Schapenhouder John Vermetten: "Blauwtong heeft al meer dan 50 van mijn schapen gedood"
De schapen van John Vermetten in Hoogstraten zijn zwaar getroffen door blauwtong: al meer dan 50 dieren zijn er ondertussen aan overleden. Vaccineren lijkt niet te werken, en de karkassen rotten voor zijn bedrijf omdat Rendac niet meer kan volgen. “Ik slaap niet meer door de stress.”

Wanneer John Vermetten ons zijn kudde van 250 schapen op 14 augustus toont, klinkt er al weer voorzichtig geblaat. De voorbije 2 weken was het er echter erg stil: blauwtong hield de hele kudde in zijn greep.
Toen vond John dagelijks wel 4 à 5 dode schapen in de weide. Veel dieren zijn momenteel nog verzwakt, staan mager of geraken nog niet van zichzelf recht. “Ik hoop dat we over het hoogtepunt van de blauwtong geraakt zijn”, zegt John. Bijna een week later zijn 9 schapen nog gestorven aan het virus, deelt John telefonisch mee. Voorlopig is er dan ook nog geen licht aan het einde van de tunnel voor de schapenhouder in Hoogstraten.
Zelf noemt John zijn kudde een uit de hand gelopen hobby. “In hoofdberoep ben ik een zelfstandige aannemer, maar al van mijn zestiende hou ik schapen. Tijdens het lammerseizoen zit ik dag en nacht bij mijn schapen om ervoor te zorgen dat ik er geen enkel verlies. Zo zie ik bijna elk lammetje geboren worden.”
Omdat hij zo begaan is met zijn kudde, doet het extra veel pijn om schapen aan het blauwtongvirus te verliezen. Sinds het eerste ziektegeval in mei, staat de teller al op 55 schapen, of een vijfde van zijn kudde dat aan het virus gestorven is. “Door de buikpijn en stress slaap ik bijna niet meer. Wanneer ik van mijn dagjob thuis kom, durf ik al bijna niet meer naar de weide gaan kijken. Je vraagt je telkens af hoeveel dode schapen er nu weer gaan liggen. Maar je moet natuurlijk wel gaan kijken.”
Knijten
John is niet de enige schapen- of veehouder getroffen door blauwtong. Op 9 oktober 2023 werd de eerste uitbraak van blauwtong in België vastgesteld in Merksplas, een buurgemeente van Hoogstraten. Sinds juli stapelen de gevallen zich op en breidt de ziekte zich uit over het hele land. Volgens cijfers van Sciensano waren er op 20 augustus al bijna 900 uitbraken op boerderijen.
Ook in de buurlanden richt blauwtong veel schade aan. In Nederland, waar het virus al langer woedt, zijn ondertussen 4.524 uitbraken vastgesteld, meldt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op 19 augustus. Ook in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken, Luxemburg en Frankrijk raast het virus rond, ondanks maatregelen van bijvoorbeeld Frankrijk om de verspreiding ervan in te dijken aan de Belgische grens.
Blauwtong is een virus dat herkauwers zoals geiten, runderen, maar vooral schapen, zwaar treft. De ziekte is ongevaarlijk voor de mens. Symptomen zijn onder andere een blauwe tong, slijmen aan de mond, hoge koorts en zwellingen. Besmette dieren lopen ook kreupel en hebben weinig eetlust. John wijst ons op de schapen die nog vel over been zijn. “Gelukkig beginnen ze terug een beetje meer te eten en drinken.” Andere dieren hebben wonden aan hun knieën, omdat ze niet meer goed rechtop kunnen lopen.
Kleine muggen, of knijten, geven het virus door aan vee. Die muggen blijven actief tot de herfst. “Als mijn schapen besmet kunnen blijven raken tot november, vrees ik de helft van mijn kudde te verliezen”, aldus John.
Vaccinatie
In 2006 en 2007 was de meest recente uitbraak van blauwtong in de Lage Landen, maar momenteel woedt er een ander type van het virus door België, serotype 3. Daar waren eerst geen vaccins voor beschikbaar. Intussen zijn er 3 blauwtongvaccins versneld goedgekeurd in België. “Het beste is om de dieren te vaccineren. Het houdt de verspreiding niet tegen, maar beschermt wel tegen de ergste symptomen”, raadde het FAVV al aan.
John spoot op aanraden van zijn dierenarts zijn schapen in met het eerste blauwtongvaccin voor serotype 3 dat in België goedgekeurd werd. “In het begin van de uitbraak werd gegarandeerd dat je dieren door de vaccins veel minder last zouden hebben van blauwtong. Dat zei mijn veearts ook, maar hij is al op zijn woorden teruggekomen.” Volgens John raadt zijn veearts geen vaccins meer aan zijn cliënten aan.
Zelf is hij ook absoluut niet tevreden met de resultaten van het vaccin en heeft dan ook maar weinig vertrouwen in de effectiviteit ervan. “Volgens mij zijn we allemaal belazerd. Vaccineren kost een berg geld, maar dat vind ik nog niet het ergste. Wel dat ik mijn mooie kudde moet opgeven aan zo’n ziekte, terwijl ze ons bijna garandeerden dat vaccineren ertegen zou helpen.” De vaccins hadden beter getest moeten zijn, voordat ze op de markt kwamen, meent John. “Nu hebben ze iedereen gek gemaakt met niks. In ieder geval zullen ze mij moeten overtuigen voordat ik mijn dieren terug vaccineer tegen blauwtong.”
Juist nu raadt de Nederlandse blauwtong- en vaccinexpert Piet van Rijn aan om een tweede keer te vaccineren. “Uit voorlopig onderzoek naar de effectiviteit van de vaccins kwam naar voren dat de ontwikkelde vaccins mogelijk minder beschermend zouden zijn, dan wat in de 2007-2008 werd gevonden bij vaccins tegen serotype 8. Waarschijnlijk komt dat doordat het blauwtongvirus serotype 3 veel agressiever is dan het serotype 8 waar we in 2006-2008 mee te maken hadden.”
John hekelt ook het feit dat er geen tegemoetkoming is naar de schapenhouders toe om de grote kosten te dekken. Zelf gaf hij heel wat geld uit aan de vaccins en andere maatregelen om blauwtong in te dijken, maar ook aan de normale operationele kosten en verloren inkomsten.
Het Sanitair Fonds van de FOD Volksgezondheid heeft beslist om de vaccins niet terug te betalen, zoals wel in het Verenigd Koninkrijk het geval is. In Luxemburg betalen veehouders enkel voor het toedienenvan het vaccin, dat zelf gratis is. Vaccineren is in België voorlopig op vrijwillige basis, en dus op kosten van de veehouder zelf.
Wel heeft federaal minister van Landbouw David Clarinval (MR) de getroffen sectoren erkend als sectoren in crisis. Hierdoor kunnen landbouwers wiens vee aangetast is door blauwtong in aanmerking komen voor uitstel of vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen, zodat ‘ze deze moeilijke periode kunnen overwinnen’, aldus Clarinval.
Rendac
Karkassen worden normaal gezien binnen de 2 werkdagen na melding, feestdagen en weekenddagen niet inbegrepen, door Rendac opgehaald. In absolute dagen kan dit in bepaalde gevallen dus tot meerdere dagen leiden. Zo had John uiteindelijk op een bepaald moment een twintigtal dode schapen 5 dagen lang voor zijn huis liggen, juist tijdens de warmste dagen van deze zomer. “Uiteindelijk liepen de sappen over het beton en vraten duizenden maden de karkassen aan.” Dat zorgde natuurlijk voor veel geuroverlast voor John’s buren.
Uiteindelijk werden de karkassen opgehaald, maar de geur van verrotting was de dag erna zelfs nog te ruiken. “De karkassen waren dan wel weg, maar de magen waren opengebarsten waardoor er allerlei rotzooi en sappen achterbleven. De opruim ervan was voor mij, maar zelfs 30 l chloor was niet opgewassen tegen de geur.”
“Als ze niet zolang hadden gewacht met de karkassen op te halen, was het nooit zover gekomen”, zegt John. Eerder gaf Rendac al aan dat ze door de blauwtonguitbraken met logistieke problemen kampen. “Ik snap dat Rendac het druk heeft, maar zet toch extra mankrachten in, of laat de chauffeurs doorwerken in het weekend om situaties als de mijne te voorkomen”, vraagt John zich af.
Sebastian Feyten, managing director van Rendac, geeft aan dat zijn bedrijf tegen de limieten van hun logistieke capaciteiten aanloopt, maar dat ze voorlopig nog kunnen volgen.
“We krijgen veel meldingen binnen van zowel veehouders als particulieren. Dat zorgt voor een groot aantal meldingspunten, vaak met maar 1 of enkele dieren.” De chauffeurs van Rendac moeten dan ook langer rondrijden om karkassen op te halen, vaak in woonwijken waar het niet altijd mogelijk is om dieren goed aan te bieden. “We zetten alles op alles, maar ik begrijp natuurlijk dat het niet makkelijk is voor landbouwers die deze crisis meemaken”, aldus Feyten.
Dat groot aantal meldingen, en niet per se het volume, is een situatie dat Rendac nog niet vaak heeft meegemaakt. “We plegen dan ook nauw overleg met de overheden en landbouwassociaties om aangepaste maatregelen te bekomen, zodat we dit ongemak efficiënter kunnen verhelpen”, besluit Feyten.
John zat ondertussen op maandag 19 augustus terug met een zestal karkassen die wachten op ophaling. “Zo krijg je terug van die vieze rommel”, vreest hij.
Toekomst van de kudde
Of het gat dat blauwtong slaagt in de kudde aangevuld zal worden met nieuwe lammetjes komende winter, zal nog af te wachten zijn, zegt John. Net tijdens het dekseizoen raakte zijn kudde besmet met het virus, waardoor rammen en ooien tijdelijk onvruchtbaar worden. “Ik vrees voor misvormde of een kleiner aantal lammeren deze winter.”
Ook de veearts van John weet niet meer goed wat hij nog voor zijn kudde kan doen. “Ik heb mijn schapen gevaccineerd, pijnstillers gegeven, bakken geplaatst met mineralen en knoflook om de knijten weg te jagen. Meer dan afwachten kan ik nu niet doen, zegt mijn veearts. En dat is het moeilijkst, dat gevoel van onmacht”, besluit John.