Edito: Een kwart minder waard
Wetten formuleren… het kan niet gemakkelijk zijn. Je bepaalt immers hoe de bevolking zich moet gedragen of moet handelen. Dikwijls gaat het ook over andermans geld en eigendommen. Trek je bij die beslissingen dan even de schoenen van de betrokkenen aan? Wat als jouw portefeuille plots 25% lichter wordt?

Er is al veel geschreven en verteld over het vermaledijde stikstofdecreet. Toch zijn er nog steeds veel zaken niet uitgeklaard. Intussen tikt de klok wel verder. Heel wat deadlines naderen angstvallig en de onzekerheid blijft knagen. De artikels over de programmatische aanpak stikstof die we dit voorjaar publiceerden, waren doorspekt met voorwaardelijke beschrijvingen. De uiterste data wanneer veebedrijven aan die nog niet helemaal gekende voorwaarden moeten voldoen, zijn daarentegen heel concreet.
Alle veehouders beschikken sinds 2007 ook over nutriëntenemissierechten, de zogenaamde NER’s. Het zijn individuele verhandelbare rechten die op basis van mestproductie bepalen hoeveel dieren het veebedrijf mag houden. Deze formulering van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) moet vandaag de dag eigenlijk in de verleden tijd geformuleerd worden, want die ‘mag’ is intussen al lang ‘mocht’ geworden.
NER’s zijn ‘verhandelbaar’, wat dus betekent dat ze een kapitaal vertegenwoordigen. Bij het streefdoel van de Vlaamse overheid om alsmaar minder mest te produceren – lees minder dieren te houden – lijkt dat nochtans van ondergeschikt belang. Eigenlijk beschikt een veehouder dikwijls niet meer ten volle over zijn originele en kostbare 100% NER’s, onder meer als het bedrijf wordt overgenomen.
Het stikstofdecreet van 22 februari besliste immers dat bij heel wat overnames 25% van de NER’s in de vuilbak zal belanden, onder meer bij bepaalde vennootschapsvormen. Door de schommelende inkomsten tijdens de voorbije decennia schakelden heel wat varkens- en pluimveebedrijven hun bedrijfsvorm om tot een besloten vennootschap (bv), wat fiscaal interessanter bleek.
Deze bedrijven zijn nu ‘gejost’! Bij elke wijziging – zelfs binnen een familiale context – in de vennotenstructuur van de besloten vennootschap verdwijnt immers ineens 25% van de NER’s.
Maken we dezelfde redenering bij bijvoorbeeld een transportbedrijf waar de zoon in de besloten vennootschap treedt, dan mag men daar plots een kwart van de vrachtwagens niet meer gebruiken, en die vrachtwagens zijn bovendien ineens ook niets meer waard...
Zou dat in die sector ook pakken of lukt zo’n afroming enkel bij landbouwers?