Startpagina Akkerbouw

Voorjaarswerkzaamheden tijdig, maar rustig gestart

De voorjaarswerkzaamheden zijn ondertussen begonnen. We stellen vast dat meerdere telers nog geen exact zicht hebben op hun teeltschema. Vooral rond de aardappelcontracten is er onzekerheid. Ook de zaaizaadverkoop zou rustiger zijn dan anders.

Leestijd : 4 min

Wat de maïsteelt betreft, zal de zaadbehandeling met Korit ook dit en volgend seizoen nog beschikbaar zijn. Naast deze zaadbehandeling tracht ieder zaadhuis daarbovenop nog een biostimulant te omhullen om een goede, snelle kieming en weggroei te bevorderen. Zo wordt ervoor gezorgd dat pytium- en fusariumschimmels die de kiem aantasten minder lang de tijd krijgen om dit te doen. Eenmaal de plant zelf worteltjes heeft gevormd, staat hij immers sterker tegen deze zwakteparasieten.

Het vroege, mooie weer vanaf begin maart zorgde voor een rustige start. Het bemesten van weiden, grasland en granen vond op deze manier eens tijdig plaats. Een vroege eerste gift is in deze teelten zeker op zijn plaats. En in de graanteelt vormen de data 15 maart, 15 april en 15 mei nog steeds een handvat voor de bemesting.

Matige gewasreactie

De reactie van het gewas op deze eerste gift was eigenlijk eerder matig. De eerste weken bleven de (bodem)temperaturen te laag om deze optimaal te benutten. Stikstofgiften met zwavel zijn in deze omstandigheden zeker op hun plaats, want bij een koude, tragere aanvangsstart helpt zwavel om de stikstof gemakkelijker in de plant te laten opnemen.

Aangezien MAP 7 onze bemestingsgiften in de meeste gebiedstypes in deze teelten verder onder druk zet, is omspringen met de stikstofbalans enorm belangrijk geworden. Topopbrengsten in granen kunnen met de wettelijke gehalten in gebiedstype 2 en 3 gewoonweg niet meer behaald worden. Naast de traditionele stikstofmeststoffen worden we dus ‘gedwongen’ om bladvoedingen te gebruiken. Deze kennen een grotere efficiëntie per eenheid. Ook biostimulanten van bacteriepreparaten die ook stikstof leveren aan planten, zoals Utrisha, Blue N en Nuvenio, worden interessanter. Deze zijn in granen ook op een later tijdstip op zijn plaats.

De eerste stikstofgift blijft echter mineraal in korrelvorm of vloeibaar. Korrelvorm wordt aangeraden als de blad- en wortelontwikkeling nog beperkt blijft. Dit is afhankelijk van het ras en zeker ook van de zaaidatum. De goed ontwikkelde (groenkleurige) grotere planten kunnen uiteraard ook vloeibare stikstofgiften benutten. Je bent wel verplicht om ureaseremmers toe te dienen als je een minerale stokstofgift niet kan inwerken. De dosering bedraagt 1 l van Atta-reducto of Luminus Perfom per 1.000 l vloeibare ureumhoudende stikstofmeststof. Dit is verplicht om ammoniakvervluchtiging te verminderen en dit vanaf een minimumgehalte van minstens 50% ureum op de totale stikstofinhoud, wat meestal het geval is.

Voor de toediening van dierlijke mest bestaan dergelijke producten reeds, maar hier geldt de verplichting (nog) niet.

Onkruidbestrijding granen

Granen die nog niet behandeld werden tegen onkruiden na de zaai konden dit voorjaar dan toch al behandeld worden. Ook een eventuele duistcorrectie kon nog nuttig zijn. Veelal zien we dat de nazaaiherbicidetoepassing zeer mooi werk leverde. Er is weinig correctie nodig. We kunnen met een correctiebespuiting wachten tot het stadium aar op 1 cm en deze combineren met een (eerste T0-) fungicide en een verkorter.

Weldra komt dit eerste verkortingsmoment er al aan. Dit stadium ‘aar 1 cm’ kan men controleren door de graanhalm bij de basis door te snijden. Men ziet nu al de aaraanleg, die later zal doorschuiven in de halm. Bij een duidelijk zichtbare afscheiding kan men een eerste versteviger/verkorter toepassen.

Selenium voor grasland

In grasland kan men een bemesting of onkruidbehandeling het best combineren met een seleniumgift. Bij veel bloedafnames bij runderen zit het gehalte aan selenium (Se) laag. Dat heeft een negatief effect op de vruchtbaarheid en zorgt voor nageboorteproblemen. Een vroege toediening van selenium aan gras zorgt ervoor dat de gehaltes in de kuil of tijdens het grazen hoog zijn.

Als onkruidbehandeling in grasland kan men een keuze maken uit meerdere combinaties en actieve stoffen, zoals: MCPA, 2.4 D, Primus, Starane… Zeker de ‘nieuwere’ Arylex-familie verdient aandacht. Frimax, Zyper of Trezac zijn de handelsnamen. Dit zijn breed werkende moleculen die maar een beperkte temperatuur nodig hebben.

Drijfmest, digestaat, effluent en slib voeren is in Vlaanderen een van de eerste voorjaarswerkzaamheden. Daarom is een vroege, drogere periode zeker ook welkom. Die hebben we nu gehad.

Uien, bieten, vlas en meer

Plantui werd al ruim uitgeplant op percelen die het toelieten en er zit ook al wat zaai-ui in de grond. Tevens zijn er al bieten gezaaid, vooral op winterploegwerk en op drogere percelen.

Er werd ook al vlas gezaaid. Een onkruidbehandeling direct na zaai met Sulcogan blijft de standaard. Er is wat zaaizaad tekort, door de mindere kiemkracht van het gewonnen zaad van vorig jaar. Vele zaadpartijen behalen slechts 50-60% kiemkracht en zijn daardoor onbruikbaar.

Ook de vermeerderingsfactor speelt hier een rol in. Van 1 ha vlas kan er immers slechts voor 7 à 8 ha zaaizaad gewonnen worden. Het wintervlas staat er algemeen proper en gezond bij. Dit controleren op aardvlooien wordt vanaf nu belangrijk. Je kan dit dan het best combineren met een fungicidebehandeling.

De diepvriesgroente-industrie startte reeds met het zaaien van erwten en spinazie. Er werden tevens al vroege aardappelen gepoot. Velen ervan zullen onder afdekking komen. Bij vroeg poten is het essentieel om deze aardappelknollen goed te ontsmetten met een flutolanilhoudend product (bijvoorbeeld symphonie). Omdat hier de kieming trager zal gebeuren, zullen kiemschimmels zoals rhizoctonia langer de tijd krijgen om deze te infecteren. Dat heeft wat minder en zwakkere kiemen tot gevolg. Ook kan dat misgroeiing van de knollen veroorzaken.

Het Bieteninstituut liet weten dat de eerste 200 ha bieten zijn gezaaid het weekend van 8 maart. Op 16 maart was er iets meer dan 100 ha gezaaid.

Volgens de suikerfabrieken was er op 23 maart gemiddeld 50% van het areaal gezaaid. Bij Iscal ligt de uitzaai gemiddeld rond 38%, bij de Tiense rond 58%.

Lieven Van Ceunebroeck

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken