Startpagina Veeteelt

Europese richtlijn Industriële Emissies zal vergunningen voor grote varkens- en pluimveebedrijven beïnvloeden

Op 4 augustus trad de herziening van de richtlijn Industriële Emissies in werking. Die moet tegen 2050 de uitstoot van schadelijke stoffen drastisch verminderen, ook die afkomstig van grote varkens- en pluimveebedrijven.

Leestijd : 2 min

Een herziening van de richtlijn Industriële Emissies ging op 4 augustus in werking. De richtlijn moet de schadelijke uitstoot van industriële installaties zo veel mogelijk beperken.

Het doel is om tegen 2050 de uitstoot van belangrijke luchtverontreinigende stoffen, zoals fijn stof, stikstofoxiden en niet-methaan vluchtige organische stoffen, met 40% te doen dalen ten opzichte van 2020. De richtlijn werd in een nieuw jasje gestoken om meer in lijn te liggen met de Zero Pollution ambitie van de Green Deal.

Varkens- en pluimveebedrijven

Grote Europese varkens- en pluimveebedrijven, ‘veeteelt die gewoonlijk in gesloten gebouwen plaatsvindt’, vallen onder de richtlijn. Vooral stikstofuitstoot (ammoniakemissies) en nitraatvervuiling in water moet met behulp van de richtlijn naar beneden.

Een uitzondering bestaat dan weer voor organische varkenshouderijen en rundveebedrijven. Tijdens onderhandelingen tussen het Europees parlement en de lidstaten werd besloten om die laatste niet op te nemen in een verstrenging van de emissienormen.

Onder de oude richtlijn Industriële Emissies vielen 23.100 Europese varkens- en pluimveebedrijven, of zo’n 18% van dergelijke bedrijven in de EU. Door de verstrenging komen daar nog eens 15.400 bedrijven bij. In totaal zijn het dus de 30% grootste Europese varkens- en pluimveebedrijven die aan striktere uitstootnormen zullen moeten voldoen.

Pas vanaf een bepaalde capaciteit voor dieren komt een landbouwbedrijf in aanmerking voor de doelstellingen in de herziene richtlijn: 21.439 plaatsen voor leghennen, 37.500 plaatsen voor eenden, 40.000 plaatsen voor vleeskuikens, 1.167 plaatsen voor varkens of 700 voor zeugen. Op die manier worden kleinere bedrijven, zo’n 90.000 varkens- en pluimveebedrijven in de EU, vrijgesteld van de richtlijn Industriële Emissies.

“Onze Vlaamse familiebedrijven in de veehouderij kunnen we niet over dezelfde kam scheren als grote industriële spelers”, zei voormalig Europarlementariër Tom Vandenkendelaere (EVP) nog na de goedkeuring van de richtlijn in het Europees parlement op 12 maart.

Wat verandert er nu?

De richtlijn Industriële Emissies legt bepaalde uitstootnormen en andere milieuvoorwaarden op voor de verlening van vergunningen aan de bedrijven. Deze zijn voor landbouwbedrijven wel minder streng dan voor andere industriële installaties. Zo moeten landbouwers de bodem en het grondwater niet zelf controleren op vervuiling, wat een vervuilende fabriek wel zou moeten doen. Daarnaast probeert de Commissie extra administratie voor boeren te vermijden. Lidstaten zullen zelf instaan voor de registratie van landbouwbedrijven, in plaats van de oprichting van een volwaardig vergunningenstelsel.

Sowieso zal er de komende jaren nog niet veel veranderen voor grote varkens- en pluimveehouderijen. Pas tegen september 2026 zal de Commissie in samenspraak met experten en vertegenwoordigers van de landbouwsector bepalen op welke manier veehouders precies hun uitstoot moeten doen dalen. Bedoeling is dat de bedrijven de ‘best beschikbare technieken’ toepassen. Tussen 2030 en 2032 ten vroegste worden de regels dan pas van toepassing op veehouderijen, afhankelijk van hun grootte.

Thor Deyaert

Lees ook in Veeteelt

Meer artikelen bekijken