land- en tuinbouw
Mooie vooruitgang
Al 25 jaar lang doet VILT onderzoek naar het imago van de landbouw. Daarvoor doen ze elke 5 jaar een grootschalige enquête naar het beeld dat de Vlaming heeft van de sector. De basis van de vragenlijst is al editie na editie dezelfde, actuele thema’s worden er telkens aan toegevoegd.
In vergelijking met het eerste onderzoek in 1997, ging de waardering voor de sector er duidelijk op vooruit. In 1997 had nog bijna de helft van de Vlamingen een negatief tot zeer negatief beeld van land- en tuinbouw. Vooral de perceptie van milieu en dierenwelzijn, de belangrijkste drivers van het imago, waren op dat moment problematisch. In 2002 volgde er een kentering, die zich ook in 2007 en 2012 verderzette.
Hoewel nog een kwart van de Vlamingen landbouw als negatief percipieerde, zien we toch dat de sector het op heel wat vlakken beter doet. Vooral de omgang met dieren wordt positiever beoordeeld en het cliché dat boeren ‘altijd klagen’ verliest terrein.
Het onderzoek van 2017 bracht evenwel aan het licht dat er voor het eerst in 20 jaar een lichte achteruitgang was van het imago. Dat is in 2022 duidelijk niet het geval. De empathie van burgers voor boeren is groot. Vandaag hebben 8 op de 10 Vlamingen bewondering voor landbouwers. De perceptie van de klagende boer lijkt duidelijk af te nemen.
Veel uitdagingen binnen sector
Zo’n 800 Vlamingen vulden een online enquête in tussen 12 december en 16 december 2022. Dat betekent dat de dataverzameling plaatsvond op het moment dat de gevolgen van de oorlog in Oekraïne zeer duidelijk doorwogen. De burger werd geconfronteerd met enorme pieken in de energieprijzen en ook in de supermarkt begonnen de prijsstijgingen duidelijk voelbaar te worden. Daarnaast lag ook de coronacrisis, met toegenomen aandacht voor lokale voeding en de boer om de hoek, nog vers in het geheugen.
Op landbouwvlak was er het uitgelekte voorstel voor het mestactieplan van Vlaams omgevingsminister Zuhal Demir dat de verhoudingen tussen landbouw en natuur verder op scherp stelde. Uiteraard was ook het stikstofdossier het hele jaar niet uit de actualiteit te branden. Het grote tractorprotest in Brussel en het bereiken van het stikstofakkoord vonden plaats na de dataverzameling.
Uit de enquête blijkt dat een kwart van de respondenten landbouw nog steeds milieuvervuilend vindt. Toch zijn minder dan 3 Vlamingen op 10 van mening dat landbouw volledig moet overschakelen op de biologische productiewijze. In 2007 lag dat percentage hoger.
Meer vertrouwen in dierenwelzijn
Op het vlak van dierenwelzijn is er een constante verbetering te zien. Negen op de 10 landbouwers zijn van mening dat de veehouder zijn dieren met respect behandelt, en nog meer mensen geloven dat de landbouwer dag in, dag uit in de weer is voor zijn dieren.
Wat opvalt, is dat nog steeds 46% van de Vlamingen ervan overtuigd is dat dieren het beter hebben op kleinschalige dan op grootschalige landbouwbedrijven. Slechts 13% is van mening dat de sector in de toekomst moet stoppen met het kweken van vlees. Het overgrote merendeel blijft ervan overtuigd dat landbouw voor open ruimte zorgt, en dat de sector een belangrijke rol speelt in het onderhoud van het platteland. Bijna 2 op 3 van de ondervraagden vindt ook dat inkomenssteun gerechtvaardigd is als daar milieu- en dierenwelzijnseisen tegenover staan. Slechts 43% vindt dat er een vergoeding moet zijn voor het onderhouden van het platteland.
In het algemeen wordt het economisch belang van de landbouw op een stabiel hoog niveau ingeschat, al gaat het draagvlak voor export van landbouwproducten achteruit. Er is wel een relatief brede consensus dat landbouwers overheidssteun mogen krijgen om een leefbaar inkomen te hebben. Slechts 11% vindt dit niet nodig.
Innovatie en groene energie
Maar 1 op 3 Vlamingen ziet landbouw vandaag als een producent van groene energie. Nochtans produceert landbouw vandaag meer energie dan hij verbruikt. Slechts een zeer klein aantal Vlamingen ziet landbouw als niet-innovatief (6%). Er wordt verwacht dat de sector in de toekomst nog meer gebruikmaakt van nieuwe technieken als sensoren, GPS-technologie en dataverzameling.
Stikstof en natuur
Gezien de actualiteit en de grote impact die het dossier heeft op de landbouwsector werd in een paar vragen ook gepolst naar de houding van de Vlaming over stikstof. Daaruit blijkt dat 1 op 2 onder hen overtuigd is dat de landbouwsector meer moet doen om zijn stikstofuitstoot te doen dalen. Toch is slechts 30% akkoord dat landbouwbedrijven worden stopgezet wanneer hun impact op nabijgelegen natuur te groot is.
Een iets groter percentage is van mening dat de overheid vergunningen mag stopzetten van landbouwbedrijven die een te grote impact hebben op natuur (35%). Gepeild naar de omvang van de veestapel, die als grote schuldige wordt aangewezen van het stikstofprobleem, zien we dat 32% vindt dat die te groot is. Dat is een groter aandeel dan in 2017, toen was slechts 22% die mening toegedaan.
Landbouwkennis van jongeren gaat erop achteruit
Uit de antwoorden uit de enquête bleek dat de interesse van jongeren voor de landbouwsector erop achteruitgaat. Deze groep geeft de landbouwsector ook de laagste score van 6,8/10, en schat het belang van de sector lager in. Ze zijn er meer van overtuigd dat natuur en industrie voorrang moeten krijgen op landbouw. Ze zijn er ook minder van overtuigd dat de boer begaan is met zijn dieren of dat hij zorgvuldig omgaat met gewasbeschermingsmiddelen.
Het milieubewustzijn van deze groep is niet groot. Ze beperken hun verplaatsingen met het vliegtuig amper en letten niet op hun watergebruik in periodes van droogte. Deze groep is wel bereid om meer te betalen voor milieu- en diervriendelijke producten.
De hoogste scores werden gegeven door iets oudere mensen met een minder hoge opleiding die landelijk wonen. Ze hebben meer interesse in de landbouw, wat maakt dat hun visie op de sector bijzonder positief is. Ze geven de landbouw een 8,1 op 10. Ze zien de landbouwer niet als vijand van de natuur, en ze zijn ervan overtuigd dat de boer zorgvuldig omgaat met gewasbeschermingsmiddelen. Deze groep aanziet de landbouwer het minst als laaggeschoold, en ziet geen oplossing in het sluiten van bedrijven op het vlak van stikstofuitstoot. Bij het aankoopgedrag vormt prijs het belangrijkste aankoopcriterium.
De oudere mensen die in de stad wonen, geven de landbouw eveneens een relatief goede score, maar ze uiten wel hun bezorgdheden over de uitdagingen binnen de sector. Ze zijn vooral voorstander van kleinschalige landbouw, biolandbouw en de korte keten. In deze groep zijn de mensen bewust met milieu bezig. Dat vertaalt zich ook in hun aankoopgedrag. Zij kopen als groep het vaakst iets in de korte keten en letten op biolabels en het land van herkomst. Deze groep eet geregeld vegetarisch en staat open voor kweekvlees en producten op basis van eiwitfermentatie.
Veel verdeeldheid in Vlaanderen
VILT concludeert dat de score die de Vlaming aan de landbouw en de landbouwer geeft, nog nooit zo hoog was. Enerzijds zien we dat de perceptie over dierenwelzijn op het hoogste niveau in 20 jaar staat, maar de perceptie over milieu verbetert niet echt. Daar is dus nog werk aan de winkel. Toch is het duidelijk dat de empathie voor de boer enorm is toegenomen.
De context voorafgaand aan de enquête heeft ongetwijfeld een impact gehad. Zo ontdekte de consument tijdens de coronacrisis opnieuw lokale voeding en de boer om de hoek. Daarnaast kwam ook de oorlog in Oekraïne, die tot een enorme inflatie leidde. Dat voelen Vlamingen in hun portefeuille en dat zette sommige milieu- en klimaatambities onder druk. Voor het eerst sinds lang werden burgers ook geconfronteerd met het belang van voedselautonomie.
De segmentatie bracht ook hier de klassieke breuklijnen aan het licht: stad versus platteland en academisch geschoolden versus praktisch geschoolden. Beide groepen hebben een ander idee over waar de landbouw naartoe moet evolueren. De hoger opgeleide stedelingen willen vooral een landbouw die inzet op bio, korte keten en kleinschaligheid. De andere groep heeft relatief weinig problemen met het huidige landbouwmodel. Een andere conclusie is dat er een vrij grote groep ongeïnteresseerden is die weinig voeling of interesse in landbouw heeft. Bovendien hebben ze relatief weinig aandacht voor het milieu. Dat strookt niet helemaal met de perceptie die is ontstaan door Youth for Climate. Deze groep meer betrekken bij de landbouwsector vormt dan ook een grote uitdaging. Wellicht kan meer inspelen op voeding en landbouw in het onderwijs, ook via beleving, voor meer aandacht zorgen.