Startpagina Actueel

Stefaan Logghe, na zijn arbeidsongeval: “Ik wil collega’s wijzen op de vele gevaren”

Vrijdag 19 juli 2024 staat in de agenda van Stefaan Logghe gebrandmerkt als een noodlottige dag. Door een arbeidsongeval verloor hij die nacht in een fractie van tijd 4 vingers van zijn rechterhand. Met zijn getuigenis roept hij op tot meer aandacht voor veiligheid en preventie in de sector.

Leestijd : 10 min

Wanneer we, goed 3 maanden na zijn accident, Stefaan opzoeken, heeft hij zelfs geen verband meer rond zijn hand. Hij revalideerde de voorbije weken gelukkig goed. Wel heeft hij nog veelvuldige revalidatiemomenten bij de kinesist.

Extra stress

Stefaan Logghe combineert melkveehouderij met varkenshouderij en een mestverwerkingsinstallatie. “Ik nam in 2000 het ouderlijke bedrijf over. Op onze thuislocatie in Gistel houden we 120 koeien en jongvee. De 5.000 vleesvarkens zitten op 3 locaties.” Stefaan startte in 2007 ook met een mestverwerkingsinstallatie. De akkerbouwtak is gericht op ruwvoederwinning.

“Op onze thuislocaties konden we de varkenstak niet uitbreiden. We groeiden door op 2 andere locaties varkensstallen over te nemen. Op 1 locatie heb ik een vaste medewerker in dienst. De andere stal in Jabbeke, zo’n 15 km van hier, volg ik zelf op. Wanneer je dieren op een ander locatie hebt staan, vergt dat toch wat extra inspanningen”, vertelt Stefaan. “Het zijn dan wel moderne emissiearme stallen, maar je moet er toch minimaal dagelijks de dieren gaan controleren.”

Vandaag de dag zijn gelukkig heel wat (belangrijke) installaties en apparaten uitgerust met alarmsystemen, bijvoorbeeld de melkrobots, maar ook de ventilatie- en voedersystemen in alle stallen. “Elk alarm loopt via mijn gsm binnen. Dat is natuurlijk prima en zelfs noodzakelijk, maar eerlijk gezegd bezorgt het mij ook extra stress. Ik krijg immers ook ‘s nachts alarmmeldingen, die al dan niet dringend zijn. Is het niet dringend, dan is mijn nachtrust verstoord, is het wél dringend, dan moet ik zéker mijn bed uit om op zijn minst een check te doen van de storing.”

Nachtelijk alarm

En dat gebeurde ook die bewuste nacht. Op vrijdag 19 juli werd Stefaan om 3.30 uur gewekt door een alarm op zijn gsm. “Het meldde een netstoring in de varkensstal in Jabbeke. Wanneer de ventilatie uitvalt bij de varkens is het menens. Dan moet je binnen het uur ter plaatse zijn, want de dieren krijgen geen verse lucht meer. Het toeval wilde dat het de dag voordien – op 18 juli – de eerste echte warme zomerdag was geweest. De ventilatie had dus hard gedraaid in de varkensstallen, een reden waarom ik zéker moest gaan controleren.”

Deze varkensstallen zijn uitgerust met een centraal afzuigsysteem. De ‘vuile’ lucht van de compartimenten wordt naar het centrale kanaal boven de werkgang gezogen. De luchtstroom wordt vervolgens aan het uiteinde van het luchtkanaal met behulp van 4 ventilatoren door de chemische luchtwasser ‘geduwd’. De ammoniak en fijnstof worden letterlijk uit de lucht gewassen met aangezuurd water. De gezuiverde stallucht vindt zijn weg naar buiten.

Lastige ventilatiestoring

“Toen ik aankwam, merkte ik onmiddellijk dat er een probleem was in het centrale afzuigkanaal”, vervolgt Stefaan zijn verhaal. “De onderdruk was weggevallen. Vermoedelijk was er dus een ventilator uitgevallen. En wanneer er eentje uitvalt, is de hele ventilatie verstoord.”

Stefaan is het gewoon om in het kanaal te gaan kijken. “Ik doe er dagelijks een controleronde en zo’n alarm gebeurt nog wel eens.” Via een ladder kwam hij in het midden van het kanaal uit. Aan het uiteinde, van daaruit zo’n 35 m verder, zitten de ventilatoren. “Zo’n kanaal is heel donker, want verlichting wordt in zo’n stoffige omgeving afgeraden. Het zou aanleiding tot brand kunnen geven. Ik gebruik er meestal enkel een zaklamp.”

Stefaan stelde vast dat de derde ventilator in panne lag. “Bij ons staan de 4 ventilatoren – die elk 1 m op 1 m meten – naast elkaar gemonteerd. Ik probeerde in eerste instantie de motor te herstarten via het technische kastje dat op zo’n meter van de ventilatoren hangt. Nu vind ik dat dit ook wel erg dicht bij de draaiende ventilatoren hangt, maar technisch is dit wel een goede plaats om de motorbeveiliging correct te laten werken.”

De herstart mislukte. “Ik vermoedde dat de motor verbrand was, want ook dat gebeurde al wel eens eerder. Om ‘valse’ ventilatielucht te vermijden, plaatste ik een isolatieplaat voor de uitgevallen ventilator. De verstoring wordt op die manier enigszins gemaskeerd. Het is slechts een tijdelijke oplossing, maar de herstelling kan zo wel wachten tot de volgende ochtend. De storing gebeurde immers in het holst van de nacht.” Stefaan ging dus terug naar beneden, maar al snel ging het alarm opnieuw af wegens onderdruk. “Ik dacht dat de isolatieplaat was omgevallen, maar toen ik terug aan de ventilatoren kwam, merkte ik dat nu ook de vierde ventilator stillag.” Op de bescherming van de koelwaaier, die zorgt voor de afkoeling van de ventilator, merkte ik een stoflaag. Ik veegde het stof weg met mijn hand in de hoop dat die motor terug zou koelen. En dat werkte, de vierde ventilator herstartte.”

De bewuste ventilatoren op het einde van het ventilatiekanaal. Eerst viel de derde stil (rechts), vervolgens de vierde (links).
De bewuste ventilatoren op het einde van het ventilatiekanaal. Eerst viel de derde stil (rechts), vervolgens de vierde (links). - Foto: SL

In een fractie van een seconde…

Nadien liep het mis. Stefaan wilde nog even checken of de motor (te) warm had, maar… de zuigkracht van de ventilator verraste hem. “Mijn rechterhand werd in een fractie van een seconde tussen de inox schoepen van de ventilator gezogen. Vreemd genoeg had ik geen pijn. Ik had ‘iets’ gevoeld, maar het leek niets dramatisch… tot ik mijn hand bekeek. Hoewel ik daar in het schemerdonker stond, zag ik een hallucinant beeld: mijn duim, ring-, wijs- en ringvinger waren weg! Het was échte horror, zoals je enkel in een film ziet.”

Stefaan raakte waarschijnlijk puur op adrenaline naar de begane grond. “Ik wilde zo snel mogelijk uit dat kanaal raken. Ik moest verse lucht hebben. Bovendien is er daarboven geen belbereik. Ik moest dus wel naar beneden.” Stefaan realiseerde zich dat hij iemand moest bellen. “Ik koos ervoor om het noodnummer 112 te gebruiken, want op die manier kom men me ook traceren indien ik het bewustzijn zou verliezen.” Stefaans auto stond nog met draaiende motor aan de stal. “Meestal duurt zo’n alarm oplossen immers maar even. In het licht van de wagen, probeerde ik het noodnummer te bellen. Maar… ik kon mijn gsm natuurlijk moeilijk bedienen met mijn trillende linkerhand. Ik was zó blij om uiteindelijk iemand van de hulpdiensten te horen. Intussen was het 4.10 uur. Het lijkt ongelooflijk, maar ik heb die persoon de hele situatie nog duidelijk kunnen uitleggen. Ik was in een soort overlevingsmodus vermoed ik. Ik vermeed wel om naar mijn rechterhand te kijken en eigenlijk was de pijn op dat moment nog zeker draaglijk.”

Proberen bij bewustzijn te blijven

Stefaan kan nog heel gedetailleerd het verloop vertellen. Wel had hij moeite om bij bewustzijn te blijven. “De oproep duurde zo’n 4 minuten, en na 9 minuten waren de hulpdiensten die van het AZ Brugge naar Jabbeke moesten komen, er al.” In tussentijd trachtte Stefaan op advies van de hulpdiensten zijn broer Johan en medewerker Bogdan te bellen. Het was immers belangrijk dat er zo snel mogelijk naar de afgerukte vingers werd gezocht. Het lukte Stefaan echter niet om opnieuw zijn gsm te gebruiken. Gelukkig belden de spoeddiensten hem terug op om te polsen hoe het hem verging. “Ze adviseerden me om mijn gehavende hand omhoog te houden en rustig te blijven ademhalen. En dat werkte wonderwel. Ik kon Johan en Bogdan om 4.17 uur bereiken. Hun hulp was nodig, want zij kennen het bedrijf natuurlijk. Ze waren er snel en samen met de ambulancier hebben ze 1 vinger gevonden. Die vinger bleek mijn duim te zijn.” De duim werd vacuüm verpakt en gekoeld om de slaagkansen om hem te recupereren te maximaliseren. Om 4.40 uur reden ze naar het ziekenhuis. De pijn werd intussen ondraaglijk voor Stefaan.

Grijpfunctie herstellen

Om 5.30 uur werd Stefaan wakker in het operatiekwartier van AZ Brugge. Er volgende een gesprek met professor dokter Stockmans, die de operatie ging uitvoeren. “De professor begreep onmiddellijk het belang van mijn handen – en de grijpfunctie – bij mijn beroep. Hij stelde me 2 scenario’s voor: mijn afgerukte duim reïmplanteren of, als dit niet lukte, mijn dikke teen amputeren en deze implanteren op de plaats van mijn duim. Voor mij maakte het niet uit, ik wilde vooral die grijpfunctie terug.”

Op dat moment was het thuisfront – Stefaans partner Katrien en de 4 kinderen Louis (19), Sophie (17), Astrid ( 13) en Eduard (4) – nog steeds niet op de hoogte van het ongeval. “Zij konden toch niet helpen. Het had dus geen zin om hun nachtrust te onderbreken.” In overleg met de chirurg deed Stefaan nog voor de operatie – het was intussen 6 uur – enkele noodzakelijke telefoontjes. “Op een landbouwbedrijf gaan de activiteiten steeds door hé. Ik heb toen ook Katrien aan de lijn gehad. Mijn broer had haar intussen geïnformeerd.

Gelukkig hielp Louis me thuis al veel. Hij volgt landbouwonderwijs (7TL melkvee) in Roeselare. Hij nam de verantwoordelijkheid over het melkveegedeelte op zich. Onze medewerker Bogdan zou op het moment van het ongeval eigenlijk net op vakantie vertrekken naar zijn thuisland Roemenië. Ik vroeg hem te blijven om de varkenstak te beredderen, en dat deed hij ook. Ik ben beiden dan ook erg dankbaar.”

Gespecialiseerd handcentrum

Het duurde 8 uur om de duim te reconstrueren. Stefaan werd 12 uur na de start van de operatie wakker. “Het eerste wat ik deed, was naar mijn hand kijken. Mijn ‘duim’ stond er. Het was een wauw-effect voor mij.” Gezien de ernst van het voorval in een vuile omgeving waren er veel twijfels over de slaagkansen van de ingreep. De eerste 48 uur waren cruciaal. “Na 24 uur waren er eerste positieve signalen. Er bleken geen afstotingsverschijnselen, en dat was een goed teken.”

De 3 andere vingers konden niet hersteld worden. De stompen van de ring- en middenvinger werden wat verlengd en net boven het eerste vingerkootje gehecht. Voor een betere revalidatie werden die 2 vingers tijdelijk aan elkaar genaaid. De wijsvinger was helemaal verloren. Stefaans pink bleek ‘enkel’ gebroken op verschillende plaatsen.

Stefaans gehavende hand: de duim werd tijdens een lange operatie gereconstrueerd, de 3 middelste vingers waren quasi verloren.
Stefaans gehavende hand: de duim werd tijdens een lange operatie gereconstrueerd, de 3 middelste vingers waren quasi verloren. - Foto: SL

Stefaan bleef nog 6 dagen op intensieve zorgen en 12 dagen in het ziekenhuis. Dat Stefaan in AZ Brugge terechtkwam, bleek naderhand een meevaller. Daar is er immers een gespecialiseerde handcentrum met bijhorend revalidatiecentrum. “Vanuit Gistel zou men mij in eerste instantie naar Oostende gebracht hebben.” Er volgden nog 2 maanden met dagelijkse wondverzorging in het ziekenhuis. Gelukkig infecteerden Stefaans wonden niet. Sindsdien volgden ook bijna dagelijkse revalidatiesessies bij de kinesist.

Stefaans rechterhand is – eind oktober – al verbazend goed hersteld. Hij toont hoe hij bijna met zijn duim tot aan zijn (kromme) pink raakt. “Wat weg is, komt natuurlijk nooit meer terug. Mijn duim is bovenaan ook nog gevoelloos, maar dat zou nog verbeteren. Ik kan elke dag wat meer, maar mijn fijne motoriek is verdwenen. Voor veel zaken heb je echt 2 handen nodig. Mijn linkerhand neemt gedeeltelijk wat taken over, maar schrijven en typen zijn moeilijk. Gelukkig heb ik mijn pink nog.”

Mentaal zit Stefaan niet in zak en as. “Ik bekijk de revalidatie en elke vooruitgang positief. Ik heb wel moeten leren om hulp te zoeken. Ook ’s nachts, want die alarmsignalen komen nog steeds natuurlijk.”

Collega’s waarschuwen

“In het revalidatiecentrum zie je pas in welke sectoren de meeste werkongevallen gebeuren”, vertelt Stefaan. “De schrijnwerkerij, visserij en ja… ook de landbouwsector staan hoog in het lijstje. Vooral uit de groente-industrie en loonwerkers zag ik heel wat lotgenoten.”

Stefaan verwijst naar het RULA-magazine over ongevalpreventie dat onze redactie in oktober 2021 maakte. “Jullie lieten toen Patrick Cobbaert aan het woord. Hij werkte bij zijn vader, die loonwerker was, en verloor bij werkzaamheden op ons landbouwbedrijf zijn rechterhand. Ik ken Patrick goed. Hij heeft me meermaals gewaarschuwd voor de vele gevaren op een landbouwbedrijf en heeft me op het hart gedrukt om voorzichtig te zijn.”

Vandaag wil Stefaan ook zelf collega’s waarschuwen. Tijdens zijn revalidatie las hij op de website van Prevent Agri (www.preventagri.be) de oproep om een arbeidsongeval te melden. De ervaring van slachtoffers kan de organisatie immers helpen om anderen voor te lichten over gevaarlijke situaties. “Ik heb daar niet over getwijfeld, ik wilde mijn verhaal doen. Hoe meer ik er over nadenk en rondkijk, hoe meer gevaarlijke situaties ik immers opmerk. Ik ben veel alerter voor allerlei gevaren.

In verband met mijn eigen situatie denk ik bijvoorbeeld onmiddellijk aan het ontbreken van een beschermkap rond die ventilatoren. Wanneer je in huis een kleine ventilator gebruikt, is er een beschermende kooi rond de schoepen. Rond die veel grotere scherpe schoepen van de ventilatoren in onze stal zit… niets.”

Onvoldoende aandacht voor gevaar

Stefaan vindt dat de vele controle-instanties van allerlei handhavingsdiensten die – al dan niet aangekondigd – op een landbouwbedrijf komen aankloppen, verzaken aan een belangrijke taak. “Ze hebben toch een verplichting om te wijzen op onveilige werksituaties!” Daarnaast ziet hij een belangrijke taak weggelegd voor het (landbouw)onderwijs. “Ze maken van hun studenten vakidioten, terwijl veiligheid amper aan bod komt.”

Stefaan kijkt ook naar de hele sector: “Veiligheid, zeg maar eigen welzijn, leeft niet bij de landbouwers. Zo ging ik naar een opleiding over brandpreventie en veiligheid op landbouwbedrijven, maar er daagden maar 3 geïnteresseerden op. De stress in de land- en tuinbouwsector loopt alsmaar op. Iedereen geeft elke dag het beste van zichzelf om onder alle omstandigheden zijn bedrijf draaiende te houden. Machines worden groter en ingewikkelder, we werken met gevaarlijke producten – onder meer zwavelzuur in onze luchtwasser – en weinigen liggen wakker van veiligheid…”

Voor Stefaan zou een opleiding ‘veiligheid en preventie’ gerust verplicht mogen zijn, met een verplichte herhaling. Ook een externe audit hierop vindt hij een goed idee. “Voor zaken als IKM of BePork vinden we dat wel oké, maar voor onze eigen veiligheid doen we dit niet. Ook wanneer je personeel in dienst hebt, is veiligheid heel erg belangrijk. Je bent als werkgever immers persoonlijk verant-woordelijk voor je werknemer(s). Bovendien krijgen we ook heel wat erfbetreders over de vloer en op veel bedrijven helpen de kinderen mee. Dat is toch iets om over na te denken, niet?

Ik denk dus: overheid, investeer in die boer! Van mij mag men gerust een of andere financiële steun verbinden aan een gepaste veiligheidsopleiding of aan bijvoorbeeld een audit.”

Anne Vandenbosch

 

Sectororganisatie Prevent Agri zet volop in op preventie. Geïnteresseerd in een gratis screening (veiligheidsaudit en/of ergonomiescan) op jouw bedrijf of in individuele begeleiding op maat van je bedrijf? Surf dan zeker naar www.preventagri.vlaanderen . Check ook de nieuwe OiRA-tool.

Lees ook in Actueel

Fendt herstructureert zijn full-line programma

Bedrijfsnieuws Het Fendt Full-Line-programma is al jaren een onderdeel van de Fendt-strategie, met als doel om landbouwers een allesomvattend gamma van één fabrikant te bieden. Om beter aan de huidige behoefte en marktomstandigheden te voldoen, transformeren ze nu dit bestaand bedrijfsmodel naar partnerschappen.
Meer artikelen bekijken