijn pittige smaak wordt gebruikt in salades – behoort Rucola of Eruca sativa tot de kruisbloemenfamilie (
Rucola groeit goed op alle grondsoorten maar heeft behoefte aan veel zon. Er wordt gezaaid op rijtjes (15 cm tussen de rij, in de rij uitdunnen op 2 cm) of breedwerpig op een klein bedje. Als op een verloren hoekje enkele plantjes laat in bloei komen, zaaien ze zichzelf uit en heb je jaarrond jonge plantjes. Om problemen met knolvoet te vermijden moet je wel regelmatig veranderen van perceeltje. Oogsten kan als het blad 8 tot 10 cm hoog is. Zorg ervoor dat het hart van de plant niet beschadigd wordt, dan kan je meermaals jonge blaadjes oogsten van dezelfde plant. Voordeel van een late zaai is dat men tijdens een zachte winter kan blijven dooroogsten tot het voorjaar.
Raapstelen, jong geoogste koolsoorten
Raapstelen zijn niets minder of meer dan jong geoogste groene koolblaadjes. Door de kolen vroeg in het voorjaar te zaaien onder koud glas (februari) of gewoon in de volle grond (vanaf maart) kan men al zeer vroeg in het voorjaar genieten van jonge, vers geoogste groentjes die heel lekker zijn in een frisse voorjaarssalade of verwerkt in een stoemp. Traditioneel zijn raapstelen dus een typische voorjaarsteelt maar door de korte teeltduur is het ook een ideaal gewas om in het najaar (tot eind augustus) te zaaien op de dan al vrijgekomen perceeltjes, waarbij er nog ruim voor de eerste vorst kan worden geoogst.
De smaak varieert al naargelang de gezaaide koolsoort van mild tot pikant. Raapstelen zijn dus geen groentesoort op zich maar zaailingen van specifieke rassen van raapjes en Chinese kool, die in de handel te koop zijn onder verschillende benamingen zoals: Gewone Groene (zaad van meiraapjes), Gele Malse (zaad van Chinese kool), Blauwe Groninger (ook snijmoes of bladkool genoemd, zaad van koolzaad), Namenia (ook bladmoes genoemd, zaad van koolzaad).
Vooral Gele Malse en Namenia lenen zich voor de late teelt. Raapstelen stellen niet al te veel eisen aan de bodem maar doen het best op een rijke, goed gevoede bodem die voldoende vochthoudend is. Zaai breedwerpig (uitdunnen is niet nodig) of op rijtjes (15 cm tussen de rijen, 1 cm in de rij). Van zodra de plantjes 10 tot 15 cm hoog zijn kan je de blaadjes net boven de grond afsnijden. Na een paar weken kan je dan nog een tweede keer oogsten.
Paksoi
Rapen
Knolvoet