Professor Holslag: “De crisissen van de afgelopen jaren hebben veel mensen doen inzien hoe belangrijk de landbouw is als strategische sector, en toch wordt landbouw in dit land niet gezien als een van de meest cruciale sectoren. In andere werelddelen is dat wel het geval, nu meer dan ooit. Het belang van voedselveiligheid en voedselsoevereiniteit werd door de oorlog in Oekraïne heel duidelijk. We moeten onze eigen bevolking van voedsel kunnen voorzien.”
Toekomstige soevereiniteit van China
“Op dit moment zijn bedrijven met grote fondsen vanuit Qatar, China, Singapore… grond in Europa aan het opkopen om hun voedseltoevoer te verzekeren. Vooral Azië heeft de afgelopen jaren enorm ingezet op zelfvoorziening, waardoor binnen 5 tot 10 jaar onze afzetmarkt daar dreigt weg te vallen. India is bijvoorbeeld heel genereus met landbouwsubsidies, waardoor het heel moeilijk is om daar nog binnen te geraken. De bevolking in Zuid-Azië en Afrika is sterk aan het groeien, en dat brengt exportkansen met zich mee, maar ook daar zet men steeds meer in op voedselsoevereiniteit.
China gaat ervan uit dat er binnen dit en 20 jaar een oorlog zal woeden in het oosten van Azië, en tegen dan willen ze totaal zelfvoorzienend zijn, zeker op het vlak van landbouw. Daarom is China 70 projecten aan het uitrollen met megastallen waarvan het doel is om vleesonafhankelijk te worden. Ik verwacht dat China zo overschotten gaat genereren en zal evolueren van een import- naar een exportmarkt. China zal in vleesproductie de grootste strategische reserves ter wereld hebben en zo ook aan prijszetting kunnen doen.
In vergelijking met onze buurlanden is de diplomatieke steun voor onze export ook heel klein. Nederland zet daar bijvoorbeeld veel meer op in. De Nederlandse ambassades in Azië beschikken allemaal over verschillende landbouwattachés die niets anders doen dan lobbyen om Nederlandse producten daar binnen te krijgen. Onze mensen zijn daar helemaal nergens te bespeuren, en dat zal in de toekomst een enorm verschil maken, aangezien het nu al moeilijk is om in die landen binnen te geraken”, stelt de professor.
Inzetten op productieveiligheid
“We moeten in België meer inzetten op productieveiligheid in de hele voedselketen. Oost-Azië doet dat heel goed, en ook onze buurlanden Nederland en Frankrijk evolueren daarnaar. Zij bouwen een strakke horizontale coördinatie uit over heel de productieketen door grote spelers te laten samenwerken.
Het allerbelangrijkste dat België kan doen, is de band tussen boer en burger herstellen, door campagnes en vooral door jongeren opnieuw het platteland te laten ontdekken. Voorts moeten we erover waken dat de poorten tot de burger niet gedomineerd worden door enkele grote, buitenlandse supermarkten. De markt moet divers blijven.
Daarnaast moeten we de landbouwer beter ondersteunen om zijn bedrijf weerbaar te maken tegen steeds moeilijkere omstandigheden. Onze overheid moet ook horizontaal nadenken, over de hele waardeketen, zoals de buurlanden dat doen: van boer over de verwerkende industrie tot de detailhandel. Tot slot moet ons land waken over eerlijke concurrentie. Als we hier heel strenge regels toepassen en niet op de producten die we invoeren, dan discrimineren we onze eigen boeren. Dat is waanzin.
De Verenigde Staten van Amerika heeft momenteel een van de meest robuuste en gespierde landbouwmarkten ter wereld. President Biden zet niet enkel in op de hightech industrie, maar ook op de landbouwsector en op de hele voedselketen.
En Europa blijft maar twijfelen. We willen progressief zijn en groener worden met zo weinig mogelijk stikstof, maar we willen natuurlijk ook zelfvoorzienend blijven. Ik denk dat voor ons, de Europeanen, een belangrijke transitie te wachten staat, waarbij we het evenwicht moeten vinden tussen duurzaamheid, kwaliteit en strategie, en dat binnen een sector die veerkrachtig genoeg is om stabiliteit te bieden. We moeten op middellange termijn de landbouwsector veiligstellen en daar mogen we zeker niet te lichtzinnig mee omgaan.
De politiekers, maar ook de burgers, moeten gaan inzien dat landbouwbedrijven meer doen dan eten maken. Een landbouwbedrijf draagt bij aan samenhorigheid, het verbinden van een lokale samenleving, het biedt educatie aan kinderen en vertelt iets over wie wij zijn. Een landbouwer is al lang niet meer een persoon zonder opleiding. Een landbouwer moet alles kunnen, hij is bezig met het milieu, met technologie, met ondernemen, en met het verbinden van de samenleving.
Jammer genoeg is de afstand tot de consument te groot geworden. Er is een soort van vervreemding ontstaan, waardoor consumenten de weg niet vinden naar lokale producten. Boeren geraken hun producten zo niet kwijt aan een goede prijs, en moeten een nieuw verdienmodel gaan zoeken, wat vaak bestaat uit meer efficiëntie en grootschalige productie. Dat is een vicieuze cirkel die we moeten doorbreken. Dat lukt pas als we met zijn allen inzien dat we zelf moeten investeren in onze lokale landbouweconomie”, meent professor Holslag.
Maak speelveld gelijk
“Boeren krijgen met moeite hun vlees in de rekken van grote supermarktketens, aangezien die ketens liever goedkoper vlees halen in het buitenland. Vlees dat aan andere kwaliteitseisen moet voldoen dan vlees uit België. Hoe kan dat? Daar moet dringend verandering in komen, want zolang ons lokaal Belgisch vlees geen voorrang krijgt op de Belgische markt, kan de burger daar niet in investeren.
Uit onderzoek van het Vlaams Infocentrum land- en tuinbouw (VILT) blijkt de burger bereid om meer te betalen voor Belgisch vlees, maar waar gaan ze dat vinden? Als je na een lange werkdag naar de winkel gaat, heb je waarschijnlijk geen zin om nog langs een boer te rijden voor vlees. Het is dus van belang dat onze lokale producten in de winkel liggen en zo toegankelijker worden. Als we die vicieuze cirkel kunnen doorbreken en ons lokaal vlees voorrang kunnen geven in de winkelrekken, zal het voor boeren wél renderen om op kleine schaal te werken. Het hele systeem moet dus aangepakt worden.”
Voedsel is goud van 21ste eeuw
“Ik denk dat het in België ook nog moet doordringen dat voedsel het goud wordt van de 21ste eeuw. De wereldbevolking blijft groeien en daarom moet er absoluut een stop komen op het opofferen van landbouwgrond voor wat dan ook. Vruchtbare grond is heel strategisch en het lijkt me niet slim om dat zomaar op te geven. De discussie over stikstof is belangrijk, maar stikstof mag zeker niet de enige factor zijn die gewogen wordt, want inzetten op minder stikstof brengt ook grote nadelen met zich mee”, aldus Holslag.
’Instagram-generatie’ moet geld beter besteden
“De jeugd van nu zouden we kunnen omschrijven als de ‘Instagram-generatie’. Zij zijn redelijk apathisch en volgen alles vanop afstand via hun smartphone. Ze willen veel uit het leven halen door te reizen, mooie natuur te bezoeken, een droomjob te beoefenen enzoverder, maar jammer genoeg gaat hun geld niet meer naar onze eigen economie en welvaart. Ze kopen het goedkoopste dat op hun scherm verschijnt. Op die manier zijn ze hun eigen graf aan het graven, maar hoe kunnen zij dat weten als hun dat nooit verteld is?
Iedereen gaat graag fietsen in Limburg en genieten van het mooie landschap, maar in het koopgedrag belonen ze niet de mensen die hun steentje daaraan bijdragen, want uiteindelijk kopen we toch nog ‘stickers met appels aan’.
Landbouw zou écht veel meer moeten terugkomen in het leerplan. Het maakt een groot verschil om je kinderen kennis te laten maken met landbouw. We leren hun geld verdienen, maar niet hoe ze dat op een goede, ethische manier moeten besteden. Dan krijg je ongeleide projectielen die niet weten hoe ze het best hun geld investeren. Ze weten vaak niet eens waar voedsel vandaan komt.
Daarom zou ik graag een pleidooi willen leveren om projecten als Speelboerderij Ravot meer te ondersteunen. Deze boerderij is een ambassadeur voor de landbouw en brengt kinderen terug dichter bij de landbouw. Niet alleen zulke dingen zou de overheid meer moeten stimuleren, maar ook alle initiatieven die scholen nemen om de boerderij bij de school te betrekken. Eigenlijk zou dat zelfs afgedwongen moeten worden via de leerplannen. Mensen die geen voeling meer hebben met wat vitaal is voor onze welvaart, zullen heel moeilijk in staat zijn om die eigen welvaart te verdedigen.”
Green Deal is economische zelfmoord
“Als we nu niet starten met meer te betalen voor onze eigen producten, gaan onze kinderen daar een veel grotere prijs voor betalen. Dat is iets dat verteld mag en moet worden. We moeten zorgen voor voedselveiligheid in deze hypercompetitieve wereld, en daarom sta ik niet achter deze Green Deal. Die zorgt immers voor economische zelfmoord door omgekeerde discriminatie uit te oefenen op onze eigen producenten.
Onze Europese producenten moeten voldoen aan een waslijst van regels, waar boeren in andere landen geen rekening mee moeten houden. Stikstof? Daar houden boeren die hun producten naar ons land exporteren geen rekening mee. Door deze Green Deal is er geen gelijk speelveld.
De regels die we intern toepassen, zouden we ook moeten toepassen op alle producten die we importeren. Het gevolg is dat we een aantal activiteiten in eigen handen gaan moeten nemen, en dat de prijzen zullen stijgen. Als we echter doorgaan met het verstrengen van de regels voor enkel onze eigen producenten, gaan we nog meer van onze productie wegduwen. Het zal niet lang duren voor externe, internationale spelers onze handel overnemen. Daar zijn ze zich nu al volop op aan het voorbereiden”, besluit Jonathan Holslag.
Sanne Nuyts