
Kerende of niet-kerende bodembewerking
Er werden 4 bodembewerkingen opgenomen: diep ploegen (24 cm) met een vorenpakker, ondiep ploegen (18,5 cm) met een vorenpakker, een diepwoeler-klaarlegcombinatie (40 cm) en een ondiepe behandeling met een cultivator (20 cm). Het effect van een niet-kerende grondbewerking op het behoud van de bodemvochtvoorraad werd voornamelijk duidelijk in de zomerperiode: de diepwoelcombinatie scoort ongeveer 30% beter in het behoud van het bodemvocht dan de geploegde objecten (figuur 1).
Er waren wel grote verschillen op te merken in de opkomst van de maïsplanten: de geploegde percelen kenmerken zich door een zeer snelle en goede opkomst, terwijl de andere objecten een moeizame opkomst kenden (figuur 2).
Onkruidbestrijding
Ook de impact van een mechanische of chemische onkruidbestrijding op de maïs werd vergeleken. De mechanische onkruidbestrijding bestond uit 1 keer wiedeggen en 2 keer schoffelen van de verschillende bodembewerkingen. De chemische bestrijding gebeurde als een eenmalige reguliere naopkomsttoepassing, gevolgd door een onderbladbehandeling. Qua bodemvocht werden er geen verschillen gemeten tussen een chemische of mechanische onkruidbestrijding, maar er werd een duidelijke groeistilstand (fytotox) van enkele dagen opgemerkt in de chemisch bestreden objecten. Deze toepassing geeft een duidelijke terugslag in de jeugdgroei en dus ook in de opbrengst, maar het mechanisch bestrijden als alternatief is prijzig in uurlonen en voorlopig nog weinig ingeburgerd in een laag salderende teelt zoals maïs.
Grassnede voor maïsteelt
Aangezien de maïs reeds gezaaid werd op 27 april, werd er slechts een zeer kleine, praktisch niet relevante snede verwijderd. Zelfs bij een dergelijke snede is er echter een klein maar duidelijk effect waarneembaar in het bodemvocht. Het nemen van een grassnede voor de uitzaai van maïs is ook bij een kleine snede ongunstig voor de bodemvochtvoorraad.
Bodemleven
Besluit
Het nemen van een maaisnede, klein of groot, voor het inzaaien van maïs, is nefast voor het behoud van het bodemvocht. Mede om deze reden gaat het behoud van het bodemvocht in de toekomst steeds belangrijker worden. De verbetering van het bodemleven lijkt zelfs op korte termijn een positieve invloed te hebben op de algemene bodemgezondheid. Deze voordelen werden niet meteen teruggevonden in het bodemvochtleverend vermogen van de grond, maar de proef zal in het teeltjaar 2023 op dezelfde locatie herhaald worden. De controleparameter bodemleven zal hierbij een meer prominente rol krijgen, waarbij een toename van de algehele bodemvochttoestand hopelijk op termijn bekomen zal worden.