Grootschalig biovarkens houden: Back to the future

Elk kraamopfokhok heeft een oppervlakte van 9 m² binnen en een uitloop van 6 m².
Elk kraamopfokhok heeft een oppervlakte van 9 m² binnen en een uitloop van 6 m². - DC

Zonder buitenlandse leveranciers kon Colruyt Group de vraag van haar klanten naar biologisch varkensvlees niet bijhouden. Dat stootte het bedrijf tegen de borst. Het ging, samen met Belgische leveranciers Delavi en Hapro, op zoek naar Belgische varkenshouders die wilden overschakelen naar biologische kweek. Die bleken onvindbaar.

Hapro richtte toen BioVar.be op en brak vier oude varkensstallen af om ruimte te maken voor het nieuwe concept, dat bio en grootschaligheid combineert. Dit las u reeds in de krant van 11 januari, op pagina 4. Hoe het stallencomplex in elkaar zit, leest u hier.

Drachtstal

De eerste ruimte die Wim Haeck, zaakvoerder van BioVar.be, toont, zal in de toekomst de drachtige zeugen huisvesten. De stal is erg hoog, en geeft een ruime indruk. Links zijn verschillende rustzones met stro, rechts de mestzone met roostervloer. Onder de ligbedden in de rustzones zit een waterreservoir van 1.600 m³.

Een automatisch voederstation zorgt ervoor dat elke zeug in de groep een aangepaste  hoeveelheid voeder krijgt.
Een automatisch voederstation zorgt ervoor dat elke zeug in de groep een aangepaste hoeveelheid voeder krijgt. - DC

In de drachtstal zitten alle zeugen samen. Een automatisch voederstation zorgt ervoor dat ze elk een aangepaste hoeveelheid voeder krijgen. De weegunit houdt hun gewicht bij. Het separatiestation verderop merkt bijvoorbeeld hoogdrachtige zeugen op, en leidt hen in een separatieruimte. De zeugen die niet worden afgezonderd, passeren de eenheid voor berigheidsdetectie voor ze op hun terrassen buiten terechtkomen.

Over de hele muur aan de rechterzijde van de drachtstal hebben de zeugen toegang tot de buitenloop, een ruim terras geflankeerd door een weide.
Over de hele muur aan de rechterzijde van de drachtstal hebben de zeugen toegang tot de buitenloop, een ruim terras geflankeerd door een weide. - DC

Ook de betrokken beer heeft vrije uitloop, afgezonderd van de dames. “We hadden al ervaring met dit concept in gangbare systemen, in het kader van groepshuisvesting. Bovendien past het perfect in het bio-verhaal”, verklaart Haeck de keuze voor het automatisch voederstation.

Buitenloop

Rechts van de terrassen voor drachtige zeugen is weide ingezaaid. Op termijn zullen de zeugen ook daar kunnen toeven, bij goed weer. De stal staat in bosrijk gebied, dat populair is bij wandelaars. Rechts van de weide loopt zelfs een wandelpad. Daar wilden Haeck en de zijnen gebruik van maken om de wandelaars te betrekken bij hun bedrijfsvoering.

De zichtgang, te betreden vanaf een wandelpad, biedt de wandelaars een overzicht op de buitenloop en de stallen binnen.
De zichtgang, te betreden vanaf een wandelpad, biedt de wandelaars een overzicht op de buitenloop en de stallen binnen. - DC

Aan het begin van de weide staat dat wandelpad in verbinding met een zichtgang. Wandelaars kunnen die, vanaf maart, vrij betreden. Door de ramen hebben ze uitkijk over de weide en de terrassen. Omdat de zichtgang binnenin doorloopt, kunnen nieuwsgierige wandelaars verder nog een blik werpen op de drachtstal. Een beeldscherm in de zichtgang ten slotte toont camerabeelden van de kraamhokken.

Zeugenopfokstal en dekstal

Vrouwelijke biggetjes worden grootgebracht tot dekrijpe fokzeugen in de opfokstal. “We leren ze er om te gaan met het voerstation en vaccineren ze”, legt Haeck uit. De stal kan 24 biggen van zo’n 20 kg huisvesten, of negen fokzeugen van 240 dagen oud die ongeveer 140 kg wegen. De gelten gaan vervolgens naar de dekstal, net als de reeds geworpen zeugen en eventuele zeugen uit de drachtstal die berigheid vertonen.

De stallen zijn gelijkaardig opgebouwd, met dezelfde voeder- en drinkbakken,  en groene accenten in de buitenloop, voor maximale rust.
De stallen zijn gelijkaardig opgebouwd, met dezelfde voeder- en drinkbakken, en groene accenten in de buitenloop, voor maximale rust. - DC

In de dekstal gebeurt het insemineren van de zeugen zonder box. “Tot op heden hebben we daar nog geen problemen mee gehad. Een bronstige zeug heeft de eigenschap niet meer weg te lopen”, maakt Haeck zich sterk. “In het bio-verhaal is er meer aandacht voor elk individueel dier. Ze zijn rustiger. Zo gaat het makkelijker.” Maximum vier dagen na het dekken gaan de drachtige zeugen naar de drachtstal.

Kraamopfokhokken

De kraamhokken hebben een dubbele functie. Minimum 40 dagen nadat de zeug heeft geworpen, vertrekt ze naar de dekstal, terwijl de biggen in het kraamopfokhok blijven. Dat zorgt voor minder drastische veranderingen in het leven van de biggen en verzacht de speendip. De biggen kunnen voor dat moment al mee-eten met de zeug.

De zeug zelf kan vrij bewegen, zowel binnen (9 m²) als buiten (6 m²). Binnen is het hok ingestrooid met stro. Een deurtje leidt naar het terras. “Bij warm weer leggen de zeugen zich in het deurgat, natuurlijke ventilatie als het ware”, licht Haeck toe.

De biggen zijn beschermd tegen doodliggen door beugels aan beide zijden van het hok,  en een biggennestje vooraan.
De biggen zijn beschermd tegen doodliggen door beugels aan beide zijden van het hok, en een biggennestje vooraan. - DC

De biggen zijn beschermd tegen doodliggen door beugels aan beide zijden van het hok, en een biggennestje vooraan. De zeug zelf kan niet in het nestje, maar ziet haar biggetjes wel. Bij de geboorte zorgt de lamp in het biggennestje voor een temperatuur van 34 °C. Het systeem bouwt die temperatuur nadien af naar 25 °C. Ook het biggennestje vindt toepassing buiten bio, volgens Haeck: “Vooral in het buitenland zie je meer en meer gangbare varkenshouders die biggennestjes gebruiken.”

Terug naar de toekomst

“Wanneer ik dat stro zie, en de plaats die de varkens hebben, denk ik terug aan de jaren 1980-1990”, merkt één van de uitgenodigde gangbare varkenshouders op. “Ik zou zelfs zeggen jaren 1960-1970”, zegt Haeck. “Vanaf de jaren 1980-1990 zijn we een serieuze versnelling hoger geschakeld. Maar zijn aanvoelen klopt, ja.”

“In deze sector sta je constant voor de uitdaging om het telkens iets scherper te doen op kostprijs. De laatste 30 jaar zijn we als sector gedwongen geweest om het zo goedkoop mogelijk te doen, zo snel mogelijk, zo dicht mogelijk op elkaar... Op een bepaald punt komen er dan vragen: Zijn we wel goed bezig?”, schetst Haeck. “Het lastenboek van bio zegt eigenlijk: Nee, dit is niet goed. We gaan een paar stappen achteruit. Doe het op de natuurlijke manier, zoals we het vroeger gewoon waren. Geen middelen die bronst moeten stimuleren bij de zeug, geen preventieve medicatie, geen geboortes meer inleiden...”

Verder dan bio

Om de dieren gezond te houden, koos BioVar.be voor een eenmalige aanvoer van SPF-zeugen uit Denemarken. Die zijn maximaal vrij van ziektes. In de stallen wordt het materiaal hangend verplaatst, via een monorail, om ziekteversleping via de vloer te vermijden. Verder zijn de vloeren gecoat. In de mestkelders staat een schreepsysteem, dat de vaste mest met stro automatisch afvoert naar een centrale laadplaats.

Wim Haeck wijst ook op het feit dat de site water- en brandstofneutraal is. “Met het regenwater uit de grote buffers geven we de dieren te drinken en reinigen we de stallen. Op het bedrijf worden geen fossiele brandstoffen gebruikt, maar zonnepanelen en een warmtepomp. We gebruiken enkel led-verlichting.”

Vraagmarkt maakt verschil

De dieren krijgen meer ruimte en aandacht, waardoor er een pak minder op de site zitten dan op een gangbaar bedrijf. Toch moet BioVar.be economisch rendabel zijn. Hoe kan dat? “Vraagmarkt”, antwoordt Haeck kort. “We produceren wat er gevraagd wordt. Gangbaar is geen vraagmarkt meer.” Dankzij de multifunctionele kraamopfokhokken kan het bedrijf vlot omschakelen van gesloten bedrijf naar (half) open, en weer terug, al moet het in eerste instantie afmesten natuurlijk.

Waar bedrijfsleider Wim Haeck het meest trots op is? “Dat we toch bijna alles hebben kunnen doen wat we twee jaar geleden in gedachten hadden. Soms bots je op grenzen, natuurlijk, maar het project is geslaagd. Ik vind dat we in de Belgische varkenssector pionierswerk hebben verricht. We hebben stof tot nadenken gegeven. Met dit project tonen we dat we voorlopers zijn.”

DC

Eerste biggen voor grootste biovarkensstal van België

Met trots stelt Wim Haeck van BioVar.be de stallen voor.
Met trots stelt Wim Haeck van BioVar.be de stallen voor. - DC

Stefan Goethaert, algemeen directeur Fine Food, Private Label en Retail Services bij Colruyt Group, verklaart waarom het bedrijf ruim twee jaar geleden aan dit project begon: “Colruyt Group zet in op lokale producten. Biologisch varkensvlees voerden we noodgedwongen in. Dat wilden we veranderen.”

Nieuwe stallen, nieuw concept

Met vertrouwde leveranciers en actoren in de varkensketen Hapro en Delavi zocht het bedrijf naar Belgische varkenshouders die wilden overschakelen naar bio. Daar was niet veel enthousiasme voor, nog het minst in Vlaanderen. Hapro besloot dan maar zelf de stap te zetten. Het bedrijf besloot vier oude vleesvarkenstallen af te breken om ruimte te maken voor een nieuw concept, dat bio en grootschaligheid combineert. Zo richtte het de fysieke tak van zusterbedrijf BioVar.be op.

De biozeugen hebben toegang tot terrassen in openlucht. De weide is ingezaaid.  Op de achtergrond is de zichtgang voor passerende wandelaars te zien.

De knowhow die BioVar.be verzamelde bij de bouw van de nieuwe stallen wil het bedrijf in de toekomst ten dienste stellen van eventuele omschakelaars in de varkenssector. In de toekomst wil het bedrijf ook zeugen en biggen leveren aan biologische varkensbedrijven. Wim Haeck is de zaakvoerder. “De site in Ruiselede had code oranje meegekregen (in het kader van Programmatorische Aanpak Stikstof). Met deze aanpak doen we het aantal dieren er dalen.”

“Veel moois te tonen”

Wim en collega’s gingen hoofdzakelijk in Denemarken en Duitsland voorbeelden bekijken en informatie vergaren. De bouw besloeg 200 dagen. “Toen de delfkranen al bezig waren, wisten we nog niet hoe de kraamstal er zou uitzien. Gedurende het hele project dachten onze leveranciers keihard met ons mee. We kregen voortdurend berichtjes met ‘Heb je daar al aan gedacht?’ en ‘Zou dit iets zijn?’ Heel fijn”, vertelt Haeck bevlogen.

“Mede dankzij vooroverleg verliep het vergunningstraject heel vlot”, voegt hij daar nog aan toe. Transparantie is belangrijk voor het bedrijf. Boven de zeugenstal is een zichtgang gebouwd, met aansluiting op een wandelpad dat naast het bedrijf loopt. “Zolang we geen vandalisme ondervinden blijft die deur gewoon open. Zo kan elke wandelaar op elk moment binnenkijken bij de zeugen. Als sector staan we dezer dagen in een slecht daglicht, maar eigenlijk hebben we veel moois te tonen.”

Tot 30 kg in kraamhok

Wat is er nu zo bijzonder aan de nieuwe stallen, naast de vereisten voor biologische varkenshouderij? De site is voorzien van zonnepanelen en een warmtepomp, en opereert energie- en zelfs waterneutraal. Een monorail staat in voor intern transport. “Ziekteversleping gebeurt vooral via de vloer”, meent Haeck. Verder is het bedrijf uitgerust met een mestschreepsysteem en voerstations met markering, selectie, weging en berigheidsdetectie.

Danbred-zeugen Babette (l.) en Alice (r.) en hun kersverse biggen hebben vrije uitloop.

De site zet sterk in op flexibiliteit. Er is geen aparte biggenopfok. Biggetjes blijven in de kraamstal tot ze 30 kg wegen. Het is de zeug die vertrekt. Dat verzacht de speendip, en maakt switchen tussen gesloten, half open en open bedrijfsvoering mogelijk. De hele site biedt plaats voor 100 zeugen met afmesten van alle biggen, of 500 zeugen zonder afmest. “Eigenlijk willen we op lange termijn naar een 100% zeugenbedrijf. In dat scenario mesten andere biologische varkenshouders de biggen af”, droomt Haeck.

Markt niet verstoren

Hoe lang die lange termijn duurt, hangt af van de markt, voegt hij nog toe. Op dit moment ziet het er goed uit: er is een grote vraag naar biologisch varkensvlees. Alle ketenactoren hoeden zich ervoor die vraagmarkt te verstoren. “Het is een kleine markt, die goed werkt. We moeten zorgen dat we ze niet bruskeren. Daarom hebben we met Colruyt afgesproken dat die stukken vlees niet ter vervanging komen van binnenlandse producenten. We gaan geen klanten afnemen van collega-biovarkenshouders. Hetzelfde geldt voor mestafzet: we zullen onze biomest niet presenteren aan bestaande bioboeren, maar aan omschakelaars”, belooft Haeck.

Lieve Vercauteren, directeur van BioForum, erkent dat er bezorgdheid is in de biosector, maar denkt dat die ongegrond is. “Met dit project vervangt Colruyt de import van biologisch varkensvlees. Op termijn wil BioVar.be biggen leveren, dat is alleen maar goed voor andere omschakelaars. Daarnaast vervult het bedrijf een voorbeeldfunctie, en kan het omschakelen makkelijker maken voor anderen.”

Grootschalig én bio

Bio-consumenten eten doorgaans weinig vlees. Is dit wel een segment met toekomst? “Het klopt dat vlees het kleinste segment uitmaakt in het hele bio-aanbod. Wie bio koopt, is zich ook vaker bewust van de nadelen van grote stallen. Bio gaat echter over het sluiten van kringlopen, en dat heeft niets te maken met schaal. Hier is goede communicatie nodig”, legt Vercauteren uit.

“Bio kan ook grootschalig”, vindt Lieve Vercauteren, directeur van BioForum.

Volgens haar valt grootschaligheid wel degelijk te verzoenen met de principes van bio. Daarnaast vindt ze dat de biologische principes verder gaan dan de lastenboeken: “Net als andere bio-bedrijven doet BioVar.be nog extra inspanningen. Bio heeft een voortrekkersrol te vervullen. Tegelijk mogen we de instapdrempel niet te hoog maken.” Goethaert valt haar bij: “Voorloper blijven, voortdurend innoveren, dat is wat bio hoort te doen, zonder te vervallen in een debat over groot of klein.”

Vierkantsvermarkting als uitdaging

“100 zeugen? Dat zou ik eerder kleinschalig noemen”, knipoogt aanwezige conventionele varkenshouder Bart Vergote. “Omschakelen zie ik niet zitten, al toont BioVar.be dat het wel kan.” Hij vreest dat de consument niet wil betalen voor alle kostelijke extra’s die deze varkens krijgen. Ook voor de delen van het varken die niet in de supermarkt terechtkomen, is volgens hem geen meerprijs voor bio te krijgen.

Ook de partners van het bio-ketenproject kennen deze vrees. Slechts de helft van het varken belandt uiteindelijk in Colruyt of Bioplanet. “We werken nog aan de vierkantsvermarkting, het liefst onder bio-label. Er is geen pasklare oplossing. Beschouw dit als een open oproep: heeft iemand hier bioproducten van varkens nodig?”, klinkt het bij Kris De Laere van Delavi Tielt.

Een gedetailleerd verslag van de rondgang door de stallen volgt in een komende editie.

DC

Meest recent

Meest recent