Startpagina Archief

Doorgaans hoge bemestingsadviezen

Tijdens de voorbije graanvergaderingen die het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) organiseerde, brachten medewerkers van de Bodemkundige Dienst van België een overzicht van de actuele bemestingsadviezen voor wintergranen en van welke bemestingsstrategieën in tarwe gevolgd kunnen worden.

Leestijd : 7 min

Op de graanavond in Kruisem aanhoorden wij Davy Vandervelpen van de Bodemkundige Dienst van België (BDB). Hij stond allereerst stil bij hoeveel meststoffen de landbouwers nu moeten gebruiken in wintertarwe en gaf meer info over met welke producten ze moeten bemesten. Hij wees er onmiddellijk op dat stikstof zo efficiënt mogelijk moet ingezet worden. “Want, er is de economische realiteit én er is de mestwetgeving. Het nieuwe MAP 7 reduceert zo in bepaalde gebieden de toegestane bemestingsnorm. Die reductie kan gemilderd worden door het toepassen van goede landbouwpraktijken. Vergeet deze dan ook niet aan te geven in uw verzamelaanvraag”, klonk het advies.

Mogelijkheden tot optimalisatie

Er zijn mogelijkheden om de stikstofbemesting in tarwe te optimaliseren. Dit kan je doen door de bemesting af te stemmen op perceelsniveau en/of door efficiëntere meststoffen en biostimulanten toe te passen. Beide mogelijkheden werden door de medewerkers van de Bodemkundige dienst verder toegelicht tijdens de voorbije graanavonden van LCG.

Het stikstofadvies kan fijn berekend worden via de N-index-methode op basis van een stikstofprofielanalyse, waarbij na de winter een bodemstaal wordt genomen. Naast de gemeten bodemvoorraad worden ook andere perceelseigenschappen in rekening gebracht om een goede inschatting te maken over hoeveel minerale stikstof op het perceel ter beschikking zal komen van het graangewas, zoals de hoeveelheid stikstof die vrijkomt uit de organische stof of de nawerking van de stalmest die in het najaar toegediend werd. Het overgebleven nitraatresidu voor de winter, de hoeveelheid neerslag tijdens de winter en de bodemtextuur hebben een grote invloed op de bodemvoorrraad die in het voorjaar wordt gemeten. Bijkomend wordt er ook gekeken naar de stand van het graangewas op dit moment.

De zaaidatum speelt hierbij een rol. Logischerwijze heeft een gewas dat vroeg gezaaid is meer stikstof opgenomen dan tarwe die laat is ingezaaid. Daarbij mag echter de stand van het perceel niet uit het oog verloren worden. Er werden foto’s getoond om het verschil tussen velden in beeld te brengen. Zo was een beeld te zien van een perceel dat tijdig met wintertarwe was ingezaaid, maar dat door veel regen na zaai was dichtgeslibd en merkelijk minder goed ontwikkeld was. Een perceel dat later was ingezaaid en dat geen neerslagschade kende, stond er dan, ondanks de latere uitzaai, toch beter bij. De vraag is dan ook of het vroeg gezaaide, maar dichtgeslibde perceel nog zijn maximale opbrengstpotentieel kan halen.

Neerslagoverschot

Davy Vandervelpen wees in zijn uiteenzetting op het neerslagoverschot dat we kennen. Gegevens van het KMI tonen aan dat 2024 het natste jaar ooit was in ons land, maar ook dat de voorbije maand januari 2025 de natste ooit was.

Op de BDB zijn ondertussen al heel wat bodemstalen geanalyseerd om de actuele nitraatvoorraden te bepalen. Daar merken ze het effect van de natte weersomstandigheden die we achter de rug hebben. In de laag 0 tot 30 cm diep zit er doorgaans een zeer lage voorraad nitrische stikstof. Dat geldt nagenoeg voor alle voorteelten. Ook de laag 30 tot 60 cm toont zeer lage voorraden. Dat toont aan dat de nutriënten onder invloed van de vele neerslag effectief zijn uitgespoeld naar de diepere lagen en maakt dat we nu ‘arme’ profielen kennen. Ook de nitraatresidu’s eind 2024 gemeten kenden al lage waarden.

Davy Vandervelpen bemerkte dat er ook altijd atypische voorbeelden zijn. Zelf toonde hij het voorbeeld van wintertarwe na een gescheurde weide. Hier laten de stikstofprofielanalyses uiteraard iets anders zien.

Hij wees erop dat de BDB nog altijd een stikstofadvies geeft, doorgaans verdeeld in 3 fracties. “Zo kan er ingespeeld worden op de 3 cruciale stadia wanneer het gewas het meeste stikstof nodig heeft.”

Hoge eerste fractie in 2025

Speciaal voor de graanavonden van het LCG gaf de BDB een overzicht van de bemestingsanalyses die het dit jaar reeds opstelde. Hieruit blijkt dat meer dan 70% van de percelen een eerste fractie berekend krijgt van 90 kg stikstof/ha. Dat is nagenoeg dezelfde situatie als vorig jaar.

Davy Vandervelpen merkte hierbij wel op dat meer dan die 90 eenheden in de eerste fractie vaak niet geadviseerd wordt. “Omdat er geen garantie is dat het gewas dit allemaal snel kan opnemen.” Op het moment van de eerste fractie is de kans op verliezen nog het grootst: het gewas staat nog klein en de kans op een natte periode is nog groot. Verliezen via afspoeling, omzetting naar gasvormige stikstofverbindingen wanneer percelen onder water staan of via vervluchtiging bij gebruik van vloeibare meststoffen kunnen optreden. Daarom adviseert hij om niet hoger te doseren in de eerste fractie, maar om wel de tweede fractie sneller te geven.

Om de bemesting te verdelen over de verschillende fracties heeft de BDB samen met Inagro en Ugent/HoGent de voorbije 2 jaren proefveldonderzoek verricht in het kader van het Vlaio-project ‘Optitarwe’. Dat waren door de ‘natte’ jaren wel niet de beste jaargangen om proefveldonderzoek te doen. Een eerste conclusie uit het onderzoek laat duidelijk zien dat waar niet bemest wordt, de laagste opbrengsten worden genoteerd. Het is dus aangetoond dat bemesten wel degelijk zin heeft!

Een verklaring voor de verschillen die in de proef verder tot uiting kwamen moet vooral gezocht worden bij een combinatie van factoren die de optimale stikstofbemesting voor een perceel bepalen. Denk hierbij aan de zaaidatum, maar ook aan de weersomstandigheden na zaai, het koolstofgehalte van het perceel, de stikstofvoorraad van het perceel, net als de gekozen variëteit.

Uit de proef wordt geconcludeerd dat de totale bemesting heel belangrijk is én perceelsspecifiek. Dat laatste geldt tevens bij de bepaling van de optimale fractionering.

Bemestingsstrategieën

Davy Vandervelpen presenteerde nog een ander onderzoek dat de BDB samen met Inagro en het Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant de voorbije 2 jaar had gerealiseerd, namelijk een zoektocht naar de beste strategieën om tarwe te bemesten. In dit onderzoek werd BlueN, een biostimulant, meegenomen en N-leaf, een bladmeststof. Proefobjecten bestonden ook uit bemestingshoeveelheden waarbij het advies met 20% gereduceerd werd, al dan niet aangevuld met BlueN of N-leaf.

Het bemestingsadvies terugschroeven naar 80% van het advies, deed ten opzichte van het ‘volle’ of 100% van het advies, de opbrengst met 5% of z’n 530 kg/ha teruglopen.

De projectpartners stonden stil bij de vraag wat economisch gezien de meest interessante bemestingsstrategie is. Minder meststoffen geven, zorgt zo voor een mindere eindopbrengst, maar wel voor een financiële besparing bij de aankoop van kunstmest.

De conclusies over de proeven uitgevoerd in 2023 en 2024 luidden dat bemesten volgens 100% van het advies zorgt voor de hoogste kilogramopbrengst én het hoogste eiwitgehalte. Ook economisch gezien is dit de beste strategie. De besparing die gerealiseerd kan worden door minder meststoffen aan te kopen, kan dus niet op tegen het opbrengstverlies dat dan genoteerd wordt.

De volle bemesting – dus 100% van het advies geven – geeft gemiddeld over alle proefobjecten het hoogste nitraatresidu. Dat viel echter nog relatief laag uit, zonder dat de drempelwaarden werden overschreden.

Het toepassen van BlueN als vervanging van een deel van de stikstofbemesting kon gemiddeld gezien geen aantoonbaar effect op de opbrengst laten noteren. Gemiddeld genomen was er wel een iets hoger eiwitgehalte in vergelijking met objecten waar de stikstofbemesting gereduceerd werd. Mogelijk kan BlueN wel andere positieve effecten laten zien, bijvoorbeeld op het vlak van plantgezondheid of weerstand tegen stress.

De inzet van N-leaf liet zien dat de opbrengstdaling die veroorzaakt werd door de bemesting met 20% te laten dalen deels kon gecompenseerd worden: gemiddeld een compensatie van 220 kg/ha waar een opbrengstverlies van 310kg/ha werd gemeten. Dit effect verschilde wel tussen de verschillende proeven, dus ook de economische meerwaarde.

Biostimulanten

Tot slot werd nog een proef besproken waarbij biostimulanten werden ingezet (zie ook Landbouwleven van 27 februari 2025). De lessen die de onderzoekers nemen uit de gedane proefveldwerking zijn dat bemesten volgens 100% van het advies de hoogste opbrengst en het hoogste eiwitgehalte oplevert. Op 3 locaties werd vorig jaar zwavel ingezet bij de bemesting, zonder dat een effect op de opbrengst of het eiwitgehalte werd gezien.

De inzet van biostimulanten liet maar weinig effect op de opbrengst en het eiwitgehalte zien. Wat vast- staat, is dat ze een reductie van 30% ten opzichte van de adviesbemesting niet kunnen opvangen of compenseren.

Over biostimulanten werd nog een ervaring uit Frankrijk bij proefstation Arvalis bekendgemaakt. Zij bevelen aan om voldoende kritisch te zijn en om te kijken naar de kosten-batenanalyse bij de inzet van biostimulanten. Ze drukken erop om rekening te houden met de voorschriften van de fabrikant, niet alleen wat de dosis betreft, maar zeker voor wat betreft het tijdstip en de omstandigheden van toedienen.

Ideaal moment

De medewerkers van de Bodemkundige Dienst van België krijgen vaak de vraag: ‘Wanneer is nu het ideale moment om de eerste meststoffengift te geven? Een van de belangrijkste adviezen die Davy Vandervelpen hier liet horen, was om de bodemomstandigheden te controleren. “Uw perceel moet een bereiding aankunnen. Natte plekken in het veld kunnen u verrassen. Ga uw veld controleren, maar doe dit niet met de tractor en aangekoppelde strooier. In zo’n omstandigheden is immers amper iemand terug huiswaarts gekeerd als de bodem het niet aankon (lacht)”.

Tim Decoster

Actueel

Voir plus d'articles
Meest gelezen