Bonen, wortelen, selder, kolen, prei, ... : door het wisselvallige weer is het in deze teelten belangrijk om nu de fungicidebehandelingen strikt op te volgen.
Vergeet ook de inzaai van groenbemesters niet, en dit zowel voor verplichtingen van de vergroeningseisen als bij de focusbedrijven.
Ook wordt het deze weken (bang) afwachten op welke percelen de VLM een nitraatcontrole zal uitvoeren.
Door de droge weersomstandigheden in het voorjaar en de zomer was de opname en werking van stikstof zeer slecht, zeker in die streken waar er pas in augustus voldoende regen viel. Daar kwam de mineralisatie pas dan op gang. De teelten kunnen dan slechts nog gedeeltelijk de vrijkomende stikstof opnemen. Het verleden leert ons dat dit nefast is voor het nitraatresidu in de gronden dat gemeten wordt in de periode 1 oktober tot 15 november.
Maïs
De oogst van snijmaïs is reeds goed op gang. Dit is uitzonderlijk vroeg. De opbrengsten, zoals visueel al te zien was, zijn zeer wisselvallig. Gebruik deze vroege oogstomstandigheden om ze op die percelen waar doorlevende onkruiden voorkomen, te behandelen.
Beter is het om bij maïs dit direct na de oogst te doen als de onkruidplanten nog fris groen staan. Wachten tot enkele weken na de oogst levert minder frisse planten op. En dan is er minder opname mogelijk van deze middelen.
Bieten
In de aardappelteelt is het vanaf nu belangrijk om de kwaliteit van de knollen te testen. Best is hier wat proefrooiingen te doen. Zeker indien het aardappelen zijn die voor langere bewaring dienen.
Een proefrooiing kan door op een paar plaatsen per perceel twee naburige struiken te rooien. Op een gewassen mengstaal van 5 kg kan het onderwatergewicht en drijverspercentage (zoutbad 1.06) bepaald worden door aardappelhandelaars, onderzoeksinstellingen zoals PCA, fytohandelaars of andere.
Het resultaat hiervan geeft een indicatie hoe het met de kwaliteit zit. Daarna kan op basis daarvan een goed beeld over de kwaliteit of een volgorde van inschuren opgemaakt worden.
Loofdoding
Bonen
Let in de bonenteelt op om bij deze wisselvallige weersomstandigheden voor voldoende bescherming te zorgen. Vooral Botrytis dient voldoende bestreden te worden. Sclerotinia heeft een langere bodemvochtige periode nodig om te sporuleren.
Kolen
In de teelt van kolen is het bij alle koolsoorten opletten voor voldoende bescherming tegen bladziekten. Vooral valse meeldauw en alternaria houden van deze omstandigheden.
Verder blijft er ook nog wat druk van koolvliegen. De verdere weersomstandigheden zullen bepalen of de cyclus van deze insecten nog voor problemen kan zorgen in de verschillende koolteelten.
In de grensstreek West-Vlaanderen/Frankrijk komen ook uitzonderlijk veel witte vliegen voor in bloemkool, maar vooral in spruitkool. In bloemkool zal dit niet tot problemen leiden. In spruitkool zijn Movento en Benevia de enige twee bestrijdingsmogelijkheden.
Wees in spruitkool ook aandachtig voor slakkenschade in deze vochtige omstandigheden.
Prei
In de preiteelt blijven we met de zeer hoge druk van tripsen geplaagd. Mede door de oogst van maïs, van waaruit nog extra tripsdruk naar preivelden komt, zullen we nog moeten blijven behandelen tegen dit insect. Verwacht wordt dat we dit dan ook moeten aanhouden tot een eind in oktober vooraleer deze druk zal afnemen.
Bij lagere temperaturen zal natuurlijk ook hier de levenscyclus van dit warmtegevoelig insect vertragen.
Selder
In de selder is het belangrijk om de bladziekten verder op te volgen. Ook kregen we hier en daar een aantasting van bonenspintmijt in knolselder. Dit zijn rode roze spinachtigen die op de onderzijde van het blad zitten.
Bovenaan verkrijgt men een bleke tot zilverachtige schijn en onderaan een zilvergrijze kleur. Een behandeling is hier wettelijk gezien niet mogelijk. We missen hier een doeltreffend middel. Alle erkende insecticiden in knolselder kennen hiertegen geen voldoende werking.