op het milieu verkleinen
Daarom werd deze strategische kwestie op de conferentie ‘Plan B(iet)’ van 14 december 2022 besproken door Marie-Christine Ribera, directeur-generaal van de Europese Vereniging van Suikerfabrikanten (CEFS); Lætitia Van Roos, adviseur voedselstrategie van Waals minister van Milieu Céline Tellier; Philippe Baret, professor aan de Université Catholique de Louvain; Sylvie Decaigny, manager Agronomie en Duurzaamheid bij de Tiense Suikerraffinaderij; en Hendrik Vandamme, vicevoorzitter van de Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB) en ook voorzitter van het algemeen Boerensyndicaat (ABS). Allemaal probeerden ze manieren voor te stellen om de ecologische duurzaamheid van de sector te vergroten en maakten ze de balans op van de vele inspanningen die al geleverd werden.
Spreiding van de risico's over de sector
Al van bij het begin van de debatten benadrukt Hendrik Vandamme hoe belangrijk het is om thema's rond inkomsten en milieu te combineren zonder het een boven het ander te stellen. “De strijd tegen de klimaatverandering en de bescherming van het milieu zijn belangrijk. We mogen echter ook niet vergeten dat de inkomsten van de landbouwers op peil moeten blijven, aan de ene kant om het levensonderhoud van de telers te garanderen, en aan de andere kant om aan deze verwachtingen te beantwoorden en om de nodige investeringen te doen”, verduidelijkt hij.
In dit overgangsproces zouden de bietentelers echter kunnen rekenen op de steun van de industrie. “Ook de suikerfabrieken denken na over hoe ze de milieu-impact van de bietenteelt kunnen verminderen, aangezien de wortels hun belangrijkste grondstof zijn”, verzekert Sylvie Decaigny. Dat gebeurt met name door de ontwikkeling van carbon farming, door het behoud van watervoorraden en door de verbetering van de biodiversiteit.
“We organiseren ook bijeenkomsten, waarbij de landbouwers elkaar ontmoeten en hun praktijken delen om het milieu te beschermen. Deze zijn in opmars en de gesprekken helpen om ze te verspreiden", voegt ze eraan toe.
Het testen van nieuwe praktijken gaat echter gepaard met risico's, vooral op financieel vlak. De wens van de industrie zou zijn om deze risico's over de hele bieten- en suikersector te spreiden, zodat de landbouwers niet de enigen zijn die de gevolgen van een eventuele mislukking dragen.
Philippe Baret deelt deze mening: “Bij de ecologische transitie zullen alle spelers in de sector betrokken zijn. In de loop van dit proces moeten ze alle beschikbare indicatoren analyseren, op zowel ecologisch als economisch vlak.”
Evenwicht tussen de pijlers van duurzaamheid
De professor uit Louvain-la-Neuve maakt de volgende analyse: “De Europese Unie heeft voor haar lidstaten tegen 2030 ambitieuze doelen gesteld op het gebied van ecologische duurzaamheid. Dat is in de heel nabije toekomst dus! Om die doelstellingen te bereiken, is het van essentieel belang dat er op sectoraal niveau wordt gewerkt. De telers en suikerfabrieken moeten een inspanning leveren, maar hun eindklanten ook.”
Met het risico om sommigen boos te maken, voegt hij eraan toe dat het onmogelijk is om aan alle ecologische criteria te voldoen en om tegelijkertijd de economische rentabiliteit van nu te behouden. “Samen moeten we beslissen of de economische dimensie de enige is die ons moet leiden... Natuurlijk maakt het financiële aspect volledig deel uit van duurzaamheid, maar het mag geen voorrang krijgen op de ecologische en maatschappelijke pijlers. De uitda-ging bestaat erin een evenwicht te vinden tussen deze 3 componenten.”
Marie-Christine Ribera reageert op deze opmerkingen en is het daarbij niet helemaal eens met Philippe Baret: “Het lijdt geen twijfel dat de sector actie moet ondernemen om zijn activiteiten koolstofarm te maken, maar ik geloof dat we onze huidige economische rentabiliteit kunnen behouden zonder de andere pijlers van duurzaamheid te verwaarlozen.”
In haar ogen hebben de suikerfabrieken zich altijd bereid getoond om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In navolging van onze industrieën zijn ze afgestapt van het gebruik van steenkool en overgeschakeld op aardgas. De huidige energiecrisis vormt een nieuwe kans om hun energievoorziening te herzien.
“Ik heb echter moeite met de door de Europese Unie voorgestelde opties, namelijk elektrificatie en het gebruik van waterstof. De elektrificatie van een fabriek vergt immers een aanzienlijke investering. Bovendien moet het distributienetwerk aangepast zijn en aan de vraag van een dergelijke infrastructuur kunnen voldoen. Wat waterstof betreft, blijven nog te veel vragen onbeantwoord...”, aldus nog Ribera.
Pulp: een duurzame energiebron
I
Circulariteit, op het veld en in de fabriek
“
Samen oplossingen vinden
Dit brengt ons bij het effect van de klimaatverandering op de hele sector. De telers zijn het slachtoffer op het veld, maar ook de suikerfabrieken ondervinden de gevolgen ervan, want zij hebben een stabiele aanvoer van wortels nodig. “Het klimaat is aan het veranderen... We hebben geen andere keuze dan ons aan te passen en de juiste oplossingen te vinden. Landbouw en vooruitgang sluiten elkaar niet uit”, zo pleit Marie-Christine Ribera.
Hendrik Vandamme bevestigt de impact van het klimaat op de teelt. De voorbije zomer, die heet en droog was, is slechts een van de vele voorbeelden. “We hebben droogtetolerante rassen nodig, maar we moeten ook onze werkwijze aanpassen. Het wordt absoluut noodzakelijk om de structuur en vochtigheid van de bodem te behouden, zodat de bieten kunnen groeien en water kunnen opnemen waar het zich bevindt, namelijk diep in de grond. Ik ben ervan overtuigd dat de sector geschikte oplossingen voor deze situatie zal vinden en dat de nodige kennis aan de telers doorgegeven zal worden, zodat hun werk succesvolle resultaten oplevert.”
Philippe Baret is het hierover eens met Hendrik Vandamme en gaat zelfs nog een stap verder. Hij meent dat het noodzakelijk is om samen met de bietentelers systemen voor ‘gezamenlijke innovatie’ op te zetten. Volgens hem moeten onderzoekers en telers samenwerken. Dit is een essentiële voorwaarde om de oplossingen bij de verwachtingen en de dagelijkse realiteit te laten aansluiten.
“Innovatie – of het nu gaat over rassen, ecologie of economie – zal oplossingen bieden die passen binnen het project van de sector. Dit project mag echter niet beperkt blijven tot een verhoging van de opbrengst. Er moet rekening worden gehouden met het welzijn van de telers, de biodiversiteit, het milieu, enzomeer”, vervolgt hij. Kortom, de waaier aan oplossingen die zal ontstaan, moet aan meerdere doelstellingen beantwoorden.
Gelukkig zijn alle spelers in de sector het gewend om samen te werken. Dat is een voordeel... maar ook een beperking. “Het samenbrengen van zoveel actoren rond een gemeenschappelijk project is een onmiskenbare troef, maar zo'n groot schip is ook moeilijk te besturen, en bochten maken vergt zo meer moeite.”