Succesvol druiven kweken: van planten tot plukken
Grof geschat zijn er wereldwijd minstens 17.000 druivenrassen gekend en komen er jaarlijks nog vele tientallen bij. In onze streken waar de druiven door het koelere klimaat later uitlopen en daardoor minder tijd hebben om te groeien, te bloeien en af te rijpen, kunnen we slechts een beperkt aantal rassen met succes, lees met lekkere, zoete vruchten, kweken.

De druif heeft van alle in België geteelde fruitsoorten de grootste behoefte aan warmte, niet omdat hij niet wintervast is, wel om zijn vruchten voldoende te laten uitrijpen. Hij heeft dus absoluut een warme en zonnige standplaats nodig en dit liefst op een luchtige plek (maar geen afkoelende noordenwinden) om het gewas vlug 'droog te blazen' zodat de grauwe schimmel, de vaakst voorkomende plaag op druiven, en andere schimmels minder kans hebben om zich te ontwikkelen. Een muur op het zuiden is ideaal, ook een pergola op een zonnige plaats in de tuin biedt mogelijkheden. Houdt de grond onder de struik open, de zwarte grond neemt overdag zonnewarmte op en geeft die s' avonds langzaam terug vrij en daar kan de druivenstruik dan van profiteren.
Druivelaars geven de voorkeur aan kalkrijke, kleiachtige gronden maar doen het ook goed op humushoudende zandgronden. Zeer zware kleigronden en natte gronden zijn minder geschikt. Je kan de grond meer geschikt maken door aan lichte gronden humus toe te voegen en aan zware gronden scherp zand of grind toe te voegen. Maak het plantgat voldoende ruim en maak de bodem voldoende diep los (tot minstens 50 cm diep) en werk eventueel wat fijn gemaakt bouwpuin doorheen de plantput. Dit afvalmateriaal bevat heel wat kalk en mineralen, die in de loop der jaren langzaam zullen worden vrijgegeven aan de druivelaar. Plant druivelaars die tegen een muur moeten groeien ongeveer 30 cm weg van de muur zodat de plant voldoende kan uitwortelen en vocht kan opnemen.
Aangezien de meeste druivenrassen forse groeiers zijn, is een jaarlijkse snoeibeurt nodig om een goede opbrengst te verzekeren. Op die manier kan de grootte en de vorm van de wijnstok binnen de perken gehouden worden, komt er energie vrij voor de vorming van vruchten, die anders grotendeels naar de groei van nieuwe scheuten en bladeren gaat. Druiven groeien op eenjarige, jonge scheuten. Afhankelijk van de gewenste vorm van de struik (langs een draadgeraamte, op een pergola…) kweekt men een aantal gesteltakken waaraan in de volgende jaren talrijke zijloten (vruchthout) ontstaan.
In de daaropvolgende jaren moet men iedere winter (december – februari) de zijtakken die op deze gesteltakken groeien terugsnoeien tot op twee à drie knoppen. Uit deze knoppen ontstaan dan de ranken waaraan de druiventrossen groeien. Oude en zieke takken mogen teruggesnoeid worden tot tegen de gesteltak. Op deze plaatsen ontstaan uit slapende ogen dan nieuwe zijtakken die we het jaar nadien ook insnoeien op twee à drie ogen.
Voor een goede oogst (mooi gevormde trossen met grote bessen) is ook de zomersnoei zeer belangrijk. Uit de twee à drie ogen die we in het voorjaar lieten staan op de zijtakken zijn dan nieuwe scheuten ontstaan. In mei - begin juli worden de zwakste scheuten met de kleinste trossen verwijderd. Eind juni - begin juli worden de vruchtdragende scheuten ingekort tot twee à vier bladeren boven de jonge vruchttros en worden de wilde loten, die uit de bladoksels zijn ontstaan, ingenomen tot op één blad (vergelijkbaar met 'dieven' bij tomatenplanten). Dit moet worden herhaald zolang er zijscheuten gevormd worden.
Vaak treffen we in onze tuinen nog de oude rassen aan (‘Boskoop Glory’, ‘Vroege van der Laan'...) die jarenlang het best waren aangepast aan ons klimaat en vrij goed bestand waren tegen schimmels. De laatste jaren zien we echter dat ze steeds vaker aangetast worden door schimmels (verzwakking van het ras?, opwarmend klimaat?...). Gelukkig zijn er heel wat nieuwe rassen op de markt die ook bij ons smakelijke eetdruiven, de zogenoemde tafeldruiven, opleveren. Hierna een beperkt overzicht van een aantal goede rassen die vanaf september weer te koop zijn in de tuincentra.