Terugblik op alweer een speciaal aardappeljaar
Het aardappelseizoen 2024 is op zijn minst weer iets speciaals geworden. Als we deze zomer even rondom ons keken, konden we vaststellen dat het aardappellandschap nog nooit zo divers is geweest, zowel op het vlak van gewasstadium als op het vlak van rassen.

De diversiteit die we te zien kregen, heeft 2 redenen. Enerzijds was er een tekort aan pootgoed en anderzijds duurde het plantseizoen tot eind juni.
Tekort aan pootgoed
In eerste instantie werd het vorige winter al snel duidelijk dat er een tekort aan pootgoed zou zijn. Pootgoedtelers hadden vorig jaar niet de gehoopte opbrengst gerealiseerd en kregen in sommige regio’s ook niet alles gerooid als gevolg van het kletsnatte najaar van 2023. Bovendien was het pootgoedareaal in de EU al enige tijd aan het krimpen, terwijl de vraag naar pootgoed alleen maar toenam. Ondertussen is gebleken dat het aardappelareaal in België en in de ons omringende landen met 5% gestegen is. Vooral Frankrijk, België en Duitsland hadden extra uitgangsmateriaal nodig.
Als gevolg hiervan werd er meer pootgoed van andere, minder bekende rassen in de markt gezet. Het ging om rassen die normaal gezien in andere landen worden uitgeplant of die voor andere doeleinden dan friet worden gebruikt (tafelaardappelen, zetmeelrassen…).
Een ander gevolg van het tekort aan pootgoed, was de handel in bovenmaats pootgoed dat door de consumptieteler geacht werd te snijden. Het snijden van pootgoed brengt extra risico’s met zich mee. Het snijvlak moet perfect kunnen helen en de korte bewaring na het snijden moet droog en luchtig gebeuren. Zo niet, treedt er infectie en rotting op.
Starten met een gezonde partij om te snijden reduceert het risico, maar is geen garantie. Vooral het feit dat pootgoed te lang op het bedrijf is blijven liggen (al dan niet gesneden) heeft dit jaar tot bijkomende opkomstproblemen en verliezen geleid.
Laat voorjaar
De consumptieteler is dit jaar in veel gevallen dus slecht aan de start gekomen, temeer omdat de weersomstandigheden dit voorjaar ongunstig waren. Het is nooit voldoende lang droog gebleven om de bodem in topconditie te krijgen. In andere jaren zouden telers nog iets langer wachten om te planten, maar die kans was er dit jaar niet. Er werd op korte termijn immers alweer regen voorspeld.
Uiteindelijk werden er in België gedurende 2 maanden aardappelen geplant. Ook dit leidt tot een divers landschap. Het plantseizoen was grosso modo in 3 fasen in te delen.
Half april geplant Ten oosten van Brussel werden rond half april al een eerste keer late aardappelen geplant. Deze percelen hebben dus ruim voldoende groeidagen gekregen. Ze werden met jong en vitaal pootgoed geplant en kregen voldoende vocht om geen enkele groeistilstand te kennen. Als de bodemconditie goed was, konden dergelijke percelen 55 à 65 ton/ha opbrengen.
Half mei geplant Elders kon er pas begin mei en vooral in het Hemelvaartweekend (10 à 13 mei) een start gemaakt worden. De resultaten hiervan zijn wisselend en lagen doorgaans tussen 45 en 55 ton/ha. Er werd in suboptimale bodemcondities geplant en kort daarna viel er vaak veel neerslag. Weinig zuurstof in de bodem en veel nattigheid leiden tot meer uitval en bacteriële aantasting.
Een mogelijke verklaring kan ook liggen bij het wortelstelsel van de aardappelen, dat dit jaar niet uitgebreid was. Ze hebben immers nooit diep naar water hoeven zoeken. Ook de loofmassa is op de meeste percelen niet uitbundig. Door een scherpe bemesting wordt er tegenwoordig iets minder geïnvesteerd in loof, maar wordt er anderzijds veel vroeger in het seizoen aan knolzetting en knolgroei gedaan. Dat laatste is een pluspunt en absoluut na te streven in een kort groeiseizoen zoals dit jaar.
In juni of juli geplant Percelen die in juni of juli geplant zijn, hadden 2 duidelijke nadelen. Het pootgoed dat toen gebruikt werd, lag doorgaans al 2 maanden op het bedrijf en werd meerdere keren afgekiemd. De vitaliteit was weg en de opkomstpercentages waren navenant. Deze telers kwamen dus met grote achterstand aan de start. Gelet op het korte groeiseizoen dat volgde, kon men niet hopen op topopbrengsten.
Van aardappelen die in augustus nog bloeiden, kunnen immers geen wonderen verwacht worden. Toch viel dit nog mee. Elke dag was een groeidag, want er was nooit gebrek aan vocht en de temperaturen waren matig. Er werd op deze percelen tussen 35 en 45 ton/ha gehaald.
Hogere kostprijs
Hevige en constante regenval leidde dus tot een plantseizoen dat gespreid was over een periode van meer dan 10 weken, maar ook tot grote verliezen door wateroverlast. Dit was vooral het geval in de noordelijke regio’s van België en in het zuiden van Nederland. Veel neerslag leidde daarnaast ook tot een hoge infectiedruk van de aardappelziekte. Duur pootgoed en hoge spuitkosten zullen ongetwijfeld de kostprijs van de veldfase van aardappelen de hoogte in jagen.
Op basis van berekeningen door Viaverda lag die kostprijs voor Fontane in 2023 voor veel telers rond 7.000 euro per hectare. Dit kwam toen neer op een kostprijs van 15 euro/100 kg. Dit jaar kan de kostprijs al snel 1.500 euro hoger uitkomen. In combinatie met een lagere netto-opbrengst (43,8 ton/ha) zou de kostprijs van de veldfase dan neerkomen op ruim 19 euro/100 kg. Naast de gestegen kosten is de lagere opbrengst dit jaar dus zeer bepalend voor het financieel rendement van de teelt.
Lagere opbrengst
De gemiddelde Belgische opbrengst van dit jaar komt op basis van praktijkbemonsteringen voor Fontane uit op 45 ton/ha. Challenger haalt 50 ton/ha en Bintje bleef steken op 42 ton/ha. De vroege rassen hebben het vrij goed gedaan. De halfvroege rassen werden doorgaans te laat geplant en scoorden zeer wisselvallig.
De totale Belgische productie wordt ondanks de areaalstijging 6% lager geschat dan vorig jaar. Voorlopig is het nog onduidelijk wat de situatie is in de ons omringende landen.