Startpagina Recht

Risico’s en aansprakelijkheden bij modder op de weg

Het oogstseizoen is volop aan de gang en de intredende herfst zorgt ervoor dat de oogstwerkzaamheden regelmatig moeten gebeuren in natte omstandigheden. Modder en aarde op de openbare weg zijn daardoor dikwijls onvermijdelijk, maar hiermee dreigen voor de landbouwer en loonwerker verschillende risico’s en aansprakelijkheden.

Leestijd : 4 min

Wij gaan in dit artikel in op de verschillende risico’s en geven aan hoe die zo goed mogelijk kunnen afgedekt worden.

Boete of dagvaarding voor politierechtbank

Een eerste risico, dat een loonwerker of landbouwer loopt wanneer er modder op de weg achterblijft, is het risico op een boete of zelfs op een dagvaarding voor de politierechtbank. In de Wegcode stelt art. 7.3. onder de algemene gedragsregels voor de weggebruikers immers dat het verboden is om het verkeer te hinderen of onveilig te maken door voorwerpen, zwerfvuil of stoffen op de openbare weg te werpen, te plaatsen, achter te laten of te laten vallen. Volgens de rechtspraak vallen slijk en modder, die afkomstig zijn van de wielen van een landbouwvoertuig en die op de rijbaan achterblijven, onder het toepassingsgebied van dit artikel 7.3 van de Wegcode. Weliswaar begaat niet elke landbouwer of loonwerker die aarde of modder op de openbare weg achterlaat een strafbare inbreuk, maar aarde of modder op de weg komen in elk geval wel in aanmerking om een strafbaar feit op te leveren.

Wanneer de politie, al dan niet na een klacht, vaststelt dat er modder op de weg achterbleef, kan zij daarvan dan ook een proces-verbaal opmaken. Dat wordt dan aan het parket van de procureur des Konings overgemaakt. De procureur kan vervolgens beslissen om het dossier te seponeren als er bijvoorbeeld onvoldoende bewijs is of wanneer de dader onbekend is. Er kan echter evengoed een geldboete worden opgelegd waarvan de betaling dan het verval van de verdere strafvordering met zich meebrengt. En tot slot kan ook beslist worden om de landbouwer of loonwerker te dagvaarden voor de politierechtbank. Indien de politierechter de inbreuk op art. 7.3 van de Wegcode bewezen acht, legt hij een geldboete op en veroordeelt hij de beklaagde ook tot een bijdrage aan het fonds, de gerechtskosten en administratiekosten. Door al deze kosten kan een bestraffing door de politierechter al snel oplopen tot 1.500 euro of meer.

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid

Een tweede risico voor de landbouwer en loonwerker is het oplopen van een burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor een ongeval dat door de modder wordt veroorzaakt. De eigenaar van een wagen die bijvoorbeeld slipt over de modder en daardoor van de weg geraakt, met materiële schade tot gevolg, kan zich met een vordering tot schadevergoeding tot de landbouwer of loonwerker richten. De eigenaar van het voertuig dat schade opliep, moet voor de rechter dan wel bewijzen dat zijn schade het gevolg is van een fout van de landbouwer of loonwerker.

Die fout kan dan een inbreuk zijn op het art. 7.3 van de Wegcode, zelfs als de procureur des Konings besliste om het dossier te seponeren of wanneer er geen vaststellingen door de politie gebeurden. De fout kan echter evengoed een inbreuk zijn op de zogenaamde ‘algemene zorgvuldigheidsnorm’. Dit is het criterium waarbij gekeken wordt naar de normale houding van een zelfde persoon in dezelfde situatie geplaatst. Met andere woorden hoe zou een normale landbouwer of loonwerker in dezelfde omstandigheden hebben gehandeld?

De rechtbanken kijken hierbij niet alleen naar de gedragingen van de landbouwer of loonwerker. Ook de andere weggebruikers, vooral op plattelandswegen waar weinig verkeer is, mogen er volgens sommige politierechters niet van uitgaan dat landbouwers onmiddellijk de modder verwijderen die van de voertuigen valt. Aangezien de aanwezigheid van modder tijdens de oogsttijd niet buitengewoon is, moeten de bestuurders in elk geval hun snelheid aanpassen en reageren op de belemmeringen. Acht de rechtbank bewezen dat de schade aan het voertuig veroorzaakt werd door de fout van de landbouwer of loonwerker, dan zal die veroordeeld worden tot het betalen van de schadevergoeding.

Andere weggebruikers waarschuwen

Het komt er natuurlijk op aan om het risico op een strafrechtelijke of burgerrechtelijke aansprakelijkheid zo goed mogelijk uit te sluiten. Dit zal in de eerste plaats kunnen door de andere weggebruikers te waarschuwen. In het kader van de algemene zorgvuldigheidsnorm valt het aan te raden dat landbouwers tijdens en na de werken waarschuwingsborden plaatsen om het aankomend verkeer te waarschuwen voor de modder op de weg.

Strikt genomen is het zelfs een wettelijke plicht van de landbouwer om modder te signaleren. Art. 78.2. van de Wegcode schrijft immers voor dat verkeersbelemmeringen moeten worden gesignaleerd, hetzij door de overheid die het beheer van de openbare weg heeft, wanneer het een belemmering betreft die niet te wijten is aan de daad van een derde, hetzij door hij die de belemmering in het leven geroepen heeft. Daarnaast moet de landbouwer, minstens na het beëindigen van de oogst of de andere werkzaamheden, zo snel mogelijk de rijweg proper maken. Soms zal daarbij zelfs de hulp van de brandweer moeten ingeroepen worden.

Aangifte bij de verzekeraar

Wanneer er ondanks alle maatregelen en preventie toch een ongeval gebeurt, moet de landbouwer ook actie ondernemen. Eerst en vooral moet er onmiddellijk aangifte gedaan worden van een mogelijk schadegeval bij de verzekeraar. Het best wordt de aangifte gedaan zowel binnen de polis ‘B.A. Exploitatie’ als binnen de polis van de tractor die voor de betreffende werken werd gebruikt. Normaliter zou een dergelijk schadegeval moeten opgenomen zijn binnen de polis B.A. Exploitatie die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de uitbating van het landbouwbedrijf regelt, maar om onaangename verrassingen te vermijden wordt het best volledigheidshalve ook aangifte gedaan onder de polis van de tractor. Ook is het aangewezen om zelf foto’s te nemen van de rijweg onmiddellijk na het ongeval en van de geplaatste signalisatieborden. Tot slot kan het ook nuttig zijn om foto’s te maken van het voertuig of de voertuigen na het ongeval. U bezorgt al deze foto’s het best aan uw verzekeringsagent wanneer u aangifte doet van het schadegeval.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Meer artikelen bekijken