Detecteer tijdig onvruchtbaarheid bij melkkoeien
Vruchtbaarheid is een cruciale factor die de levenslange prestaties van een melkkoe bepaalt. Voor zowel vlees- als melkkoeien is het belangrijk dat er jaarlijks een kalf wordt geboren. Dit hangt af van de normale werking van het voortplantingssysteem. Soms duiken er evenwel problemen op. Hieronder geven we een overzicht.

Voor een normale werking van het voortplantingssysteem moet de koe functionele eierstokken hebben, haar bronst vertonen, gedekt worden, een eisprong hebben. Deze eicel moet dan bevrucht geraken, de koe moet het embryo gedurende de dracht behouden, moet kalven, de baarmoederfunctie herstellen na het kalven en opnieuw bronstig worden. Bij deze verschillende facetten loopt wel eens iets mis.
Genetische oorzaken
Kwenen Kwenen ontstaan wanneer een koe drachtig is van een tweeling, bestaande uit een stierkalf en een vaarskalf. Door de uitwisseling van bloed via de placenta’s komt het vrouwelijke kalf al zeer vroeg tijdens de dracht (dag 39) in contact met hormonen geproduceerd door het stierkalf. Dat zorgt voor een abnormale ontwikkeling van het voortplantingsstelsel. Kwenen zijn in 85% van de gevallen onvruchtbaar en hebben vaak een korte vagina (4-6 cm), een grote clitoris (zie foto) en veel haar ter hoogte van de vulva. De diagnose wordt idealiter gesteld met een genetische test (karyotypering om XX/XY-chimerisme te bevestigen), maar een andere methode is door de lengte van de vagina te meten. Als deze kleiner is dan 6 cm bij vaarzen jonger dan 1 maand, dan kan men bijna zeker zijn dat de vaars een kween is.
WVZ Wittevaarzenziekte of WVZ wordt veroorzaakt door een aangeboren afwijking bij witte vrouwelijke runderen. De afwijking wordt bepaald door een recessief overervende genetische factor die verbonden is met het gen voor de witte haarkleur. Wittevaarzenziekte wordt gekenmerkt door het ontbreken van een gedeelte of gedeelten van het voortplantingsstelsel, zoals de eileider, de baarmoeder, de baarmoederhals en vagina.
Een belangrijk teken van WVZ is dat aangetaste vaarzen niet drachtig geraken of moeilijk te insemineren zijn. Sommige witte vaarzen vertonen duidelijk bronst, maar deze dieren kunnen een obstructie (een persisterend maagdenvlies of hymen) in de vagina hebben waardoor het tochtslijm niet weg kan. Na enkele maanden kan de baarmoeder enorm groot worden door de opstapeling van tochtslijm, dat ze daardoor kunnen beginnen persen. Witte vaarzen zonder dergelijk hymen kunnen wel geïnsemineerd worden en (heel zelden) drachtig worden, afhankelijk van de ernst van de afwijkingen in het voortplantingsstelsel. Het is echter niet aangewezen om witte vaarzen te insemineren, gezien dit een genetisch defect is en dus doorgegeven kan worden op de nakomelingen.
De diagnose van WVZ kan gesteld worden door de dierenarts met palpatie en echografie van het voortplantingsstelsel. Er is geen effectieve behandeling voor wittevaarzenziekte. Aangetaste dieren blijven permanent onvruchtbaar of dragen de ziekte over op hun nakomelingen. Veehouders moeten zich richten op preventie door selectief te fokken om deze erfelijke aandoening terug te dringen.
Functionele oorzaken
De meeste problemen met vruchtbaarheid bij koeien worden veroorzaakt door hormonale verstoringen. Deze verstoringen kunnen verschillende oorzaken hebben, waaronder problemen met voeding (te weinig of te veel van bepaalde voedingsstoffen) en sociale invloeden. Bijvoorbeeld, het groeperen van grote aantallen koeien kan de vorming van een stabiele sociale rangorde verstoren. Daarnaast kan de stress van hoge productie-eisen ook bijdragen aan deze problemen.
Suboestrus Stille bronst (suboestrus) treedt op wanneer een koe in oestrus is, maar dit niet wordt opgemerkt door de veehouder of niet wordt getoond door de koe. Na de puberteit zou een koe een regelmatige cyclus van 21 dagen moeten hebben gedurende haar hele leven. Soms zijn deze tekenen er wel, maar worden ze niet opgemerkt. Om stille bronst te identificeren, is het belangrijk om koeien goed in de gaten te houden. Dit kan door activiteitsmeters te gebruiken, door de koeien te markeren, voldoende verlichting te bieden en door bronst- en monteringsdetectoren te gebruiken.
Daarnaast is het essentieel om de koeien dagelijks te observeren (3 keer per dag 20 minuten) en om nota’s bij te houden. Door deze maatregelen te nemen, kunnen tekenen van bronst beter worden opgemerkt en kan de vruchtbaarheid van de kudde worden verbeterd. Stille bronst kan worden vastgesteld door de geschiedenis van de koe te bekijken en door rectale palpatie van het voortplantingssysteem.
Behandeling van stille bronst bestaat uit het verbeteren van de tochtdetectie op het bedrijf. Verder moeten de koeien gezond zijn, bijvoorbeeld geen klauwproblemen hebben (zodat ze kunnen springen). Daarnaast kan in samenspraak met de dierenarts besloten worden om over te gaan op hormonale behandelingen. Een combinatie van hormonen (synchronisatieprogramma’s) kan gegeven worden om de koe te insemineren op een vast tijdstip. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een spiraal (in de vagina voor 7 dagen) of hormonen om de bronst te induceren (vaak 2-5 dagen na injectie bronstig).
Anoestrus Helemaal geen tocht tonen (anoestrus) komt voor wanneer er geen activiteit is op de eierstokken. Een veelvoorkomend voorbeeld van geen tocht tonen, zijn cysten. Cysten in de eierstokken komen het meest voor kort na het kalven, maar vormen dan geen problemen. Pas na 60 dagen spreken we van echte cysten. Er zijn 2 soorten cysten: folliculair en luteaal. Beide cysten geven vaak geen tocht. In sommige gevallen kunnen koeien met cysten echter toch stierigheid vertonen, maar dit komt minder vaak voor. Cysten komen het meeste voor bij hoogproductieve en oudere koeien. Koeien die eerder cysten hebben gehad, hebben ook meer kans om opnieuw cysten te ontwikkelen.
Hoe je cysten kan voorkomen, is nog niet helemaal geweten. Een stabiele, evenwichtige voeding met voldoende mineralen (zoals selenium en zink) en vitaminen (zoals vitamine A en E) in het voer helpt . Ook een goede conditiescore (Body Condition Scoring - BCS) (3/5) helpt tegen cysten. Verder kan het regelmatig laten controleren van koeien (meer dan 60 dagen niet drachtig) door de dierenarts op bedrijfsbezoek helpen. In samenspraak kan dan overgegaan worden op de hormonale behandeling van de cysten.
Milieugebonden oorzaken
Hittestress is een belangrijke factor die de vruchtbaarheid van melkkoeien beïnvloedt. Hoge temperaturen verminderen de vruchtbaarheid doordat koeien minder eten en bewegen (dus geen tocht tonen). Melkgevende koeien zijn bijzonder gevoelig voor hittestress vanwege de extra warmte die wordt geproduceerd door de melkproductie. Symptomen van hittestress zijn onder andere verminderde voeropname, gewichtsverlies en een verlaagde melkproductie.
Veehouders kunnen warmtestress diagnosticeren door het monitoren van de omgevingstemperatuur en van de fysieke conditie van de koeien. Preventie omvat het bieden van voldoende schaduw, ventilatie en toegang tot drinkwater. Behandeling bestaat uit het verbeteren van de omstandigheden en uit het koelen van de dieren indien nodig.
Voedergerelateerde oorzaken
Energietekort is een veelvoorkomende oorzaak van slechte vruchtbaarheid bij melkkoeien. Een hoge melkproductie vraagt veel energie. Een negatieve energiebalans kan leiden tot gewichtsverlies, lage suikerspiegels en hoge ureumwaarden. Symptomen zijn gewichtsverlies en minder melkproductie. Diagnose kan via lichaamsscore-evaluatie (BCS ~ 3/5) en bloedtesten. Voorkom energietekort met een gebalanceerd dieet en monitoring van de energiebalans, vooral tijdens piekproductie.
Te veel eiwit kan de vruchtbaarheid schaden door verhoogde ureumwaarde en door een lagere zuurtegraad in de baarmoeder. Symptomen zijn lagere drachtpercentages en meer embryonale sterfte. Diagnose kan via bloed- of urinetesten. Voorkom dit door diëten te balanceren met de juiste hoeveelheid eiwitten en door ureumconcentraties te monitoren. Bij melkkoeien kan een tekort aan eiwit leiden tot lagere conceptiepercentages en tot een verhoogd risico op abortus.
Tekorten aan mineralen, zoals mangaan en jodium, verstoren hormonale processen en foetale ontwikkeling. Vitamine A-tekort veroorzaakt onregelmatige cycli, terwijl een vitamine D-tekort de ovulatie vertraagt. Selenium en vitamine E beschermen cellen tegen stress. Tekorten leiden tot slechte groei, onregelmatige cycli en meer abortussen. Diagnose gebeurt via bloedtesten en voedingsanalyses. Preventie en behandeling omvatten aanvulling van het dieet met benodigde mineralen en regelmatige voedingstesten.
Conclusies en aanbevelingen
Onvruchtbaarheid bij melkkoeien is een veelvoorkomend probleem met diverse oorzaken. Het beheer van de vruchtbaarheid vereist een samenwerking tussen de veehouder en de dierenarts. Het is essentieel om regelmatige veterinaire controles uit te voeren en om nauwkeurige registratie bij te houden om problemen tijdig te detecteren en aan te pakken.
Het wordt aanbevolen om:
•
• Het dieetbeheer te optimaliseren om problemen vroegtijdig te herkennen en aan te pakken.
• Een accuraat registratiesysteem bij te houden (zoals identificatie van koeien, kalfdata, inseminatiedata en zwangerschapsbevestigingen).