Startpagina Archief

Stikstofprobleem voor natuurgebieden is overroepen

De schade van de stikstof- uitstoot aan natuurgebieden door nabijgelegen boerderijen is overroepen en meer van sentimentele aard. Zo stelt lezer Hendricus Donne. Dit is een ingekorte versie van deze lezersbrief. De volledige versie kun je lezen op www.landbouwleven.be.

Leestijd : 4 min

De ‘schade’ van stikstof is meestal niet ingrijpend en de schade heeft ook andere oorzaken. En indien stikstof toch van invloed is, zullen de aanwezige planten integendeel beter groeien (en meer CO2 en stikstof opnemen, een klimaatvoordeel). Het uitzicht van het gebied, enkel nabij een boerderij, zal misschien wel een beetje veranderd zijn, met mogelijk iets andere en meer flora en fauna (het ene sentimenteel gevoelig vlindertje of vogeltje zal zich wel aanpassen of verhuizen...).

In de nabijheid van een boerderij is de biodiversiteit zeker niet verminderd, mogelijk wel iets veranderd of opgeschoven. Natuurgebieden en boerderijen liggen reeds jaren in elkaars nabijheid. Men moet eens objectief kijken naar wat er echt nadelig is. Is het enkel in de aangrenzende rand? De nabijheid van een natuurgebied is zeker niet nadelig voor het klimaat, integendeel.

Steun voor reductie

Indien men toch een meetbare hoeveelheid stikstof in de nabijheid van een landbouwbedrijf waarneemt, is het belangrijk en aanbevolen dat het bedrijf via de overheid advies en ondersteuning krijgt voor reductie! En ook dat men in de nabijheid het best struiken en bomen aanplant, of zelfs nog beter, dat men in de buurt een natuurgebied met bomen en struiken creërt. Wil men finaal minder stikstof in de ruimte, dan is de nabijheid van natuur bij een boerderij zelfs een voordeel, voor de opname van stikstof.

Biodiversiteit is ook belangrijk, maar die wordt ‘vooral’ beïnvloed door de overbevolking, verkeer, industrie, klimaat, enz. en niet door de landbouw. Rondom vele boerderijen en vooral rondom weiden werd veel groen aangeplant. Ook de fauna via land- en tuinbouw is zeer belangrijk en uniek (bijen, vogels).

De boerderijen waren er reeds voor er sprake was van (officiële) natuurgebieden. De bedrijven van nu zijn wel groter, met veel meer vee, maar als men vergelijkt waren er vroeger veel meer hoeves, wat ongeveer op hetzelfde aantal dieren neerkomt. Ook wordt er nu veel meer regelgeving gevolgd (bemesting). De toestand is dus reeds beter dan vroeger.

Zien onze natuurgebieden en bossen er slechter uit door de landbouw dan vroeger? Zou men hier bedrijven wegnemen, dan zal dezelfde voedselproductie toch elders in de wereld moeten gebeuren. Zeker is dat dit onder ‘niet-gecontroleerde’ omstandigheden zoals hier zal gebeuren, met meer uitstoot, wat dus een zeer slechte klimaatactie is.

Het probleem wordt nu vooral aangescherpt voor open, speciale natuurgebieden (vennen, heide). Deze gebieden ondervinden vooral invloed van klimaatopwarming, overbevolking, lucht van industrie en verkeer, maar zeker niet hoofdzakelijk van de nabije landbouw.

Eutrofiëring

Eerder sprak men vooral van eutrofiëring (met vaak dominantie van grassen) en legde men de oorzaak vooral bij de neerslag met meer nutriënten (door algemene luchtbezoedeling, overbevolking, industrie). Ook door de klimaatopwarming en door vaak langere sterk zonnige periodes of droogtes, die men nu al enkele jaren heeft, is onze flora ook fel beïnvloed (dennenbomen verdorren...).

Er is meer beheer en geld nodig, wil men in de natuurgebieden het ecosysteem behouden. Bijvoorbeeld voor het beheren van bramen, netels, berk, de Canadese gans, Aziatische hoornaar… moet men toch soms een maaibeurt, extra plassen voorzien… Vroeger werden distels, netels en bramen vaak behandeld met herbiciden. Sinds deze herbiciden niet meer toegelaten zijn, ziet men deze planten veel meer voorkomen en geeft men vaak de landbouw daarvan de schuld.

Slechts een kleine fractie van de miljarden die men nu wil uitgeven aan het wegnemen van vele landbouwbedrijven is maar nodig (en zal men maar hoeven uit te geven) voor het beheer, onderhoud en aanpassen van de kritische natuurgebieden. Zo kan men via maaien of manueel invasieve soorten (berk, es, braam) verwijderen. Ook kan men na een regelmatige bodemanalyse kalk toevoegen. Zo worden op de Kalmthoutse Heide de berkenscheuten regelmatig manueel uitgetrokken..

Men zou een deel van de grote sommen geld dat nodig is voor het wegnemen van zogenaamde kritische bedrijven beter besteden aan alle landbouwbedrijven voor advies en ondersteuning voor reductie van stikstofuitstoot (een algemeen plan betekent massaal minder uitstoot en een algemeen groter klimaatvoordeel).

Gelukkig zijn er nog boeren

Boeren moeten gewaardeerd en beschermd worden. Het is dan ook belangrijk om via onderwijs naast natuurkennis ook de realiteit van ‘onze’ voedselproductie aan te leren.

Boeren zijn wel klimaatvriendelijk. In de pers en door natuur- en klimaatwetenschappers wordt de uitstoot via de landbouw sterk overschat weergegeven. Het is niet te geloven dat de uitstoot van de landbouw zo’n hoog aandeel heeft, vergeleken met verkeer, industrie, energieproductie, huizenverwarming, enzovoort. Deze studies moeten eerlijk gebeuren.

Ook de akkers en weiden nemen veel extra CO2 op uit de lucht: een veld maïs neemt meer CO2 op dan een (kreupelhout)bosje, wat momenteel veel aangelegd wordt door Natuurpunt. En ook de akkerbouw en het grasland waarmee het vee gevoed wordt, zullen de extra uitstoot van het vee veel compenseren. Ook de landbouw zorgt voor een zekere biodiversiteit (kievit, haas, raven, bijen, hommels…).

Om eerlijk te zijn moet men voor de landbouw de resultante maken van zijn nadeel (uitstoot) met zijn voordeel (opname CO2 en stikstof, en bomen in hun beheer).

Hendricus Donne

Actueel

Beperkt aantal bladluizen in granen

Granen Tussen 21 en 25 maart werd de bladluisdruk in wintergranen geëvalueerd in Vlaanderen, door de partners van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG).
Voir plus d'articles
Meest gelezen