
Daarvoor worden de nieuwste DNA-technieken ingezet op zorgvuldig bewaarde stalen van Ralstonia solanacearum uit de bacteriële cultuurcollectie van het Diagnosecentrum voor Planten (Merelbeke). Elke nieuwe ontdekking over Ralstonia is belangrijk voor de ontwikkeling van effectieve beheersingsstrategieën. Ondanks de geldende maatregelen in België en Europa, blijft een opstoot van de bacterie immers onvoorspelbaar
Ralstonia solanacearum is een quarantaineorganisme in de EU dat in de jaren 90 grootschalige uitbraken kende in onder meer België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De eerste officiële ontdekking vond binnen de EU in België plaats in oktober 1989, op 3 aardappelvelden in de regio Mol-Lommel. Intussen werd bruinrot officieel vastgesteld op 30 aardappelpercelen in ons land.
Doctoraat werpt licht op infectiestrategie van de bacterie
De bacterie vestigt zich in de watervoerende kanalen van plantenwortels, waardoor de opwaartse sapstroom blokkeert en de planten uiteindelijk verwelken. Hoe de bacterie precies het immuunsysteem van de planten kan misleiden en zo de plant kan infecteren, is echter na 3 decennia onderzoek nog niet helemaal uitgeklaard.
Joren De Ryck (ILVO, VIB en UGent) zette met zijn doctoraatsonderzoek wél een belangrijke stap vooruit. Hij kreeg meer inzicht in de werking van ziekmakende eiwitten die door de bacterie in de plant worden geïnjecteerd. Concreet bracht hij in kaart op welke plek in de plant die eiwitten actief zijn en kon hij voorspellen hoe ze zijn opgebouwd.
Hij gebruikte daarvoor een baanbrekende benadering, de BioID-methode, waarbij planteneiwitten die zich in de nabijheid bevinden van het bacterieel eiwit gemerkt en vervolgens geïdentificeerd kunnen worden. Hij stelde ook een analysetechniek op punt die in vervolgonderzoek gebruikt kan worden om de moleculaire basis van de interactie tussen de tomatenplant en de bacterie verder te ontrafelen.
“Deze informatie is hard nodig om de infectiestrategie van de ziekteverwekker te begrijpen en om op termijn brede en duurzame resistentiestrategieën te ontwikkelen”, zegt De Ruyck.
Verspreiding door import
Het Diagnosecentrum voor Planten van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) heeft in de jaren 90 onder leiding van bacterioloog Johan Van Vaerenbergh de epidemiologie van de bruinrotbacterie in kaart gebracht, in samenwerking met onderzoekers uit andere Europese landen. Vrij snel werd duidelijk dat de bacterie de EU was ingeslopen door de import van geïnfecteerde Egyptische primeuraardappelen. De bacterie belandde accidenteel in waterlopen waarin ‘bitterzoet’ (Solanum dulcamara) de ideale waardplant was voor vermeerdering en overleving van de bacterie. Bruinrotinfecties ontstonden vervolgens door beregening van aardappelvelden uit deze besmette waterlopen.
Vandaag de dag geldt daarom in 45 Vlaamse gemeenten een beschermingszone, waarin geen oppervlaktewater gebruikt mag worden in de teelt van aardappel, tomaat en aubergine. Daarenboven worden geïmporteerde aardappelen en pootgoed systematisch gecontroleerd door het Diagnosecentrum voor Planten, in opdracht van het Federaal Agentchap voor de Veiligehid van de Voedselketen (FAVV). Dat gebeurt in een daarvoor speciaal uitgerust quarantainegebouw. Dankzij deze maatregel werd in juli 2023 nog een besmette partij Egyptische aardappelen bestemd voor verwerking onderschept en vernietigd.
Nieuw onderzoek
Bij ILVO start dit jaar een nieuw project om de exacte infectiebron(nen) van de geregistreerde bruinrotinfecties te identificeren. Het Diagnosecentrum voor Planten beschikt over een collectie van 135 goedbewaarde culturen van Ralstonia solanacearum, doordat in de periode 1996-2012 jaarlijks stalen werden genomen in waterlopen en van bitterzoetplanten. In het project zullen DNA-sequentie-technieken uit het forensische onderzoek worden ingezet om het genetische materiaal van al deze bacterie-stammen te analyseren en om verbanden te zoeken tussen bruinrotinfecties onderling en tussen de bruinrotinfecties en de besmettingen in waterlopen.