Cranberry’s vergen een specifieke oogsttechniek
De teelt van deze kleine rode bes verschilt sterk van die van andere vruchten. Dankzij 4 luchtkamers drijft deze bes. Deze eigenschap vergemakkelijkt de oogst aanzienlijk. Het leidde tot een specifieke techniek, die je elk jaar één maand kunt gaan ontdekken in Québec.

Saint-Louis-de-Blandford… De naam van dit kleine dorpje met iets meer dan 1.000 inwoners, gelegen aan de rechteroever van de Saint-Lawrence-rivier tussen Québec en Montréal (Canada), zegt je waarschijnlijk niet veel... Ondanks het ontbreken van grote toeristische attracties – waardoor het dorp zelden vermeld wordt in reisgidsen – stoppen er jaarlijks duizenden bezoekers in oktober.
Gedurende een maand is er een constante stroom van schoolbussen. Enkele foodtrucks nemen hun stek in op het dorpsplein. Toeristen slenteren er rond, gaan naar de pop-upwinkel of volgen het museumparcours. Dit alles zorgt voor een ‘gecontroleerde’ levendigheid zonder de charme van het dorp te verstoren.
Saint-Louis-de-Blandford dankt haar succes aan de cranberry of grote veenbes. Deze rode bes vind je meestal in de koeling van onze supermarkten, naast het wildaanbod zoals hert-, haas- of fazantfilet. Het dorp kan zich zelfs de nationale hoofdstad van de cranberry noemen! Er zijn maar liefst 16 producenten die samen bijna een derde van de gehele productie in Québec voor hun rekening nemen.
Cranberryteelt in Canada
Deze veenbes was goed gekend bij de inheemse Amerikanen. Ze aten de bessen op verschillende wijzen en gebruikten ze ook in de geneeskunde. Pas in 1816 werd de cranberry een volwaardige teelt. De eerste plantages kwamen tot stand in de Verenigde Staten, in de staat Massachusetts. Het duurde meer dan 100 jaar voordat de kleine rode bes de grens overstak...
In 1939 ontdekte een groothandelaar in groenten en fruit, Edgar Larocque, de cranberry tijdens een bezoek aan zijn Amerikaanse familie. Gecharmeerd door de vrucht nam hij enkele planten mee en richtte de eerste cranberryplantages van Canada op, in Lemieux. Het dorp Saint-Louis-de-Blandford, 10 km verderop, was toen nog ver verwijderd van zijn huidige status.
Dat was echter buiten Marc Bieler gerekend. In 1983 kocht deze appelteler – onder druk van de groeiende vraag van zijn klanten - 300 acres (ongeveer 160 ha) grond voor cranberryteelt. De teelt ging snel vooruit en 5 jaar later opende hij de eerste verwerkingsfabriek van Canada (nu eigendom van de landbouwcoöperatie Ocean Spray, wereldwijd bekend voor zijn cranberrysap). Al snel sloten andere producenten zich daarbij aan.
Het duurde nog enkele jaren voordat Saint-Louis-de-Blandford de titel van ‘nationale hoofdstad van de cranberry’ verwierf. Ook in andere gemeenten in Québec zijn er vandaag de dag cranberryplantages. De teeltmethode verschilt er sterk van wat we in Europa kennen.
Een unieke combinatie van landbouwkunde en engineering
De aanleg van een cranberryplantage vereist een combinatie van landbouwwetenschap en techniek. Dit verloopt in verschillende fasen.
Allereerst moet een geschikte locatie worden gekozen die voldoet aan de vereisten van de teelt: een zure, arme bodem (pH tussen 4 en 5), maar ook zandig of veenachtig. Zodra het terrein is gekozen, wordt het ontgonnen en voorbereid. Een teeltbekken wordt aangelegd, evenals de omliggende drainagesloten. Het geheel is omgeven door dijken die een gemakkelijke toegang tot het terrein mogelijk maken. Drains en een irrigatiesysteem worden ook geïnstalleerd, evenals de aanleg van opslagreservoirs.
Na de aanleg van het perceel, worden de stekken geplant. Deze kunnen worden gekocht of ze kunnen afkomstig zijn van het snoeihout van andere velden. De plant, een kruipende en houtachtige soort, ontwikkelt zich geleidelijk door 2 soorten scheuten te vormen: horizontale en verticale. De eerste zijn de wortelstokken, die de tweede dragen. Aan de verticale scheuten komen de bloemen en vruchten. Er wordt 3 jaar gerekend tussen het planten en de eerste echte oogst. De volle productiviteit van het perceel wordt echter pas na 5 jaar bereikt.
De bloei is relatief kort en vindt plaats van half juni tot begin juli. Gedurende deze periode plaatsen de telers bijenkasten om de bestuiving en de toekomstige fruitproductie te bevorderen.
Tegelijkertijd zorgt irrigatie ervoor dat de planten niet te veel lijden onder watergebrek. Thermometers en tensiometers, die in realtime gegevens naar de smartphones van de boeren sturen, maken het mogelijk om op het juiste moment in te grijpen. Op sommige locaties is het hele systeem volledig geautomatiseerd.
Gereduceerde bemesting en plaagbestrijding
In de zomer wordt er bijzondere aandacht besteed aan de bemesting van de percelen en de bestrijding van plagen. Dit gebeurt op een verantwoorde manier en onder begeleiding van agronomen.
Grond- en bladanalyses helpen bij het bepalen van de juiste hoeveelheden meststoffen (stikstof, fosfor, kalium, zwavel, magnesium en koper). Het doel is niet alleen om het juiste ontwikkelingsklimaat voor de teelt te creëren, maar om, indien nodig, ook de pH te regelen.
Meer dan 30 insecten kunnen de knoppen of vruchten beschadigen. Potentiële plagen worden wekelijks opgespoord, bijvoorbeeld via feromoonvallen. In conventionele percelen worden fytosanitaire ingrepen pas uitgevoerd wanneer een kritische drempel is bereikt. De behandelingen vinden ’s avonds of ’s nachts plaats, wanneer er geen bijen aanwezig zijn. Het gebruik van natuurlijke vijanden wordt ook aangeraden.
Wat betreft onkruid moeten verschillende invasieve soorten onder controle worden gehouden. Hoewel selectieve herbiciden worden gebruikt, blijven handmatige ingrepen een gangbare praktijk.
Anderzijds worden er weinig ziektes waargenomen. De strenge winters in Québec zijn hierbij een waardevolle hulp.
Oogsten… na overstroming
Tegen het einde van de zomer beginnen de vruchten rood te worden. Naast de hitte en zonneschijn helpt het temperatuurverschil tussen dag en nacht bij hun rijping. Periodes van lichte vorst aan het begin van de herfst bevorderen eveneens het rijpingsproces. Laboratoriumtests beoordelen de anthocyanine-inhoud van de bessen. Zo weten de telers wanneer hun percelen klaar zijn voor de oogst.
De oogst vindt meestal in oktober plaats. Bij de grotere bedrijven kan deze al eind september beginnen en doorlopen tot begin november. In Saint-Louis-de-Blandford is de oogst openbaar... Dit verklaart waarom dit kleine dorp volstroomt met bezoekers! Op initiatief van het Centrum voor de Cranberryteelt, en in samenwerking met de producenten, is het mogelijk om de oogst van deze bijzondere rode vrucht te ontdekken.
De oogst begint met het verwijderen van de sproeiers, die enkele maanden later weer worden geplaatst. De velden worden vervolgens geleidelijk onder water gezet. Het waterniveau moet voldoende zijn om de bessen te laten drijven. Terwijl de bassins worden gevuld, haalt een machine die aan een tractor is bevestigd (of die boven het bassin hangt in de grotere bedrijven) de vruchten van de planten zonder ze te beschadigen. Ze komen aan de oppervlakte drijven door de 4 luchtkamers die de bessen bevatten.
In een tweede fase worden de bessen samengebracht in een hoek van het veld, met behulp van afscheidingen. Daar zuigt een pomp ze op en verplaatst ze naar een bak of vrachtwagen. Zo verlaten ze het bedrijf op weg naar de verwerkingscentra. Daar worden ze verpakt voor verkoop als verse producten of opgeslagen in vrieskamers voor verdere verwerking tot sap, gedroogde vruchten, enz.
Na de oogst wordt het water afgeleid naar de reservoirs via het drainagesysteem. Het wordt bewaard voor toekomstig gebruik.
Winterse bescherming door ijslaag
De strenge winters in Québec zijn niet alleen een bondgenoot bij het bestrijden van ziekten, maar kunnen ook schade aan de teelt veroorzaken. In de weken na de oogst moet de teelt beschermd worden. Daartoe worden de bassins opnieuw onder water gezet, bij koud weer. De planten staan dan 30 tot 45 cm onder water.
De daling van de temperatuur zorgt ervoor dat het water aan de oppervlakte bevriest. Zodra de ijskap zich heeft gevormd, wordt het resterende water uit het bassin gehaald om te voorkomen dat de planten worden beschadigd door de opeenvolgende vries- en dooiperiodes. Het ijs beschermt de knoppen tegen kou en wind, die ze schade kunnen toebrengen bij temperaturen onder -12 °C.
Het ijs kan een dikte van 15 cm bereiken, wat voldoende is om er met een tractor overheen te rijden. De boeren gebruiken dit moment om een dunne laag zand (1 à 2 cm) direct over het ijs te verspreiden, nadat de sneeuw is verwijderd. Het toevoegen van zand bevordert de regeneratie van de teelt. De wortelstokken worden namelijk bedekt door deze nieuwe laag tijdens de dooi, en worden zo gestimuleerd om nieuwe scheuten en wortels te produceren. Deze techniek wordt elke 3 tot 5 jaar herhaald om de duurzaamheid van de teelt en de rentabiliteit te waarborgen.
In het voorjaar worden de sproeibomen opnieuw op hun plaats gezet in de velden. Ze helpen om de planten tijdens de koudeperiodes in de lente te besproeien en om de knoppen en bloemen te beschermen. Het ontwikkelingscyclus gaat dan verder voor een nieuw teeltseizoen.