Wanneer en waarvoor kan een milieustakingsvordering worden ingesteld?
Wij werden gedagvaard door de gemeente omdat wij asbest op onze eigendom zouden moeten verwijderen. De gemeente gebruikt hiervoor een zogenaamde milieustakingsvordering. Kan dit en wat zijn onze rechten?

Een milieustakingsvordering is een juridisch instrument dat wordt ingezet om milieuschade te voorkomen of te herstellen.
Bescherming van het leefmilieu
Dit instrument vindt zijn juridische grondslag in de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. Volgens deze zeer korte wet kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, op verzoek van de procureur des Konings, van een administratieve overheid of van een rechtspersoon die de bescherming van het leefmilieu tot doel heeft, het bestaan vaststellen van een zelfs onder het strafrecht vallende handeling die een kennelijke inbreuk is of een ernstige dreiging vormt voor een inbreuk op één of meer bepalingen van wetten, decreten, ordonnanties, verordeningen of besluiten betreffende de bescherming van het leefmilieu. Een hele mond vol, waarmee bedoeld wordt dat bij een manifeste schending van de milieuwetgeving de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan ingrijpen. Hij kan in dat geval immers de staking bevelen van handelingen waarvan de uitvoering reeds is begonnen of maatregelen opleggen ter preventie van de uitvoering ervan of ter voorkoming van schade aan het leefmilieu.
Deze procedure wordt gevoerd zoals in kort geding, wat betekent dat ze op een zeer korte termijn wordt behandeld, maar toch een beslissing ten gronde brengt. En hoewel er tegen dergelijke beslissingen van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg hoger beroep kan worden ingesteld, moet zijn beslissing in eerste aanleg wel al uitgevoerd worden tijdens de behandeling van het hoger beroep.
Voorafgaande beslissing
Als een administratieve overheid, zoals een gemeente, een milieustakingsvordering instelt, moet zij natuurlijk wel voldoen aan de algemene regels om een gerechtelijke procedure te voeren. Zeer concreet moet de gemeente, alvorens zij de procedure kan opstarten, over een voorafgaande beslissing van het college van burgemeester en schepenen beschikken. Artikel 56, §3, 9° Decreet Lokaal Bestuur verleent het college van burgemeester en schepenen namelijk de bevoegdheid voor het nemen van "beslissingen over het in rechte optreden namens de gemeente". Indien dergelijk voorafgaand besluit van het college van burgemeester en schepenen niet bestaat, is de vordering van de gemeente onontvankelijk en zal de rechtbank deze vordering ten gronde niet onderzoeken.
Inbreuk op milieuwetgeving
Zoals hoger reeds gesteld moet de rechtbank in eerste instantie onderzoeken of er sprake is van een handeling die een kennelijke inbreuk is of een ernstige dreiging vormt voor een inbreuk op één of meer bepalingen van de milieuwetgeving. Om het bestaan vast te stellen van een kennelijke inbreuk op de milieuwetgeving, moet de rechter niet alleen nagaan of de inbreuk op de wetsbepalingen betreffende de bescherming van het leefmilieu met voldoende zekerheid vaststaat.
De rechter moet tevens de gevolgen van die inbreuken op het leefmilieu in rekening brengen. De beoordeling van de gevolgen van de inbreuk op het leefmilieu is een feitenkwestie. Dit betekent dat de rechtbank geval per geval moet beoordelen of er sprake is van een kennelijke inbreuk op de milieuwetgeving. De bewijslast van de (kennelijke) inbreuk op de leefmilieuwetgeving en van een ernstige dreiging voor dergelijke inbreuk rust op de partij die de vordering tot staking heeft ingesteld, in uw geval de gemeente.
De stakingsrechter moet dus in uw concreet geval vaststellen dat er een overtreding is van een bepaling inzake leefmilieu die duidelijk identificeerbaar en toerekenbaar is en dat de gevolgen van die inbreuk schade meebrengen voor het leefmilieu, met een graad van ernst die een rechterlijke interventie kan verantwoorden.
Maatregelen
Als de rechtbank van oordeel is dat er effectief een kennelijke inbreuk op de milieuwetgeving wordt gepleegd die ook schade berokkent of dreigt te berokkenen aan het leefmilieu, kan ze maatregelen opleggen. Voor deze maatregelen geeft de wet de rechter veel vrijheid. In geval van verzuim om bepaalde handelingen te stellen kan de rechtbank bijvoorbeeld positieve maatregelen opleggen die moeten worden uitgevoerd om verdere schade te voorkomen en/of om een einde te stellen aan de voortdurende inbreuk. Dit betekent dat een rechtbank op basis van een milieustakingsvordering een partij kan verplichten om bepaalde werken uit te voeren of om bepaalde handelingen te stoppen.
Toegepast op uw geval zou de voorzitter van de rechtbank u kunnen verplichten om asbest te verwijderen van uw terrein, als hij van oordeel is dat de aanwezigheid van deze asbesthoudende materialen op zich een kennelijke inbreuk vormt op de milieuwetgeving en dat er door deze aanwezigheid schade dreigt voor het leefmilieu.