Bestrijden van ziektes bij vee is deels een politieke keuze
Met bijvoorbeeld een verplichte vaccinatie van alle runderen en schapen kan men de impact van een ziekte als blauwtong sterk beperken en op termijn uitroeien. Dat stelt Nick De Regge, diensthoofd Exotische en vector-overgedragen ziektes bij Sciensano. Verplicht vaccineren is evenwel een politieke keuze, waar voor de overheid een zekere kostprijs aan hangt.

De Regge verwijst naar de aanpak van bijvoorbeeld het pseudorabiesvirus en blauwtongvirus serotype 8 in het verleden. Deze ziektes konden bij ons worden uitgeroeid door een grootschalige vaccinatie en een goede monitoring achteraf.
“Met dezelfde aanpak als bij blauwtong serotype 8 kan men ook het momenteel circulerende blauwtong serotype 3 bestrijden, maar dan moeten de bevoegde politici keuzes maken. Als we volgende lente klaar willen staan om in België runderen en schapen te beschermen, moeten er snel beslissingen genomen worden over het bestellen van vaccins en het organiseren van het toedienen van de vaccins. Een verplichte vaccinatie is dan de meest efficiënte manier om een hoge vaccinatiegraad te bereiken, die nodig is om van een ziekte volledig af te geraken”, stelt De Regge.
Drie vaccins tegen blauwtong en EHD
Hij stelt een algemene vaccinatie voor tegen blauwtong serotype 3 (BTV3), waarmee de Belgische veehouders dit jaar geconfronteerd werden, en tegen blauwtong serotype 8 (BTV8) en het EHD-virus. Dat zijn 2 virussen die vanuit Frankrijk oprukken naar ons land. De epizoötische hemorragische ziekte (EHD) lijkt in symptomen en verspreiding op blauwtong.
“BTV3 zal er volgend voorjaar zeker nog zijn en op BTV8 en EHD moeten we voorbereid zijn. Het zijn 3 op elkaar lijkende virussen, maar een vaccin tegen het ene helpt niet tegen het andere. De beste oplossing is om tegen alle 3 te vaccineren vóór de start van de beweiding.” Voor EHD is in ons land zopas een vaccin toegelaten.
BTV3 brak in 2023 uit in Nederland en toen werden in ons land maar een beperkt aantal bedrijven getroffen, gelijkaardig als in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Dit jaar volgde een massale verspreiding in ons land en tevens naar vele andere landen, gaande van Noorwegen tot het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Portugal. De Regge vindt niet dat men Nederland iets kan verwijten. “In 2023 was er nog geen vaccin beschikbaar tegen BTV3, niet in Nederland of in andere Europese landen. Dan sta je machteloos. Dan kan je enkel ingrijpen als je het eerste dier met symptomen er meteen kan uithalen en dat is een onmogelijke opdracht, omdat je niet weet naar wat je op zoek bent.”
Vochtigheid speelt maar beperkte rol
De heel snelle verspreiding van BTV3 dit jaar in ons land werd door heel wat mensen toegeschreven aan het natte jaar, met veel plassen waarin de knijten – die de ziekte overbrengen – eitjes konden leggen. De Regge nuanceert. “Ik zou de rol van het vochtige weer niet willen overdrijven. De BTV3- uitbraak in 2024 verliep volledig volgens de verwachtingen, in analogie met de uitbraak van BTV8 in 2006-2007. De knijtensoorten die BTV overdragen leggen hun eitjes vooral in organisch materiaal zoals mesthopen. Tijdens het hoogtepunt van het vectorseizoen zal je rond elke veestal op een paar uren tijd altijd duizenden knijten vangen van verschillende soorten. Het weer kan ervoor zorgen dat er een beetje meer of minder zijn, maar het natte jaar was niet de hefboom voor de snelle verspreiding. Daarvoor moet je kijken naar het virus zelf en naar zijn interactie met de vector en de gastheer.” Ook het opnieuw ‘vernatten’ van natuurgebieden speelt geen bepalende rol in de verspreiding van de knijten die het blauwtongvirus overdragen.
Als het over blauwtong gaat, speelt het ras van de dieren geen bepalende rol. Wat volgens Nick De Regge wel meespeelt, is de intensieve veeteelt. “Het virus verspreidt zich dan heel snel over grote aantallen dieren en je krijgt zo telkens grote reservoirs van gastheren en knijten die het virus kunnen doorgeven. Je ziet in grote lijnen hetzelfde als bij monocultuur in de gewassen: daar rol je als het ware de rode loper uit voor plagen.”
Klimaatopwarming speelt een rol
De klimaatopwarming speelt ook een rol. “Over een langere tijd gezien wordt de periode waarin de knijten actief zijn langer. Het wordt vroeger op het jaar warm genoeg voor de knijten en het blijft langer warm. Daardoor vergroot de periode waarin de knijten het virus kunnen overbrengen.”
Meer introducties van exotische en vectoroverdraagbare ziektes
De blauwtongvarianten kunnen we uitroeien met een strikte vaccinatie, maar daarna blijft waakzaamheid geboden. “Op Europees niveau zien we dat er de voorbije jaren een toename is van vector-overdraagbare en exotische ziektes die nieuw zijn voor Europa, denk bijvoorbeeld aan het Westnijlvirus, de lumpy skin disease en de schapen- en geitenpokken. Ook daarin speelt de klimaatopwarming een rol, net als de globalisering in al zijn vormen. Dat het toegenomen internationale verkeer van mensen, dieren, goederen en voeding ervoor zorgt dat er meer ziektes zijn bij ons vee, is een goed onderbouwde hypothese.” Sommige ziektes, zoals de Afrikaanse varkenspest, reizen zelfs mee in bereide voeding.
Dat er dus nog meer ziektes op de veehouders afkomen, moet volgens De Regge niet betekenen dat er binnenkort geen vee meer buiten in de weides zal kunnen lopen. “Vaccineren werkt voor veel overdraagbare ziektes en soms volstaan praktische oplossingen om de risico’s te beperken, zoals een dubbele rij schrikdraad om contact van buitenloopvarkens met wilde everzwijnen te voorkomen. Dieren die op de weides grazen, dat zal niet onmogelijk worden, maar het zal ook nooit meer zo evident zijn als vroeger.”
Vaccineren kan eveneens bij wilde dieren
Vaccineren moet overigens niet beperkt blijven tot de commerciële dieren. “In het verleden zijn er reeds succesvolle vaccinatiecampagnes geweest bij vossen en everzwijnen. Voor bepaalde overdraagbare ziektes kan dat een deel van de oplossing zijn.”
Veel veehouders voelen zich machteloos tegen al die overdraagbare ziektes. Ondanks de klassieke bioveiligheidsmaatregelen worden hun dieren soms toch ziek. “Elke veehouder kent de klassieke bioveiligheidsmaatregelen of zou ze moeten kennen. Die werken ook effectief en ze moeten zeker aangehouden worden. Dat is de belangrijkste verantwoordelijkheid van elke veehouder. Daarnaast moet elke veehouder – voor zover de overheid het al niet oplegt – in overleg met zijn dierenarts voor zichzelf bepalen welke vaccinatiestrategie nodig is voor zijn bedrijf.”
Verplicht of vrijwillig?
Verplicht of vrijwillig vaccineren blijft een politieke keuze. “In Frankrijk heeft men inzake BTV8 veehouders op vrijwillige basis laten vaccineren. Het resultaat is dat die ziekte daar endemisch is geworden. Dat virus blijft daar al enkele jaren sluimeren en steekt geregeld opnieuw de kop op, een beetje zoals PRRSV en het Schmallenbergvirus bij ons.”
Voor vectorovergedragen ziektes als blauwtong helpt het dat alle buurlanden dezelfde strenge vaccinatiestrategie volgen om zo’n ziekte uit te kunnen roeien. Ook Europa kan een rol spelen. Op Europees niveau worden ziektes ingedeeld in verschillende categorieën. Voor bepaalde categorieën geldt enkel een meldingsplicht en beperkingen voor het intracommunautair handelsverkeer, zoals voor EHD. Voor andere categorieën geldt de verplichting om de ziekte volledig uit te roeien, zoals voor mond-en-klauwzeer en schapen- en geitenpokken. Blauwtong serotype 3 hangt daar wat tussen in. Vaccineren kan, maar de ziekte uitroeien is niet verplicht. Als een ziekte van categorie verandert, veranderen ook de verplichtingen voor de lidstaten.
België en zijn buurlanden hebben voor bepaalde vaccins uitzonderingen moeten vragen om die te mogen gebruiken. Ze konden voor enkele vaccins de toelatingsprocedure versneld doorlopen. Nick De Regge ziet niet graag gebeuren dat die procedure nog versneld wordt. “Er moet een minimumgarantie zijn dat die vaccins werkzaam zijn en veilig kunnen gebruikt worden. Sommige virussen zijn heel stabiel en dan is het interessant om van die vaccins een voorraad aan te leggen. Andere muteren snel – zoals de vogelgriep – en dan moeten de vaccinproducenten de tijd krijgen om telkens een goed nieuw vaccin te ontwikkelen.”
Alle erfbetreders zijn belangrijk
Een werkpuntje waar mogelijk nog iets van winst te rapen valt, zijn de erfbetreders. “Inzake bioveiligheid ligt de focus vandaag vooral op de dieren. Dierentransporten worden ontsmet voor ze naar een volgend bedrijf gaan. In dezelfde logica zouden ook dierenartsen, leveranciers van veevoeders en melkophalers na elke tussenstop op een veehouderij de personen, voertuigen en gebruikte middelen ontsmet moeten worden voor de volgende stop op een ander bedrijf. Nu letten we daarop bij een vastgestelde uitbraak, maar minder als er nog niets werd vastgesteld. Zonder uitbraak is dat misschien niet altijd en overal makkelijk te realiseren, maar het zou al goed zijn dat iedereen zich ervan bewust is dat die risico’s bestaan.”
Het beter inschatten van risico’s en meer kennis van overdraagbare ziektes kunnen een sterk wapen zijn voor veehouders. Sciensano werkt regelmatig mee aan opleidingen aan dierenartsen en wil ook landbouwers uitgebreid informeren over nieuwe en bestaande ziektes. “Nieuwe ziektes kunnen overal en op elk moment opduiken. Het is belangrijk dat de veehouder snel de link legt tussen bepaalde symptomen en ziektes, zodat hij al in een vroeg stadium alarm kan slaan. De veehouder en zijn dierenarts zijn een beetje onze kanarie in de koolmijn, voor ons en voor al zijn collega’s. De bevoegde diensten kunnen pas in actie komen als de veehouders ons een signaal geven”, besluit Nick De Regge.