Edito: megastallen soms megagoed

DSC07559

D eze week mocht de landbouw zich opnieuw verheugen op bovengemiddelde interesse van Greenpeace. Vorige week nog concludeerde de natuurorganisatie dat voor een beter klimaat, de veestapel moet krimpen. Nu roept de organisatie de Europese politiek op om de subsidiekraan dicht te draaien voor grote landbouwbedrijven. In een pathetisch pleidooi voor kleinschaligheid vergaloppeert de organisatie zich.

Daarbij definieert Greenpeace megastallen als veeteeltbedrijven met een omzet van minstens 500.000 euro. Zoals Fedagrim-voorzitter Johan Colpaert in diverse media liet optekenen, is dat geen goede definitie. Als je stallen het voorvoegsel “mega” wilt geven, is het beter om te kijken naar het aantal dieren per stal.

Greenpeace heeft gelijk als het stelt dat de schaalvergroting in de Belgische landbouw fel is toegenomen. Daarmee is de landbouw geen unieke sector. Ook bijvoorbeeld supermarktketens en voedselverwerkers zijn fel gegroeid. Ben Muyshondt van aardappelverwerker Pomuni beschrijft vanaf p. 15 de impact die de groei van supermarktketens heeft op zijn bedrijf: het is elke dag Champions League spelen.

Schaalvergroting volgt uit een eenvoudig economisch principe. In het algemeen dalen de gemiddelde kosten per geproduceerde eenheid bij een toenemende schaal, omdat vaste kosten gespreid worden over meer eenheden. De operationele efficiëntie is vaak ook groter bij toenemende schaal, wat ook weer leidt tot lagere variabele kosten. Zolang het geld niet automatisch binnenstroomt, zullen bedrijven op zoek gaan naar manieren om de opbrengsten te verhogen en de kosten te verlagen.

Schaalvergroting wordt pas een probleem wanneer de omvang zo groot wordt dat een bedrijf te machtig wordt, of zo complex dat het niet meer te managen valt. Het is veilig te zeggen dat voor een gemiddeld Belgisch landbouwbedrijf dit niet het geval is. Greenpeace roept op de Europese subsidies te reserveren voor kleinschalig werkende landbouwers, die boeren op een manier die beter is voor milieu en dierenwelzijn.

Een alternatieve visie is dat ‘megastallen’ door hun hoge productiviteit minder ruimte innemen, wat kansen biedt voor milieu en landschap. Grotere bedrijven moeten ook gemiddeld professioneler geleid worden, omdat de gevolgen bij een technische misstap groter zijn. Ze kunnen vaak ook meer verdienen, wat weer kansen biedt voor investeringen in milieuvriendelijke systemen, dierenwelzijn en diergezondheid.

In Nederland concludeerde een groot rapport dat alleen de risico’s voor de volksgezondheid toenemen. De ontwikkeling naar grootschalige veeteeltbedrijven kan ertoe leiden dat infectieziekten die van dier op mens overdraagbaar zijn, meer gaan voorkomen. Het is een probleem dat kan worden aangepakt met onder meer stalontwerp, voldoende afspraak tussen bedrijven en een minimaal antibioticagebruik.

Anders dan Greenpeace poneert, betekent de schaalvergroting in de Belgische landbouw niet per definitie meer milieuschade of – zoals elders wordt beweerd – een aanval op het dierenwelzijn. Greenpeace zet kleinschalige bedrijven neer als een beschermde diersoort en gebruikt ze als een stok om de grootschalige bedrijven mee te slaan. Beter zou het de bedrijfsgrootte vergeten en zich richten op de uitkomsten.

JCB

Meest recent

Meest recent