Johan Heylen (Vanlommel):“De kalverhouderij is een toonbeeld van circulariteit”
Het is niet de grootste landbouwsector, maar de kalverhouderij staat zijn mannetje in Vlaanderen. Johan Heylen is bestuurder bij Vanlommel, 1 van de 3 grote kalverintegratoren in ons land. Hij ziet potentieel voor groei, maar uitdagingen zijn nooit veraf: “Onduidelijkheid over wetgeving en stikstofmaatregelen zorgen voor onzekerheid.”

De kalverhouderij in Vlaanderen komt niet vaak aan bod in de media, maar is wel degelijk de moeite waard om van dichterbij te bekijken. Deze hoog gespecialiseerde bedrijven werken bijna altijd binnen het kader van een integratie, wat wil zeggen dat de landbouwer een afgesproken prijs ontvangt per kalverplaats. De integrator zorgt voor de aankoop van de kalveren, het voeder, de slacht en de afzet van vlees en huiden. In ons land wordt de markt grotendeels verdeeld onder 3 grote spelers: Vanlommel, Sopraco en het Nederlandse VanDrie. Wij spraken met Johan Heylen, bestuurder bij Vanlommel, en polsten naar de kansen en uitdagingen in de sector.
Integratie is de norm
Waarom is het systeem van integratie zo ingeburgerd in de Vlaamse kalversector?
Binnen onze groep zijn er verschillende entiteiten, waaronder de aankoop van nuchtere kalveren, de verdeling ervan over de kalverhouderijen, de slachthuizen in Olen en Ardooie, ons eigen veevoederbedrijf en tot slot ook de vermarkting van de kalverhuiden. Dit systeem is zeker niet uniek voor België, ook in onze buurlanden is integratie de norm in de kalverhouderij. De reden hiervoor is tweedelig. Ten eerste kent de markt sterke schommelingen. Zowel de prijs van kalfsvlees als de kostprijs voor voeders vormen een groot financieel risico. Daarnaast moet je als kalverhouder een nuchter kalf aankopen en dit gedurende zo’n 8 maanden kunnen voorfinancieren. Een integratie neemt deze zware financiële en kwaliteitsrisico’s weg en garandeert je een vaste prijs per kalverplaats, die op langere termijn vastgelegd wordt.
Is er plaats voor nieuwe kalverhouders in de markt?
Wij zijn altijd op zoek naar bestaande kalverhouders die willen uitbreiden of nieuwe landbouwers die willen omschakelen naar deze sector. In principe kan iedereen starten, zolang je maar een stal ter beschikking hebt. Ook energie, water en mestafzet zijn de verantwoordelijkheid van de kalverhouder. We hebben vrij weinig verloop in onze sector, maar we willen ons bedrijf graag klaarmaken voor de toekomst en daar hoort ook een beperkte uitbreiding bij.
Zien jullie het aantal kalverhouders achteruitgaan?
Het aantal bedrijven neemt jaar na jaar af, maar het aantal kalverplaatsen neemt toe. De productie van kalfsvlees blijft vrij stabiel, al zien we een lichte daling in aantal dieren en kilo’s. In 2023 waren dat 316.713 kalveren, waarvan meer dan de helft in België geproduceerd werd (cijfers van Statbel en VLAM). Uiteraard zien we ook in onze sector de vergrijzing en daarbovenop komt de onzekerheid rond stikstof die jonge overnemers kan afschrikken om te starten. Het aanbod van kalfsvlees is vandaag eerder krap, maar nog niet meteen problematisch.
Productie gericht op Europese markt
Is het Belgische kalfsvlees vooral bestemd voor de binnenlandse markt?
Nee, we werken echt binnen een brede Europese markt. Zo’n 30% van de productie blijft in België, de rest gaat voornamelijk naar omliggende landen. Italië, Frankrijk en Duitsland zijn onze grootste afnemers. Al is export natuurlijk heel relatief in een klein land als België, want de afstanden zijn heel beperkt. Onze positie als producent mag niet onderschat worden, want België staat op plaats 4 binnen Europa. Nederland exporteert veel, Frankrijk, Italië en Duitsland produceren vooral voor de binnenlandse vraag.
Hoe zit het met de vraag naar kalfsvlees?
We zien dat het thuisverbruik licht dalend is, maar dat staat haaks op de trend in de horeca, waar kalfsvlees net in opmars is. Meestal zit kalfsvlees qua prijs net boven rundvlees, dus in dat opzicht genieten we mee van de hoge prijs in het rundveesegment. Kalfsvlees is een goed product waarvoor mensen bereid zijn om een premiumprijs te betalen. Er is veel nodig om mensen te doen afwijken van hun consumptiepatroon. Het is natuurlijk aan onze sector om het goede imago dat we hebben opgebouwd hoog te houden.
Meer PAS-technieken gewenst
Hoe zwaar weegt het stikstofakkoord op de kalverhouderij?
We zien zeker dat de onzekerheid onze boeren parten speelt, al is het moeilijk om exact te weten hoe groot die invloed is. Het is een duidelijk verstorende factor. Dat is zeker zo omdat er op dit moment slechts 2 opties zijn om als kalverhouder je impact te verkleinen: de eerste is minder dieren houden, de tweede is investeren in één specifiek type luchtwasser. We vragen dan ook aan het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV) om hun blik te verruimen en om kalverhouders meer mogelijkheden te bieden. We willen zeker ons steentje bijdragen aan de stikstofreductie, maar op deze manier zijn de mogelijkheden wel heel erg beperkt.
Circulair product
Ook de huidenmarkt behoort tot jullie activiteiten. Welke evoluties ziet u hier?
Kalfsleer is een heel specifiek product, dat vooral geliefd is in het luxesegment van handtassen en schoenen. Heel wat grote merken haken echter af. Momenteel zit de vraag wat in een dip en dat heeft zijn weerslag op de prijs. Wij werken samen met looierijen in Europa, maar de kopers van het eindproduct zitten vooral in China en die vraagmarkt neemt af.
Over imago gesproken, wordt het verhaal van kalfsvlees goed begrepen in de maatschappij?
Het gaat inderdaad over het vlees van een relatief jong dier en je hebt mensen die daar geen fan van zijn. Bepaalde mensen zijn tegen alles en die zal je niet overtuigen. Kalfsvlees heeft echter een heel sterk circulair verhaal. Wij valoriseren een ‘bijproduct’ van de melkveehouderij, namelijk mannelijke kalveren. Er wordt geen enkel dier specifiek gekweekt voor de productie van kalfsvlees, maar we slagen er wel in om een heel edel product op de markt te brengen. Dat geldt ook voor de voeding trouwens, want er worden vooral bijproducten van de voedingsindustrie gebruikt.
Waaruit bestaat de voeding van kalveren voor kalfsvlees precies?
Er zijn 2 belangrijke elementen: namelijk zuivel en ruwvoer. Zuivel is vooral weipoeder en andere derivaten, aangevuld met vet en plantaardige eiwitten. Het ruwvoer bestaat uit granen en maïs. De rosékalveren, een specifieke markt die vooral aanslaat in Noord-Europa, krijgen geen zuivel maar enkel ruwvoer. Het is een goedkoper voederpakket en de prijs van het vlees ligt dus ook lager.
Er werden vroeger vragen gesteld bij het dierenwelzijn in de kalverhouderij. Zijn die bekommernissen terecht?
De verhalen die de ronde deden over kalveren met bloedarmoede die het daglicht niet mogen zien, zijn compleet achterhaald. Daar klopt niets van. Onze sector is de eerste die in de jaren 90 geconfronteerd werd met strenge Europese regelgeving en we hebben ons daar ook aan aangepast. Zo zijn er bijvoorbeeld richtlijnen voor het hemoglobinegehalte en daar zitten we altijd ruim boven. Ook nu wordt er door overheden opnieuw gediscussieerd over nieuwe regels rond bijvoorbeeld ruimte per kalf, transport en dergelijke. En daar hebben we geen probleem mee, zolang er hier een breed maatschappelijk draagvlak voor is. Dan moeten strengere regels echter wel kaderen in een Europees gelijk speelveld en moet er een realistische timing opgesteld worden. Daarnaast is er nood aan financiële steun voor kalverhouders die investeringen moeten doen om hun bedrijven hieraan aan te passen.
Blauwtongeffect
Zien jullie een effect van blauwtong op de kalvermarkt?
Dit heeft vooral een impact op de aanvoer van nuchtere kalveren. We horen dat die een tijdje een dip heeft gekend, maar vandaag lijkt het beter te gaan. In de toekomst kan het wegvallen van melkvee er uiteraard nog voor zorgen dat het aanbod nuchtere kalveren daalt.