Eindrapport voedselstrategie accentueert tegenstellingen

Demir zegt dat het al ver gekomen is in dit land als een probleemsituatie eerst naar de Europese Commissie gaat en daarna wordt doorgestuurd naar de leden van de regering.
Scheet laten
In haar beeldspraak naar geruststelling over de voedselvoorziening verwees Demir naar het mestactieplan en de stikstofproblematiek. “Als ik een scheet laat, dan zegt men ‘de patatten zijn op’ en ‘we gaan geen frieten meer kunnen eten.’”
Terwijl Zuhal Demir van zichzelf zegt dat ze altijd de eerste is die ja zegt aan lokale voedselvoorziening. Als het GLB geen passende beoordeling krijgt, dreigt volgens Demir chaos. “Daar pas ik voor”, zegt ze.
Afstemming
Je kon er donder op zeggen dat het eindrapport over de voedselstrategie dat na maandenlange voorbereiding van een voedselcoalitie op de voedseltop in Roeselare (op 29 november n.v.d.r.) voorgelegd werd, voor animo zou zorgen op de commissie Leefmilieu in het Vlaams Parlement.
Mieke Schauvliege (Groen) wilde van minister Demir weten in welke mate de voedselstrategie van de Vlaamse Regering afgestemd is op belangrijke andere wetgeving en visies die mee de visie op het landbouw- en het milieubeleid bepalen. En of er afstemming is tussen de gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB), de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), het mestactieplan (MAP), methaan en het pesticidebeleid?
Demir niet betrokken
Volgens minister Demir biedt de Vlaamse voedselstrategie een kompas om de komende jaren het voedselbeleid concreet aan te pakken. Dit raakt volgens haar aan verschillende milieu- en landbouwthema’s.
De voedselstrategie is naar de mening van minister Demir geen gedetailleerd en uitgewerkt plan van aanpak voor al deze verschillende aspecten. De voedseldeals waarover nu en in de komende maanden wordt onderhandeld, moeten net die aanpak concretiseren en in de praktijk brengen.
Zuhal Demir weerlegt dat ze betrokken was bij de voedselstrategie. Vragen daarover moeten volgens haar aan minister Brouns en niet aan haar gesteld worden. Ze voegt daar aan toe dat als landbouwminister Brouns rechtszekerheid wil voor de boeren en als hij een passende beoordeling wil voor zijn GLB er dringend moet geluisterd worden naar de bezwaren van de verschillende diensten, ook naar die van minister Demir zelf.
Kot was te klein
Minister Zuhal Demir herinnert er aan dat er heel veel opmerkingen waren op het GLB, ook vanuit haar eigen diensten. Er is volgens haar veel ‘tamtam’ geweest over het feit dat Demirs medewerkers bij de Europese Commissie gingen polsen om te zien hoe ver men moest springen voor een nieuwe mestactieplan. “Het kot was te klein”, zegt Demir. Die niet wil herhalen ‘welke lelijke woorden er toen gevallen zijn’.
Beoordeling
Ze voegt daar aan toe dat het GLB gewoon door minister Brouns is ingediend bij de Europese Commissie en dat hij dat nadien doorstuurde naar de Vlaamse Regering.
Er moet volgens Demir een passende beoordeling komen op het GLB. Zij wil ook rechtszekerheid, wat ook voor de boeren belangrijk is. Voor minister Demir zijn stikstof en het GLB juist hetzelfde.
Samenwerking noodzakelijk
Dat er geen overleg is geweest over het GLB en dat dit ingediend is bij Europa zonder dat Demir weet of Europa garanties zal bieden die naar een milieuvriendelijke omgeving evolueren, vindt Mieke Schauvliege zeer kwalijk en ernstig. Volgens haar toont dit dat de ministers Demir en Brouns niet kunnen samenwerken aan dossiers die betrekking hebben op landbouw, milieu en natuur. Op die manier ligt volgens Schauvliege een rechtszeker kader voor landbouwers, noch voor natuur en milieu binnen handbereik. Ze roept op om de handen in elkaar te slaan en binnen de Vlaamse Regering plannen te ontwikkelen die de Vlaming, de landbouwer en onze natuur vooruithelpen.