Beheersing van de aardappelziekte was kostelijk, maar effectief in 2024
Het aardappelteeltseizoen van 2024 was uitdagend op vele vlakken, ook voor het beheersen van de aardappelziekte. Een nat en sterk verlaat groeiseizoen liet het kostenplaatje voor de plaagbeheersing aanzienlijk oplopen.

Gelukkig hield in het afgelopen seizoen de nieuwe strategie om de aardappelziekte onder controle te houden stand.
Een nat seizoen
Phytophthora infestans, de veroorzaker van de aardappelziekte, is een te duchten schadeverwekker in de aardappelteelt. Vooral de weersomstandigheden zijn sterk bepalend voor zijn optreden. Tussen april en oktober 2024 waren de temperaturen eerder normaal, maar viel er elke maand meer neerslag dan gemiddeld. Daardoor was het hele teeltseizoen overwegend nat.
Uit het waarschuwingssysteem van Viaverda bleek duidelijk dat de lange bladnatperiodes en periodes met hoge relatieve vochtigheid zich vertaalden in regelmatige infectiekansen gedurende het hele groeiseizoen, met zwaartepunten in mei en september.
Vroege waarnemingen
Als gevolg hiervan werd de aardappelziekte al vroeg in het veld waargenomen. Begin mei werden in aardappelopslag en op afvalhopen planten waargenomen met aardappelziekte. Waar deze niet afgedekt of vernietigd werden, vormden ze een eerste belangrijke bron van sporen.
Ook in de vroegst geplante percelen werd in mei al aardappelziekte aangetroffen. Dit doet vermoeden dat de ziekte ook via latent besmet pootgoed op onze percelen werd binnengebracht. Dit besmette pootgoed was het gevolg van de zware ziektedruk op het einde van het teeltseizoen 2023.
Continue bescherming vereist
De vroege aanwezigheid van bronnen, in combinatie met de aanhoudende infectiekansen enerzijds en het snel groeiende aardappelgewas anderzijds, leidden ertoe dat het loof van het absolute begin tot het einde van de teelt nagenoeg continu beschermd moest worden. Dit resulteerde in 16 tot 20 bespuitingen, die nodig waren om de aardappelziekte onder controle te houden. De kostprijs is navenant.
Door het groter aantal bespuitingen en vooral door de inzet van gecombineerde middelen werd de ziektebestrijding 1,5 à 2 keer zo duur als vorig jaar.
Succesvolle beheersing
Een bijkomende zorg van de laatste jaren zijn de snel evoluerende stammen van Phytophthora infestans. Door mutaties in de genen van de schimmel zijn agressievere stammen ontstaan, maar ook stammen met een verminderde gevoeligheid voor bepaalde fungiciden. In combinatie met een verminderd fungicidepakket, was het een uitdaging om de ziekte in het voorbije seizoen de baas te blijven. Gelukkig bleef de aardappelziekte over het algemeen onder controle in Vlaanderen.
Op nagenoeg elk perceel werden er weliswaar aantastingen waargenomen, maar grote uitbraken bleven meestal uit. De belangrijkste reden hiervoor is de strikte opvolging van de adviezen. Intervallen werden kort gehouden en blokbespuitingen werden achterwege gelaten. Het afwisselen en combineren van actieve stoffen werd de regel.
Richtlijnen voor de toekomst
Deze vaststellingen bekrachtigen de richtlijnen die begin dit jaar naar voor geschoven werden om de aardappelziekte onder controle te houden. Ook in de toekomst zal het nodig blijven om in de eerste plaats vroege bronnen van Phytophthora infestans te vermijden door enerzijds afvalhopen tijdig op te ruimen of af te dekken en door anderzijds aardappelopslag maximaal te bestrijden.
Daarnaast zal het belangrijk blijven om de beschikbare fungiciden af te wisselen in opeenvolgende bespuitingen. Dit gebeurt idealiter in combinatie met het gebruik van het Viaverda-waarschuwingssysteem aardappelziekte. Op basis van infectiekansen en ontluiking van sporen wordt in dit ziektemodel het meest optimale tijdstip voor een behandeling bepaald. De noodzaak tot hernieuwing van de bescherming van het gewas tegen de aardappelziekte hangt immers sterk af van de ziektecyclus van de schimmel en dus van het weer. Daardoor zijn vaste kalenderbespuitingen onvoldoende effectief of overbodig.
Resistentere rassen
De sleutel voor een duurzame bestrijding van phytophthora ligt deels ook bij resistentere rassen. Viaverda testte het voorbije seizoen enkele nieuwe frietrassen met een resistentiegen. Hieruit bleek dat deze rassen - zelfs in een jaar met grote ziektedruk – onaangetast bleven met 50% minder bespuitingen. Het telen van dergelijke rassen kan dus zeker een goede basis zijn, om de teelt van aardappelen sterk te verduurzamen in de toekomst.