
De partners van deze informatieavond hadden een mooi technisch programma uitgewerkt. Als eerste bracht Professor Emeritus Geert Haesaert, recent gepensioneerd aan de UGent, zijn visie op gewasbeschermingsmiddelen. Hij stond vooral stil bij hoe we toch nog gewassen kunnen produceren met een verminderend middelenpakket.
Weinig speelruimte om minder te produceren
Geïntegreerd systeem biedt oplossing
Als oplossing naar de toekomst ziet hij een ‘geïntegreerd’ systeem dat niet enkel meer gebaseerd is op chemische oplossingen, maar dat bestaat uit een combinatie van verschillende technieken, zoals er onder andere zijn: chemische, biologische, mechanische… Er zal volgens de professor een verschuiving komen van chemische technologie naar alternatieve technologieën en methoden door kennisopbouw en opleiding.
Hij wees ook op nieuwe methoden in plantenveredeling, zoals genome editing via Crispr-Cas-techniek. Hierdoor kan er ziekteresistentie ingebouwd worden bij planten. Tevens werd naar precisielandbouw verwezen om gewassen beter te monitoren en om hun gezondheidstoestand beter te evalueren. “Onkruidherkenning en vervolgens pleksgewijs bestrijden liet in proeven al een stevige reductie van het herbicidegebruik zien.”
De conclusie luidde dat we nieuwe technologieën moeten omarmen, maar dat geen enkele technologie alleen dé oplossing zal brengen. “Vele kleine beetjes helpen, onderschat zo het belang niet van vruchtwisseling.” Opleiding en kennis zullen in de toekomst enkel maar in belang stijgen.
Tot slot adviseerde professor Haesaert om nooit je gezond boerenverstand te vergooien én om zorg te dragen voor de bodem. “Is uw bodem niet in orde, dan zal nieuwe technologie ook niet helpen.”
Zijn biomiddelen de toekomst?
Grotere uitdagingen
Hij wees er wel op dat de uitdagingen voor biologicals en biopesticiden groter zijn. Ze vragen meer kennis en aandacht. “In veel gevallen kunnen ze de synthetische producten niet 1 op 1 vervangen en moeten ze in een systeem worden ingezet.” Daarmee ging hij akkoord met wat professor Haesaert eerder stelde. “Hun werking is soms meer afhankelijk van externe factoren, zoals weersomstandigheden met de invloed van licht en temperatuur of nog de impact van de gehanteerde spuittechniek. Op het vlak van herbiciden zijn er vrijwel nog geen oplossingen beschikbaar.”
Samengevat erkende Sneyders dat biologische middelen ‘een’ onderdeel van de gewasbescherming van de toekomst zijn. “Ze zijn een stukje van de puzzel, in combinatie met synthetische middelen, in combinatie met natuurlijke vijanden, in combinatie met rassenkeuze enzomeer.
Voor de verdere ontwikkeling en inzet van biologische gewasbeschermingsmiddelen zal een brede agronomische kennis en ervaring nodig zijn.” Als laatste pijnpunt benoemde hij dat er nood is aan een aangepaste en versnelde toelatingsprocedure voor dergelijke middelen naast financiële stimulansen om de transitie te helpen.
Eigen proefproject uitgerold
Waar eerdere waarnemingen aantoonden dat er minder organische stof in de bodem aanwezig was, werd op die plekken meer stalmest gestrooid. Dit gebeurde met een aangepaste stalmeststrooier die een variabele afgifte kon verzekeren, door de snelheid van de bodemketting aan te passen en via weegcellen die de hoeveelheid product constant registreerden. Om de variabele bemesting uit te voeren werd er vooraf een taakkaart aangemaakt op basis van het gemeten organischestofgehalte via een bodemscan.
Doppen aansturen
Pieter Claeys ziet mogelijkheden voor bepaalde producten in de toekomst via rijenbespuiting. Door dopschakeling op de spuitboom kan zo enkel spuitmiddel verdeeld worden in of tussen de rij. Daardoor kan volgens hem tot 60% besparing op middelen gerealiseerd worden en het is een techniek die in combinatie met de schoffelmachine kan. “De impact op het milieu vermindert dus stevig.”
Een andere techniek die hij toelichtte, was spot spraying. “Pulserende doppen gaan hierbij razendsnel open en dicht om gericht middel te doseren. Deze techniek maakt niet enkel pleksgewijze behandeling (spot spraying) mogelijk, maar ook het variabel spuiten en maakt het mogelijk om bochten te compenseren.”
Taakkaarten en/of camera’s kunnen de doppen individueel aansturen, waardoor zelfs tot 95% middelenbesparing mogelijk is volgens Claeys. Tevens daalt hierdoor de impact op het milieu, maar ook de middelenkost en de remming op het gewas. Zo’n techniek kan een oplossing betekenen voor probleemonkruiden of kan net toekomst scheppen voor bepaalde producten.
Voornoemd proefproject zet Beel dit jaar verder. Ze zijn van plan om variabel te gaan bekalken en om opbrengstdata te gaan registreren. Daarnaast zien ze mogelijkheden dankzij de intrede van artificiële intelligentie (AI) in de landbouw. “Dat kan zorgen voor een verbeterde detectie van onkruiden of ziekten in het veld en voor een betere analyse van de verzamelde data.” Tot slot gaf Pieter Claeys mee om nieuwe technieken zeker te omarmen.
Opleidingsaanbod
“
Kennisportefeuille
Voor specifieke opleidingsbehoeften rond landbouwmechanisatie, veiligheidsattesten en code 95 biedt PCLT eveneens een uitgebreid aanbod. De Vlaamse overheid ondersteunt deze gerichte opleidingen via de kennisportefeuille, met een terugbetaling tot 70%. Op het E-loket is hiervoor recent een aparte tegel ‘kennisportefeuille’ toegevoegd met alle relevante informatie. Met de kennisportefeuille kunnen landbouwers investeren in zowel vorming als advies. Via een catalogus kan een passende opleiding of advies worden geselecteerd. PCLT biedt een reeks goedgekeurde opleidingen binnen deze regeling. Dit systeem is vergelijkbaar met de bekendere KMO-portefeuille en voorziet een opleidingsbudget van 2.000 euro per actieve landbouwer. Omdat dit budget slechts tot eind 2025 beschikbaar is, is het verstandig om tijdig een doordachte keuze te maken en die te investeren in relevante opleidingen. Voor wie zijn vakbekwaamheid code 95 binnenkort moet vernieuwen, vormt dit alvast een mooie opportuniteit.