Rechtstreekse verkoop onder niveau
Met een omzet van 15,4 miljoen euro doet de boerenmarkt het 11% beter dan in 2021 en 2% beter dan 2019. In totaal klokte de rechtstreekse verkoop op de hoeve en de boerenmarkt in 2022 af op 81 miljoen euro, wat 15 miljoen euro of 16% lager is dan in 2021 en 4% onder het niveau van voor corona (2019).
Binnen de distributie van verse voeding daalde het marktaandeel van de hoevewinkel onder de 1%. Voor de boerenmarkt schommelt dit aandeel rond de 0,2%. Samen hebben de boerenmarkt en de hoevewinkel dus 1,2% van de distributie van verse voeding in Vlaanderen in handen. In het coronajaar 2020 was dit aandeel gestegen tot 1,5%.
Ongeveer 1 op de 6 Vlamingen koopt al eens op de hoeve en hij doet dit gemiddeld 11 keer per jaar. Het aantal kopers op de boerenmarkten schommelt rond de 5 à 6 op 100 en ze gaan er 7 à 8 keer per jaar langs.
Aardappelen, asperges, grondwitloof, rabarber, schorseneren en aardbeien blijven de belangrijkste producten, gevolgd door vlees. Daarvan ligt het marktaandeel beduidend hoger dan gemiddeld. Éen op 5 Bintje-aardappelen wordt op de hoeve gekocht. Bijna 1 op 4 producten is van biologische aard. In hard discount is het bio-aandeel het laagst (1,8%).
Fruit is grootste omzetmaker
Op de boerenmarkt is het aanbod van ‘overige’ producten (27%) met onder andere vis, dranken, maar vooral brood en banket relatief belangrijker dan in de hoevewinkel (11%). Gevogelte (4 à 5%) en eieren (2%) hebben een gelijkaardig belang op de hoeve en op de boerenmarkt.
Dit alles blijkt uit cijfers over thuisverbruik verzameld door GfK Belgium bij 2 933 Vlaamse gezinnen. De boerenmarkt en de hoevewinkel zijn slechts 2 vormen van korte keten. Korte keten kent ook nog andere vormen: automaten op de hoeve, Buurderijen (Boeren & Buren), groenteabonnementen, zelfpluktuinen, CSA (Community Supported Agriculture)-initiatieven en Voedselteams, maar daarover zijn weinig cijfers beschikbaar.