Edito: Veehouders stonden erbij en keken ernaar...
De voorbije jaren wordt de ene na de andere veehouderijsector geconfronteerd met bijna niet te stoppen dierziekten. Ze razen als een lopend vuurtje doorheen de kudde en veroorzaken veel leed bij dier en boer.

Afrikaanse varkenspest, vogelgriep, IBR, blauwtong… het zijn intussen zelfs dierenziektes die menig burger vertrouwd in de oren klinken. Varkens en koeien staan misschien wat verder af van die burger, maar in heel wat tuinen en particuliere weides vind je wel kippen en/of schapen. Op zo’n moment komen vogelgriep en blauwtong dus akelig kortbij in menig achtertuin.
We berichten momenteel bijna wekelijks – zo niet dagelijks - artikels over blauwtong en de gevolgen ervan. Ook de sociale media staan vol schrijnende berichten van schapenhouders en ook meer en meer van rundveehouders wiens dieren ziek zijn of sterven. De uitbraken met het blauwtongvirus serotype 3 (BTV 3) escaleren dan ook, zowel in ons land als in onze buurlanden. In België is volgens de Sciensano-gegevens de kaap van 900 gevallen intussen nabij (www.sciensano.be, dd. 20 augustus). Jammer genoeg is het ook geen eindcijfer.
Het virus dat hiermee gepaard gaat wordt namelijk overgedragen door knutten, zeg maar lastige kleine muggen. En dat knuttenseizoen loopt nog bijlange niet ten einde. Dat het al een lang nat seizoen is, helpt hier weliswaar niet bij. Weeral een nadeel van die nattigheid waar zowat alle sectoren dit jaar mee te kampen krijgen .
Alle adviezen ten spijt blijkt de geadviseerde vaccinatie ook niet overal de verwachte resultaten te hebben. De 3 door de overheid toegelaten vaccins zijn blijkbaar niet zo goed opgewassen tegen het huidige BTV 3. Daarom spreekt men al van een tweede vaccinatieronde. Waar kennen we dat nog van…? Het lijkt dat er hier opnieuw ietwat ‘blind gevaren’ wordt in de strijd tegen het onbekende. Net zoals ruim 4 jaar terug wanneer de covidcrisis losbarstte en we leerden dat virussen soms ook snel muteren. Met tijd en een nauwgezette vaccinatiecampagne konden we toen als maatschappij uit het dal kruipen.
Het is altijd moeilijk om geconfronteerd te worden met zieke dieren, laat staan sterfte. Zo’n situatie gaat bovendien gepaard met productieverliezen – en dus inkomensverliezen – en in sommige gevallen ook met verlies van belangrijke genetica. Vooral dat laatste is niet iets wat je op 1 2 3 opnieuw kunt opbouwen. De energie, middelen en tijd die veehouders vandaag moeten investeren tegen de oprukkende ziektes komen bovendien op een moment dat de dierlijke sector al voor vele andere, misschien wel grotere uitdagingen staat. Heel wat veehouders worden er alvast moedeloos van.