Enige waakzaamheid vereist voor mycotoxines in korrelmaïs
Hoewel in de geanalyseerde maïsstalen van de oogst van dit jaar geen enkele overschrijding van de toegelaten mycotoxinegehaltes werd waargenomen, blijft enige waakzaamheid geboden. Dat melden Fegra en BFA, de Belgische federaties van respectievelijk de graanhandel en agrotoelevering en de diervoederfabrikanten?

Fegra en BFA voerden ook dit jaar een gerichte monitoring uit om de aanwezigheid van mycotoxines in korrelmaïs, kort na de oogst, te bepalen (vroege waarschuwing of early warning).
Voor deze gegevens konden Fegra en BFA rekenen op hun eigen sectorale bemonsteringsplannen en op aanvullende info van hun leden. Sinds enkele jaren slaan Fegra en BFA de handen in elkaar voor de monitoring van mycotoxines in korrelmaïs.
Mycotoxines zijn natuurlijke toxines die geproduceerd worden door schimmels en die reeds aanwezig zijn vóór de oogsttijd. Ze ontwikkelen zich in het veld op de plant en kunnen zich ook na het oogsten, tijdens de opslagperiode, verder ontwikkelen.
Omwille van hun natuurlijke aanwezigheid schonken Fegra en BFA ook dit jaar voldoende aandacht aan de aanwezigheid van mycotoxines via hun bemonsteringsplannen. Bij de mycotoxinemonitoring worden zo snel mogelijk na de oogst screeningsgegevens verzameld en analyseresultaten ter beschikking gesteld aan de verbruikers van maïs.
Algemeen laag contaminatieniveau
Het rapport voor de oogst van 2024 is gebaseerd op 93 stalen. De analyseresultaten tonen een algemeen laag contaminatieniveau aan. Van de 93 stalen hadden 56 stalen Frankrijk als origine, 17 België, 8 Polen, 8 Duitsland en 3 Nederland. Eén staal had een onbekende origine en 1 staal had een gemengde origine (België en Frankrijk).
Net als in 2023, overschreed ook dit jaar geen enkel resultaat de richtwaarden voor de verschillende geanalyseerde mycotoxines. Vele resultaten lagen zelfs onder de detectielimiet. Het aantal resultaten onder de respectievelijke detectielimieten is als volgt: 11 % voor deoxynivalenol (150 ppb), 25 % voor zearalenon (25 ppb), 56 % voor fumonisine B1 (25 ppb), 82 % voor fumonisine B2 (25 ppb), 68 % en 92 % voor respectievelijk HT-2 en T-2 (10 ppb) en 100 % voor aflatoxine B1 (1 ppb).
Hoewel in de 93 geanalyseerde maïsstalen geen enkele overschrijding van de toegelaten mycotoxinegehaltes werd waargenomen, blijft enige waakzaamheid geboden. Zo kan reeds voor DON, in vergelijking met 2023, een duidelijke verhoging in contaminatiegraad vastgesteld worden in de Belgische (maximum waarde 2023: 3.660 ppb versus 2024: 4.270 ppb), Franse (maximum waarde 2023: 1.383 ppb versus 2024: 3.660 ppb) en Duitse maïsstalen (maximum waarde 2023: 572 ppb versus 1.500 ppb).
Late zaai
Voor wat betreft België en Noord-Frankrijk kan dit mogelijks te wijten zijn aan het feit dat de maïs dit jaar wat later (in diverse regio’s heel wat later) dan normaal gezaaid werd. Dankzij vochtige en warme periodes kregen schimmels ook de kans om zich te ontwikkelen (wat mee bevorderlijk geweest kan zijn voor de ontwikkeling van fusariose). Desondanks zijn de bekomen waarden slechts indicatief omdat deze enkel een mycotoxinerisico op de velden beslaan. Er bestaat nog altijd de mogelijkheid dat de mycotoxineconcentraties in de maïsgranen tijdens de stockageperiode verhogen.