Startpagina kleinvee

Geitenboerderij heeft statuut van ‘verwaarloosbaar risico’

De geitenboerderij van Gadlis waarover we het in een eerder artikel hadden, werkt mee aan een regionaal plan voor controles op Caprine Arthritis Encefalitis (CAE) dat geleid wordt door Arsia, de Waalse tegenhanger van Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ).

Leestijd : 3 min

Caprine arthritis encefalitis (CAE) is een persisterende virusinfectie bij geiten.

“Er werden vorig jaar en dit jaar bloedstalen genomen”, zeggen Sophie Vincent en Ludovic Benoit. Het goede nieuws is dat alle dieren gezond zijn en dat ze als bedrijf het statuut van ‘verwaarloosbaar risico’ krijgen inzake ziektes.

“We beperken het risico op ziektes door geen enkel dier aan te kopen van buiten het bedrijf, behalve voor de bokken die voor nakomelingen moeten zorgen. Maar ook daarvoor werken we enkel met bokken van gezonde bedrijven, zodat er geen ziektes in onze kuddes kunnen opduiken.”

CAE is een van de meest bekende ziektes bij geiten en volgens een Belgische studie uit 2018 is 1 op de 6 geiten ermee besmet. De meest voorkomende manieren om de ziekte door te geven, zijn het inademen van virusdeeltjes uit de lucht en het binnenkrijgen van colostrum of melk van een besmette geit. Daarnaast is ook besmetting mogelijk door indirect contact, bijvoorbeeld met verzorgingsmateriaal of een injectienaald.

CAE veroorzaakt, vaak op volwassen leeftijd, ontstekingen aan de kniegewrichten.
CAE veroorzaakt, vaak op volwassen leeftijd, ontstekingen aan de kniegewrichten. - Foto: Arsia.

Omdat er grote gelijkenissen zijn tussen het zwoegerziektevirus (Maedi) bij schapen en CAE bij geiten is kruisbesmetting tussen schapen en geiten mogelijk.

CAE veroorzaakt, vaak op volwassen leeftijd, ontstekingen aan de kniegewrichten en het verharden van de uier (’houten uier’), met een verminderde melkproductie tot gevolg. Op jonge leeftijd, bij geitjes van 2 tot 4 maanden oud, kan CAE de hersenen en zenuwen aantasten, wat later kan uitmonden in verlamming.

In kuddes geiten zijn het vermageren van de geiten en een daling van de melkproductie soms de enige tekenen van de ziekte die opgemerkt worden.

Evolutie van de ziekte

De evolutie van CAE bij besmette dieren is traag en onomkeerbaar. Het immuniteitssysteem kan het virus niet onschadelijk maken, omdat het virus zich integreert in het genoom (chromosoom) van de cellen van het afweersysteem van het dier.

Bij dieren jonger dan 6 maanden is het vaststellen van de ziekte heel ingewikkeld, omdat het virus in het afweersysteem zit en niet herkend wordt als een pathogeen door het organisme. De productie van anti-stoffen is te zwak om te kunnen worden opgemerkt.

Het virus blijft vaak lang latent aanwezig, maar bij ‘immuniteits-stress’ (andere ziekte...) gebruikt de aanwezige pathogeen de machinerie van de cellen voor zijn eigen reproductie, waarbij andere, gezonde  cellen worden aangetast en de verspreiding uitdijt.

Als het virus zich verder verspreidt, komt er een grotere reactie van het immuunsysteem en worden er meer antilichamen geproduceerd, waardoor de ziekte kan worden vastgesteld.

Strijd op regionaal en federaal niveau

Omdat CAE de belangrijkste besmettelijke ziekte is voor geiten, en bovendien niet te genezen of te voorkomen is met een vaccin, staat de ziekte hoog op de lijst van prioriteiten van het Arsia. De strijd tegen deze ziekte zorgt voor gezondere dieren, minder productieverliezen, een hogere meerwaarde bij de verkoop van gezonde dieren en voor garanties bij het uitwisselen van dieren.

Daarnaast bestaat er een federaal plan van aanpak voor CAE. Dit plan komt van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en laat bedrijven toe om een certificaat te behalen waarbij ze ‘vrij’ verklaard kunnen worden van CAE.

Claire Sneessens en François Claine (Arsia)

Lees ook in kleinvee

Verhogen geitenbedrijven in de buurt de kans dat je een longontsteking krijgt?

kleinvee Volgens een recente Nederlandse studie is de kans significant hoger dat je een longontsteking krijgt als je in de buurt van een geitenbedrijf woont. De mogelijke oorzaak? Een twintigtal bacteriën die longontstekingen kunnen veroorzaken en zowel in de stal als in de omgeving ervan en bij patiënten teruggevonden zijn. Meer onderzoek is nodig voordat een oorzakelijk verband bewezen is, aldus ILVO.
Meer artikelen bekijken