Die nabijheid van het buitenland geldt uiteraard nog meer voor de producten die het erf verlaten, zeker in het exportgerichte Vlaanderen. Volgens Antwerps gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé heeft het Antwerpse agrocomplex het efficiëntste ondernemingsmodel. Dit is volgens de gedeputeerde minstens ten dele toe te schrijven aan de nabijheid van een grote haven die de export en import van grondstoffen bevordert (p. 10).
Een intense relatie met het buitenland houdt echter ook een afhankelijkheid in. Europees Commissaris voor landbouw Phil Hogan wist in een dialoog met boeren en burgers in Wuustwezel te vertellen dat Vlaanderen na Ierland en samen met de Nederland het meeste last gaat krijgen van de Brexit. De Brexit kan de Vlaamse landbouwer twee keer raken: in eerste instantie bij het wegvallen van een netto-betaler aan de Europese (landbouw)begroting en dus een tweede keer als minder toegankelijke afzetmarkt.
Verder had de EU-commissaris het ook nog over de onderhandelingen met Mercosur. “De landbouw is nooit als pasmunt gebruikt, en zal dat ook niet worden”, zo probeerde hij de ongerustheid te sussen. Eerder had ook de Vlaamse EU-commissaris Marianne Thyssen tijdens de Agridagen al op potentiële voordelen gewezen.
De ervaring leert echter dat boeren de bluts met de buil moeten nemen. Het enthousiasme van de suikerbietenindustrie in uitbreiding na de liberalisering leidt nu tot erg lage suikerprijzen (p.9). Vlaamse boeren kunnen profiteren van vrijhandel, akkoord, maar we moeten erover waken dat het niet vooral de handel is die profiteert van Vlaamse boeren.