Startpagina wildschade

Hoe krijg je een vergoeding voor wildschade van het Vlaamse Gewest?

Wie schade aan gewassen, vee, bos of goederen heeft geleden die veroorzaakt werd door bejaagbaar en bestrijdbaar wild – zoals everzwijnen, reeën of vossen – of door een beschermde diersoort – zoals dassen, steenmarters, bevers of wolven – kan van de Vlaamse overheid een schadevergoeding krijgen.

Leestijd : 4 min

In dit artikel leggen we uit hoe je deze schadevergoeding kan verkrijgen.

Aanvraag indienen bij ANB

Een landbouwer die in zijn gewassen of bij zijn vee schade vaststelt die door wilde dieren is veroorzaakt, moet zo snel mogelijk in actie schieten. Om van de Vlaamse overheid een vergoeding voor wildschade of schade door een beschermde soort te kunnen krijgen, moet de schade volgens het Jachtdecreet immers binnen een redelijke termijn na het optreden van de schade worden vastgesteld. De schadelijder moet daarvoor een aanvraag indienen bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Dit kan zowel via het e-loket schade op de website van het ANB als per aangetekende brief, waarbij dan het modelformulier van het ANB moet worden gebruikt.

Deze aanvraag moet worden ingediend binnen de 12 werkdagen nadat de schadelijder de wildschade of schade door een beschermde soort heeft vastgesteld. Bij de aanvraag moeten bewijsstukken worden gevoegd om de hoedanigheid van de aanvrager te staven en om het bestaan en de omvang van de wildschade of van de schade door een beschermde soort te bewijzen.

Voorwaarden om vergoeding te krijgen

Niet elke schade die is aangericht door wild komt in aanmerking voor een vergoeding door de Vlaamse overheid. In de eerste plaats is er een financiële drempel: de schade moet meer dan 300 euro bedragen. Daarnaast moet de schadelijder de nodige basismaatregelen hebben genomen om de veroorzaakte schade te voorkomen. Tot slot moet het gaan om schade door een wildsoort waarop de jacht het hele voorbije jaar niet geopend was en die ook niet bestreden mocht worden op de getroffen percelen. Of de betrokken wildsoort moet afkomstig zijn uit een natuurgebied dat beheerd wordt door de Vlaamse overheid of door een erkende terreinbeherende vereniging, waarin de jacht op dat wild het gehele voorbije jaar niet geopend was en ook de bestrijding van dat wild niet werd toegelaten.

De schade aangericht door wild moet meer dan 300 euro bedragen om in aanmerking te komen voor een vergoeding door de Vlaamse overheid.
De schade aangericht door wild moet meer dan 300 euro bedragen om in aanmerking te komen voor een vergoeding door de Vlaamse overheid. - Foto: LBL

Procedure

Voorstel plaatsbezoek Het ANB zendt de schadelijder per kerende en uiterlijk binnen de 12 werkdagen na ontvangst van de aanvraag een bewijs van deze ontvangst, vergezeld van een voorstel van datum van bezoek ter plaatse. Dit plaatsbezoek gebeurt zo spoedig mogelijk en volgens het decreet in elk geval binnen de 20 werkdagen na ontvangst van een tijdig ingediende en volledig ingevulde aanvraag. Indien het formulier onjuist of onvolledig is ingevuld, laat het ANB de schadelijder dit schriftelijk weten op het moment van de ontvangstmelding en stelt hem gedurende 10 dagen in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen. Daarna vindt de procedure zijn verdere doorgang.

Bezoek ter plaatse Bij het bezoek ter plaatse is het van groot belang dat de schadelijder ook aanwezig is om de ambtenaren van het ANB op de schade te kunnen wijzen en om eventueel bijkomende bewijsstukken (zoals foto’s) voor te leggen. De ambtenaar stelt vast of de aangemelde wildschade of schade door een beschermde soort een belangrijk karakter heeft, en of er een oorzakelijk verband kan worden vastgesteld met het voorkomen van niet-bejaagbaar wild of met een beschermde soort. De ambtenaar stelt eveneens vast of alle maatregelen genomen werden die redelijkerwijze kunnen worden verwacht ter voorkoming van de wildschade of van de schade door een beschermde soort.

Verslag De ambtenaar maakt, na het plaatsbezoek, een verslag op van zijn bevindingen. Dit verslag wordt afgesloten met een beslissingsvoorstel, met name ofwel een inwilliging en onmiddellijke raming, ofwel een afwijzing, ofwel een vaststelling dat er wildschade of schade door een beschermde soort bestaat, maar dat die nog niet sluitend kan worden geraamd.

Vergoeding

Indien er bij het plaatsbezoek kan worden vastgesteld dat alle voorwaarden voor het verkrijgen van een schadevergoeding vervuld zijn, wordt er nagegaan of er redelijkerwijze een uitspraak kan worden gedaan over het schadebedrag. Indien dat mogelijk is, wordt er een raming opgemaakt door de ambtenaar, in overleg met de schadelijder en de aanwezige deskundigen.

In het geval het schadebedrag niet onmiddellijk sluitend kan worden geraamd, en indien deze betrekking heeft op teelten of oogsten, dan worden er, in overleg met de schadelijder en voor zover dat nuttig lijkt, bij het plaatsbezoek een of meerdere referentieplekken vastgesteld, waarop de grond of het gewas niet is beschadigd.

Met betrekking tot de vergoeding moet ook worden opgemerkt dat niet de volledige geleden schade wordt vergoed. Het eigen risico (de franchise) van een schadedossier wordt vastgesteld op 5%, met een minimum van 250 euro per aanvrager per jaar. Dit betekent dat er al minstens 250 euro schade niet zal worden vergoed. Bovendien worden vergoedingen lager dan 50 euro niet uitbetaald.

Bejaagbaar wild

Wanneer er jacht toegelaten is, bijvoorbeeld op soorten zoals het everzwijn of de houtduif, dan zijn de jagers in principe verantwoordelijk voor het vermijden van wildschade. Wanneer de schade ontstaat tijdens een periode waarin de jacht geopend is, zal niet het Vlaamse Gewest, maar wel de houder van het jachtrecht aangesproken kunnen worden.

Jan Opsommer

Lees ook in wildschade

Meer artikelen bekijken