Little Cheese Farm kaapt 8 prijzen weg op World Cheese Awards
Op de jongste editie van de World Cheese Awards in Portugal kaapte de Little Cheese Farm maar liefst 8 medailles weg. Ondanks de bedrijfsnaam is de Little Cheese Farm in Lotenhulle (Aalter) niet echt klein. Het melkveebedrijf heeft met zowat 150 melkkoeien en eigen jongvee een gemiddelde grootte in Vlaanderen en de kaasmakerij is flink groter dan wat je doorgaans ziet bij melkveehouders die zelf kaas maken.

Het verhaal van de Little Cheese Farm is misschien wat minder ‘romantisch’ dan de bedrijfsnaam laat vermoeden. De familie Cloet zat samen met een andere familie in De Kaasboer, een onderneming die lang kaas liet maken met eigen recepten en merknamen en die die kazen tot enkele jaren geleden verkocht in De Kaasboer-winkel aan de Ghelamco-arena in Gent. De Kaasboer werd opgedoekt en de familie Cloet nam in 2020 een failliet verklaarde kaasmakerij in Lotenhulle over, met de aanpalende boerderij. De familie Cloet en de 2 ondernemers die mee in Little Cheese Farm stapten, maken hun kazen nu zelf sinds 2022.
Boerderij en kaasmakerij zijn afzonderlijke bedrijven
De aanpalende boerderij is een afzonderlijk bedrijf. Wel staan de melktanks van de boerderij en die van de kaasmakerij pal naast elkaar. De kaasmakerij neemt alle melk af van de boerderij, zowat 4.400 l per dag. De boerderij wordt geleid door geranten Tanja en Roel. Omdat de eigenaars in de veehandel zitten, wisselen het aantal dieren en de rassen van de aanwezige melkkoeien soms.
Er is bijvoorbeeld altijd wel een aandeel Jersey-koeien. Omdat die minder, maar wel vettere melk geven en omdat hun aantal en aandeel schommelen, moeten de kaasmakers soms de recepten een klein beetje bijsturen. Een smaakverschil is er niet bij Jersey-melk.
Melken met de robot en traditioneel
Het melkvee is verdeeld over 2 stallen. In de ene stal wordt met een robot gemolken, in de andere wordt traditioneel gemolken. De melkput in de tweede stal wordt binnenkort gemoderniseerd en uitgebreid van 2 x 4 naar 2 x 12. De koeien krijgen hoofdzakelijk ruwvoer van eigen kweek (gras, maïs en hooi).
Op pieken in de vraag naar kaas moet de kaasmakerij al eens melk bijkopen op de vrije markt. De boerderij uitbreiden met nog meer dieren zal waarschijnlijk niet mogelijk zijn, maar mocht de nood aan melk structureel hoger liggen dan de productie op de boerderij, zou misschien een tweede melkveebedrijf overgenomen kunnen worden. Maar zover is het nog lang niet.
Buffel- en geitenmelk
Bij de overname van de kaasmakerij werd de productie gemoderniseerd en uitgebreid met extra rijpingskamers. De kaasmakerij verwerkt behalve de melk van de aanpalende boerderij nog buffelmelk van de Keysershoeve uit Zoersel en geitenmelk die extern wordt aangekocht. Tot voor kort kwam die van een geitenboerderij uit Maarkedal, maar inmiddels zoekt de Little Cheese Farm een nieuwe vaste leverancier van geitenmelk.
In de kaasmakerij zijn 2 ambitieuze en gepassioneerde jonge ondernemers mee in het bedrijf gestapt. Michiel Baetens komt uit de wereld van de diepvriesgroenten en is sommelier in zijn vrije tijd. Victor Lammens heeft een verleden in de biersector. Samen runnen de dertigers alle aspecten van het bedrijf en bedenken ze nieuwe kaasrecepten. Ze staan vaak zelfs mee in de productie, omdat ze het kaasmaken goed in de vingers willen hebben.
“Wij zijn een jong bedrijf met enkele oudere, bekende kaasmerken. Onze Gentenaer, Gentse Keizer, Boere Jan en Rosse Jeanette zijn onze oudste merken. Die kazen zijn goed gekend in de kaaswereld en bij een grote groep consumenten. Ze vertegenwoordigen dan ook de grootste volumes. De verwijzingen naar de stad Gent komen nog uit de periode van de grote kaaswinkel in de Arteveldestad. Met de start van de eigen kaasmakerij zijn er heel veel nieuwe varianten bijgekomen en de nieuwe soortnamen verwijzen vaak naar de nieuwe locatie, zoals de Lotenhulle Rouge of de Lotenhulle Bufflone”, vertellen Michiel en Victor.
Succes in Portugal
De World Cheese Awards is een internationale smaakwedstrijd voor kazen, die elk jaar in een ander land wordt georganiseerd. Dit jaar waren er maar liefst 4.786 inzendingen uit 47 landen. Dit jaar kregen 2 Belgische kazen de prestigieuze Super Gold-medaille: de Lotenhulle Rouge en de Arnoldus van het Baliehof uit Jabbeke. De titel van de ‘beste kaas van België’ werd in Portugal uitgereikt aan de Lotenhulle Rouge. Daarnaast won de Little Cheese Farm nog een gouden, 2 zilveren en een bronzen medaille.
Van de Little Cheese Farm werden 8 kazen beloond met een medaille op de World Cheese Awards. Voor slechts 5 van die kazen zal de onderneming die award ook voluit uitspelen in de promotie. “We zijn blij met elke award, laat dat duidelijk zijn. Die internationale erkenning bevestigt dat we op het juiste spoor zitten in ontwikkeling en productie. Van de 5 kazen waarvan we de award in de kijker zetten, kunnen we genoeg produceren en leveren, als het moet door de productie wat op te schalen. De 3 andere kazen willen we een beetje exclusief houden, zoals onze kaas op basis van buffelmelk. Het aanbod van lokale buffelmelk is heel beperkt. We kunnen die productie niet opdrijven omdat er plots meer vraag zou zijn naar de Lotenhulle Bufflone”, zegt Victor.
Te weinig fierheid op Belgische kaas
De kazen van de Little Cheese Farm worden via de groothandel verdeeld naar kaas-speciaalzaken en naar bakkers, slagerijen en de lokale retail. De 2 zaakvoerders willen hun productie van kaas in Lotenhulle nog opdrijven, hoewel er de verwachting is dat de consumptie van kaas in ons land niet meer zal stijgen. “Er is nog te weinig fierheid bij de Belgische consumenten op kaas uit eigen land of meer in het algemeen op wat onze eigen melkveehouders presteren. Belgen eten slechts 10% Belgische kaas, misschien omdat onze buurlanden Frankrijk en Nederland een nog grotere traditie hebben en commercieel sterker staan. Als we als sector onze landgenoten ervan kunnen overtuigen om 10% meer eigen kaas te eten, houden we heel wat toegevoegde waarde voor de hele zuivelketen in ons land. De medailles die wij en andere Belgische producenten als Baliehof, Milcobel en Flandrien Kaas behalen op de World Cheese Awards, waarvoor vele duizenden kazen ingezonden worden, bewijzen dat onze Belgische kazen voor niemand moeten onderdoen”, stelt Michiel.
Export lonkt
Behalve op de consumptie in eigen land, rekenen Michiel en Victor op de export. “De medailles van de World Cheese Awards zijn ons ticket voor de export. We exporteren al een beetje naar de buurlanden en we merken dat de interesse groeit. We zitten dicht bij een overeenkomst met een invoerder uit de Verenigde Staten. De voor volgend jaar aangekondigde hogere importtarieven van Donald Trump gooien daarbij geen roet in het eten. Die tarieven vertegenwoordigen maar een fractie van de kostprijs om die kaas naar daar te exporteren en de Amerikanen die onze Belgische kaas willen proeven, kijken niet in de eerste plaats naar de kostprijs. Misschien kunnen we met Belgische kaas hetzelfde doen in de Verenigde Staten als enkele decennia geleden met Belgisch bier”, hopen Victor en Michiel.
De awards van dit jaar zijn niet de eerste voor de Little Cheese Farm. “We scoorden reeds een reeks medailles op de World Cheese Awards van 2022. In 2023 wonnen we geen medailles, omdat onze ingezonden kazen geblokkeerd zaten in de haven van Le Havre. Jammer, want we denken dat we toen goed zouden gescoord hebben. Maar we behaalden al andere onderscheidingen, zoals op de horeca-vakbeurs Tavola. Wat we ook gemerkt hebben, is de kracht van de televisie. Een van onze kazen is eens gebruikt in Dagelijkse Kost van Jeroen Meus en dan zagen we een plotse piek in de vraag naar die kaas. Maar op de langere termijn is het effect wel miniem”, zegt Michiel.
Plannen voor de toekomst
Plannen voor de langere termijn hebben ze genoeg bij de Little Cheese Farm. “De productie opdrijven is altijd een ambitie, maar tegelijk willen we erover waken dat we een artisanaal bedrijf blijven, dat de kwaliteit vooropstaat en dat er constant nieuwe soorten kazen bij komen. Dat zijn onze sterktes en die willen we blijven uitspelen. Onze passie is vooral dat we nieuwe kazen kunnen blijven ontwikkelen en in de markt zetten. Er zullen ongetwijfeld nog enkele ‘bierkazen’ bij komen in ons assortiment en ook een blauwschimmelkaas staat nog op het programma. We denken voorts al in de richting van een soort bezoekerscentrum waar kleine groepen de kaasmakerij kunnen ontdekken en onze kazen kunnen proeven”, besluiten Michiel en Victor.