E
Eén op drie van de oranje bedrijven
De vraag hield en houdt wel degelijk heel wat vleesveehouders bezig. “In het eerste significantiekader, dat weliswaar gewijzigd is, waren er 806 oranje bedrijven. 200 ervan waren actief in vleesvee, en 82 anderen waren met vleesvee gemengde bedrijven”, aldus Joris Relaes, algemeen directeur van het ILVO (Instituut voor landbouw- en visserijonderzoek), tijdens een bijeenkomst. Het aantal rode en oranje bedrijven ging in een herziening naar beneden, naar ongeveer 500 oranje bedrijven, wist Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker. De verhouding dat één op drie oranje bedrijven vleesvee houdt, blijft wel overeind.
Er wordt geschat dat tegen 2030 de rundveesector goed zal zijn voor de helft van de veeteeltemissies op stalniveau. De problematiek zal dus niet gauw van de agenda verdwijnen.
Inspelend op de vraag naar technieken om de ammoniakemissies bij vleesvee naar beneden te halen, investeerde het ILVO samen met Boerenbond €250.000 in het verbouwen van een bestaande stal en het aanschaffen van meetapparatuur.
Investering Boerenbond
Het was voor Boerenbond een logische beslissing om mee in het ILVO-onderzoek te investeren. €200.000 investeerde de organisatie in het onderzoek. “In de meeste sectoren zijn technologische oplossingen voor handen zoals roosters en luchtwassers. In de vleesveeteelt zijn er die niet, terwijl deze wel zwaar geïmpacteerd wordt”, zei Sonja De Becker. Een deel van de verklaring hiervoor ligt in het feit dat vleesveebedrijven vaak in valleigebieden liggen, waar ook meer natuur is.
Het enige alternatief, de beweiding in combinatie met leegstand, was weinig praktisch voor bijvoorbeeld bedrijven die stieren afmesten. “De continuïteit en de leefbaarheid van de vleesveehouderij dreigde gehypothekeerd te worden.”
De onderzoeksstal bestaat uit vier identieke hokken. Alle lucht uit de stal werd afgezogen en bemonsterd op gassen.
Aanpassing bestaande maatregel
Het ILVO ging niet alleen op zoek naar nieuwe mogelijkheden, maar bekeek ook de enige reeds bestaande maatregel. Daarin (24 op 24 beweiden gecombineerd met leegstand) wordt geëist dat de stal gedurende deze periode volledig vrij is van dieren en mest. Uit ILVO-onderzoek blijkt nu dat dit reinigen weinig bijdraagt aan de emissiereductie. “24 tot 48 uur nadat dieren vertrokken zijn, vallen de emissies uit stalmest sowieso bijna volledig stil”, merkte ILVO-onderzoeker Karen Goossens op. De PAS-maatregel zal dus aangepast worden: de mestopslag in de stal zal niet langer vereist worden leeg te zijn.
Andere pistes
Ook andere pistes werden bekeken. De reinigings- en instrooifrequentie bleken geen effect te hebben op de ammoniakuitstoot. Andere strooiselmaterialen leken op basis van labo-analyses beloftevol. Maar van bijvoorbeeld vlaslemen werd er
Eiwit verlagen biedt sleutel
Het verlagen van ruweiwitgehalte blijkt echter een goede oplossing te kunnen bieden. Door het ruweiwitgehalte te doen dalen, blijkt er een groot en snel effect op de ammoniakemissies. In de proeven had een verlaging van 2 % ruw eiwit een daling in de ammoniakuitstoot met 40 % tot gevolg. Het totale ruweiwitgehalte wordt daarbij iets naar beneden gehaald. Op een dieper niveau gaat het vooral om een verlaging van het eiwit dat vrijkomt in de pens. Het aandeel darmverteerbaar eiwit (DVE) stijgt. Omdat het totale ruweiwitgehalte daalt, is er een besparing mogelijk in de voederkost.
Nog belangrijker is dat de technische prestaties van de dieren meer dan waarschijnlijk niet achteruit gaan. Gedurende de duur van de proef (15 weken) werden er alvast geen groeiverschillen gemeten tussen de dieren met een normaal en een verlaagd eiwitgehalte in het rantsoen. De daling (en onderliggende verschuiving) in eiwitvoorziening zorgt ervoor dat de onbestendige eiwitbalans (OEB) negatief wordt. Het is iets waar vleesvee wellicht goed mee om kan gaan, al moet de rantsoenberekening uiteraard blijven kloppen. Verder onderzoek moet uitsluitsel geven over mogelijke effecten op diertechnische prestaties bij andere diercategorieën en op langere termijn. Melkveehouders zullen allicht minder happig zijn om de OEB negatief te laten gaan. Zij willen immers zo veel mogelijk eiwit in de melk.
Spijkerhard
De toevoeging van de nieuwe maatregel aan de officiële PAS-lijst wordt al voor binnen enkele maanden verwacht. Vleesveehouders kunnen er in hun plannen dus al stilaan mee beginnen rekenen. Een en ander zal ook afhangen van de controleerbaarheid van de maatregel. Hoe kan de regelgever controleren of de rantsoenaanpassingen in de praktijk ook effectief gebeuren. Op de PAS-lijst zal er ook een definitief gegarandeerd reductiepercentage moeten vastgelegd worden.
Minister voor Landbouw Joke Schauvliege heeft er evenwel een goed oog op. “Een spijkerharde maatregel”, zo noemde ze het, ten gunste van een sector die het niet makkelijk heeft.
De minister toonde zich fier op de inspanningen die het ILVO en Boerenbond leverden om tot een praktijkgerichte, vrij gemakkelijk toepasbare maatregel te komen.
Ook andere dieren
Het ILVO blijft overigens ook in andere projecten inzetten op het reduceren van ammoniakemissies in de veeteelt. Zo is er het BLES-project bij varkens, met een model dat ammoniakemissies uit vleesvarkensstallen kan voorspellen, het SMART melken en PASgeRUND project bij melk- en vleesvee waarbij gekeken wordt naar manieren om emissies te reduceren en het nieuwe Kuikemis-project bij pluimvee waar naar ammoniakemissie reducerende maatregelen wordt gekeken bij voeder of ventilatie.