Edito: Botsen op tegenwerkende krachten
Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) presenteerde recent zijn jaarprogramma voor 2025. Deze organisatie is wereldwijd gezien bijna een uniek instrument om de producten van onze Vlaamse land- en tuinbouwers te promoten tot ver over de landsgrenzen heen. Toch botsen die producenten op tegenwerkende krachten.

Het is haast hartverwarmend als je bekijkt welke inspanningen VLAM levert om de afzet van onze Vlaamse land- en tuinbouwproducten te stimuleren. Dit geldt zeker op de thuismarkt, die best groot kan zijn. Geografisch wordt de thuismarkt soms wel tot 500 km rond Vlaanderen omschreven door de medewerkers van VLAM. Buitenlandse markten liggen nog veel verder. Zo kennen onze Conference-peren afzet in Brazilië en varkensdelen in China.
Buitenlandse land- en tuinbouwers benijden ons omwille van de werking van VLAM. Zij kennen doorgaans zo’n krachtig instrument niet waarbij sectorbijdragen worden aangewend voor de promotie van diezelfde sector.
VLAM moet zich volgens het recente regeerakkoord focussen op de interne markt, de korte keten en op andere lokaal geproduceerde producten met een lage klimaat- en milieu-impact. Die doelstellingen zijn dan wel mooi geformuleerd, maar voor bepaalde organisaties die onze land- en tuinbouw benijden lijkt het nooit goed genoeg.
Eindelijk is er een Vlaams pesticideplan, eindelijk lijkt MAP 7 er te komen. Toch blijkt dit alweer onvoldoende voor milieu- en natuurorganisaties, terwijl deze zelf voor vertraging zorgden bij de totstandkoming van een nieuw mestactieplan. Zo ging er nagenoeg een jaar verloren om aan verbetering te werken.
Gelukkig horen we ook positieve elementen – onder meer in het rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) – die enige hoop geven in de naderende eindejaarsperiode. Zo noteerde men het voorbije jaar het laagste aantal meetpunten waarbij de nitraatnorm werd overschreden. Er wordt dus vooruitgang gemaakt.
Andere positieve signalen liet de minister van Landbouw en Omgeving, Jo Brouns (cd&v), optekenen. Hij wil meer inzetten op agro-ecologische praktijken. Daarnaast wil hij op Europees niveau een kader bepleiten voor innovatieve technieken zoals Renure. Nog mooi nieuws is dat de minister het principe van kalenderlandbouw op de schop wil doen en meer rekening wil houden met de invloed van het weer. Allemaal aspecten die landbouwers al langer bepleiten en die hun enige hoop geven, hopelijk zonder de inwerking van verdere tegenwerkende krachten.