Elke ziekte is maatwerk
Voor elke overdraagbare ziekte bij vee moet een oplossing op maat bedacht worden. Vaccineren zal misschien vaak een deel van de oplossing zijn, maar preventie zoals een goede bioveiligheid zullen zeker ook nodig zijn. Tot dat besluit komt Wouter van Mol, regiodierenarts Herkauwers voor West-Vlaanderen bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ).

Heel wat rundveehouders zeggen – afgaand op hun buikgevoel – dat de impact van blauwtong serotype 3 het voorbije jaar een grotere impact had dan de blauwtonguitbraak van 2007. Meer dieren zouden besmet zijn en er zouden er meer gestorven zijn aan BTV3.
“Het is nog te vroeg om de 2 uitbraken te gaan vergelijken. We hebben nog niet alle cijfers van het hele jaar. We zouden de sterftegevallen kunnen vergelijken, maar dan moet je er ook rekening mee houden dat de situaties anders zijn. Misschien is de de economische situatie anders dan in 2007, waardoor de impact voor een bedrijf wel verschilt. Sterftecijfers zullen niet het hele verhaal vertellen”, duidt Wouter van Mol.
“Vroeger keken we alleen maar naar het financiële en operationele verlies. Vandaag kijken we gelukkig ook naar hoe de veehouders – en de dierenartsen – ermee omgaan. Emoties zijn net zo belangrijk als winst of verlies. De veehouder is verweven met zijn bedrijf en zijn of haar dieren en dat is vaak net een heel mooie relatie. Het is belangrijk dat veehouders hun ervaringen delen, want zeker inzake ziektes kunnen we altijd nog wel iets leren van elkaar.”
Over de nieuwe blauwtongvariant serotype 12 (BTV12) die in Nederland vastgesteld werd, kan de dierenarts nog niet veel vertellen. “Het is een blauwtongstam die doorgaans in Zuid-Afrika opduikt. Er zijn in Nederland nu 3 gevallen vastgesteld, maar we weten nog niet of die variant hier hetzelfde ziektebeeld veroorzaakt als in Zuid-Afrika en hoe het zit met bijvoorbeeld de overdraagbaarheid. De omstandigheden zijn helemaal anders: het klimaat is hier anders, de dieren zijn anders … Ook hoe die blauwtongvariant in Nederland kon opduiken, blijft voorlopig een mysterie.”
Meer nieuwe ziektes
Wouter van Mol waarschuwt dat er wel meer ‘nieuwe’ ziektes zullen opduiken. “De cocktail van klimaatverandering en globalisering zorgt voor meer introducties van nieuwe ziektes bij vee. Er is meer internationaal transport van dieren, maar ook van goederen en mensen. Door de klimaatopwarming maken virussen en overbrengers van ziektes meer kans om hier te overleven.”
We moeten daarbij ook verder kijken dan de knutten die blauwtong overdragen. “We zien bijvoorbeeld net zo goed een opvallende toename van het aantal teken. Teken kunnen bij vee onder meer de anaplasma-bacterie die weidekoorts en abortussen kan veroorzaken, overbrengen, en ook de babesia-parasiet, die rode bloedcellen vernietigt en bloedarmoede veroorzaakt. Daar krijgen we meer meldingen van dan vroeger.”
Meer teken dan vroeger
In België hebben we er voorlopig nog niet zo heel veel last van, maar wereldwijd zijn teken de belangrijkste overbrengers van ziektes. Tekenbestrijding zal heel waarschijnlijk deel gaan uitmaken van de aanpassingen waar de rundveesector voor staat. Tegen babesia bestaat een behandeling, maar die moet al in een vroeg stadium kunnen starten en is relatief duur.
De veehouder heeft een belangrijke signaalfunctie als het over overdraagbare en andere ziektes gaat. “Niemand kent het vee zo goed als de veehouder. Hij voelt vaak aan dat er iets mis is, nog voor de eerste symptomen echt zichtbaar zijn. Het is dan aan de dierenarts om snel een naam te kunnen plakken op dat ‘iets’. Veehouder en dierenarts zijn complementair.”
Niet het einde van de buitenloopdieren
Dat er meer nieuwe overdraagbare ziektes op ons afkomen, betekent volgens van Mol niet dat er vanaf volgend jaar geen koeien meer in de weides zullen lopen. “De keuze om runderen al dan niet in de stal te houden berust op meer elementen dan enkel het risico op ziektes. Voor heel wat ziektes bestaan preventiemaatregelen, vaccins en andere oplossingen. Het blijft aan de veehouder om de keuze te maken”, stelt de dierenarts van DGZ.
“De sector kan zich aanpassen. Een paar van die nieuwe ziektes zullen zeker een tijd aanwezig blijven, maar er is hier heel wat kennis en expertise aanwezig om ze aan te pakken. We hebben in het verleden reeds bewezen dat we ziektes aankunnen, ze zelfs kunnen uitroeien. Er komen nieuwe technieken bij en bestaande technieken worden verbeterd. De diagnoses verlopen bijvoorbeeld steeds sneller. Zo weten we al een hele tijd hoe we moeten omgaan met weideparasieten en dat zal met blauwtong en andere ziektes ook lukken.”
De stal beschermt tegen BTV3
De oplossing is vaak een som van verschillende praktische en infrastructurele ingrepen en soms zijn de oplossingen heel praktisch. “We zien uit de voorlopige resultaten van één studie in Nederland dat koeien in een geventileerde stal minder risico liepen om besmet te worden met BTV3 dan koeien in de weide. Koeien in de stal houden, brengt het risico op blauwtong echter niet naar nul. En het is zeker geen universele oplossing voor alle ziektes.” Het vee behandelen met insecticiden heeft naar verluidt geen effect gehad op het al dan niet besmet geraken met blauwtong.
Er is uiteraard meer dan blauwtong waar de veehouder rekening mee moet houden. “Inzake IBR en enkele andere overdraagbare ziektes zien we dat aankoop van (jong)vee nog steeds een belangrijk risico inhoudt voor de insleep van ziektes.”
Het afgelopen jaar hebben we meer inslepen gehad van IBR dan de jaren voordien. “We zien ook dat de impact groter is. Er is beslist dat ons land tegen 2027 IBR-vrij moet zijn en daar hangen gevolgen aan vast voor veehouders die nu nog een besmetting met IBR vaststellen op hun bedrijf. Vroeger kreeg je als bedrijf 4 jaar tijd om opnieuw IBR-vrij te worden en dan kon je nog beginnen met vaccineren. Vaccineren houdt IBR niet buiten je bedrijf, maar verhoogt wel de weerbaarheid. Dieren die niet tegen IBR gevaccineerd zijn, zullen het virus vaker doorgeven.” Met vaccinatie kan je soms voorkomen dat het hele beslag moet geruimd worden.
Net zo streng als bij kippen en varkens
Inzake bioveiligheid is Wouter van Mol niet snel tevreden. “De rundveehouderij staat inzake bewustzijn over bioveiligheid nog niet zo ver als de varkens- en kippenhouderij. Wie in een varkens- of pluimveestal wil binnengaan, moet – als het goed is – een douche-procedure volgen en krijgt bedrijfseigen kledij en laarzen. Dat zou in de rundveehouderij ook helpen om de transmissieroutes van overdraagbare ziektes door te knippen. In principe mag niemand ongevraagd de koeienstal kunnen binnenlopen en zonder bescherming de dieren en het voer kunnen aanraken.”
Sommige veehouders hebben het daar moeilijk mee. Ze vinden het lastig om elke erfbetreder daarop aan te spreken, maar daar is niks mis mee. “Inzake bioveiligheid moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen. Met de horror-verhalen die rondgaan over IBR merk ik dat er in mijn werkgebied al veel meer bedrijfslaarzen en overalls beschikbaar zijn voor erfbetreders. Het bewustzijn groeit, maar het heeft misschien nog wat tijd nodig.”
De coronapandemie vergemakkelijkt vaak het gesprek met veehouders over overdraagbare ziektes en bioveiligheid. “Sinds corona weet iedereen plots veel meer over hoe virussen en ziektes overgedragen worden. De 2 meter-regel en de algemene lockdown zitten bij velen nog vers in het geheugen. Inzake bioveiligheid mogen we nooit tevreden zijn. Morgen moeten we altijd beter doen dan vandaag.”
Vaccin alleen is niet altijd de oplossing
Vaccins hebben de mensen door de coronapandemie geholpen, maar dat bijvoorbeeld verplicht vaccineren BTV3 kan uitroeien, wil van Mol niet garanderen. “Daarvoor is er eerst nog meer wetenschappelijk onderzoek nodig. Voor BTV3 zien we dat het vaccin de ziektesymptomen vermindert, maar niet dat de ziekte niet meer doorgegeven wordt. Een totaaloplossing voor een ziekte als BTV3 of een andere overdraagbare ziekte zal altijd maatwerk zijn en een optelsom van verschillende factoren”, besluit Wouter van Mol.