Beheerovereenkomsten zijn contracten waarbij landbouwers tegen een vergoeding extra inspanningen leveren voor de biodiversiteit. De afname situeert zich vooral bij de beheerovereenkomsten inzake soortenbescherming en perceelsranden. De beheerovereenkomsten botanisch beheer, bloemenakker en onderhoud kleine landschapselementen doen het volgens de VLM dan weer verrassend goed.
De beheerovereenkomsten blijven belangrijk om samen met landbouwers de biodiversiteit te versterken in het landbouwgebied. Landbouwers kunnen daarbij rekenen op ondersteuning van de VLM bij de uitvoering van hun contracten.
Areaal botanisch beheer stijgt
Opmerkelijk is dat het areaal beheerovereenkomsten voor botanisch beheer met 27% gestegen is: van 573 ha in 2022 naar 729 ha in 2023. Redenen daarvoor zijn dat de beheerovereenkomsten breder toepasbaar zijn – weliswaar binnen beheergebied – en dat (kruidenrijke) akkerranden onder de doelstelling bufferen en verbinden niet meer op blijvend grasland mogelijk is. Daardoor worden die beheerovereenkomsten omgezet naar botanisch beheer.
Meer onderhoud kleine landschapselementen
Bij de beheerovereenkomsten voor onderhoud kleine landschapselementen is het aantal heggen en aantal knotbomen toegenomen. Het gaat om respectievelijk een toename van 23 km heg (38%, van 37 km in 2022 naar 60 km in 2023) en een toename van 4.785 knotbomen (63%, van 2.789 in 2022 naar 7.574 in 2023). Die toename is een gevolg van een vereenvoudiging van de instap- en beheervoorwaarden van die beheerovereenkomsten. Ook het areaal bloemenstroken en bloemenakkers nam toe: van 547 ha in 2022 naar 610 ha in 2023.
Areaal soortenbescherming neemt af
Na vele jaren van toename, daalde vooral de oppervlakte van de beheerovereenkomsten voor soortenbescherming dit jaar met 853 ha of 16% (van 5.396 ha in 2022 naar 4.543 ha in 2023). De beheerovereenkomsten perceelsrandenbeheer daalden in oppervlakte met 243 ha of 8% (2.912 ha in 2022 naar 2.669 ha dit jaar).
Het is volgens de VLM niet ongebruikelijk dat landbouwers minder beheerovereenkomsten sluiten in het eerste jaar van een nieuwe GLB-periode (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). Deze keer speelden volgens de VLM vooral de lange onzekerheid over het nieuwe GLB, de hoge graanprijzen vorig jaar, en een aantal aangescherpte beheervoorwaarden een rol in een afname van de beheerovereenkomsten voor soortenbescherming en perceelsranden.
Zo is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in beheerovereenkomsten, net als bij vele ecoregelingen, niet meer toegestaan. Ook klepelen mag niet meer, maaien en het maaisel afvoeren is de norm geworden. Die veranderingen zorgen voor een verhoogde ecologische effectiviteit van de beheerovereenkomsten.
Beheerovereenkomsten zijn flexibeler geworden
De VLM-bedrijfsplanners helpen landbouwers om aan de nieuwe voorwaarden voldoen. Daarnaast geeft de VLM tips over hoe ongewenste soorten al dan niet preventief aangepakt kunnen worden. Bij blijvende problemen is het mogelijk om de beheerovereenkomsten tijdens de looptijd te verplaatsen naar een ander perceel. Bij faunavoedselgewas is het ook mogelijk om de beheerovereenkomst te onderbreken met de inzaai van vlinderbloemigen. Ook op andere vlakken zijn de beheerovereenkomsten flexibeler geworden. Zo is het bij uitzonderlijke weersomstandigheden bijvoorbeeld eenvoudiger om af te wijken van inzaai- en maaidata.
De VLM zoekt samen met partners ook naar mogelijkheden om landbouwers te ondersteunen bij het maaien en het afvoeren van het maaisel. Voor een pilootproject worden die taken tegen betaling voor de landbouwer uitgevoerd. Er wordt nagegaan of de VLM dit project kan opschalen.
VLM