“Voorverwarmd drinkwater geeft enorm veel voordelen”, stelt pluimveehouder Roan Boon
Sinds maart 2018 verwarmt vleeskuikenhouder Roan Boon uit Enschede het drinkwater van zijn vleeskuikens voor naar zo’n 22 tot 24º C. Daardoor heeft hij geen last meer van condens aan de water- en drinknippelleidingen en blijft het strooisel veel droger. Hij ziet bijna geen voetzoollaesies meer bij zijn dieren. Doordat het droger is in de stal is ook de gezondheid van de dieren in het algemeen beter en groeien ze beter.

Vleeskuikenhouder Roan Boon zit, sinds 2010, samen met zijn moeder Ans en broer Raymond in een vennootschap onder firma (vof). De familie Boon is een echte pluimveefamilie. In 1972 hadden ze al 5.000 vleeskuikens, een enorm aantal voor die tijd. Al was hij voorbestemd om pluimveehouder te worden, toch volgde Roan een opleiding elektrotechniek. "Na deze opleiding heb ik eerst gewerkt bij het stalinrichtingsbedrijf Haandrikman uit Vroomshoop en daarna ben ik de koeltechniek ingerold." In deze functie legde hij veel airconditioningssystemen aan bij particulieren en bedrijven.
Inrichting van installatie zelf gedaan
Rond 2009 wilde de familie Boon uitbreiden van 60.000 naar 77.000 vleeskuikens. Omdat de 3 oude stallen waar de 60.000 vleeskuikens inzaten echt te slecht waren om nog te renoveren, moesten er nieuwe gebouwd worden. De familie had ook nog wat vleeskuikens in een oude huurstal. Ze besloten om deze, na de nieuwbouw, af te stoten. In 2011 had de familie de vergunning binnen. Ze bouwden 2 nieuwe stallen van 120 bij 15 m voor 77.000 vleeskuikens. De 2 nieuwe stallen kregen lengteventilatie met inlaatkleppen van Tulderhof. Roan: “Omdat ik heel veel ervaring heb met installatietechniek en de aanleg van elektra heb ik dit in allebei de stallen zelf gedaan. Dat scheelt natuurlijk enorm veel kosten, waardoor de kostprijs van het vleeskuiken lager uitvalt.”
Opa Boon had nog vleeskuikens van het ras Hubbard, maar Roan zelf en zijn vader hebben altijd Ross 308 gehad. "De voerconversie (VC) van dit ras is gewoon goed, vandaar dat wij dit ras altijd gehouden hebben." De eendagskuikens kwamen voorheen van Kuikenbroederij Tanghe, maar sinds een half jaar nemen ze de eendagskuikens af van Broederij Morsink uit Enter. Roan zet ongeveer 20 kuikens per vierkante meter.
Hij mest licht af op 1.500 g, omdat afnemer Heijs Groep uit Leek, die ook een pluimveeslachterij heeft, daarom vraagt. De familie heeft een hechte band met hun afnemer, ze doen al zo'n 40 jaar zaken met deze pluimveeslachterij. Roan: "Onze kuikens zijn voor de export naar Duitsland en worden daar vermarkt als grillhaantjes. Zo'n 2% verkopen wij rechtstreeks aan de consument, enerzijds via onze boerderijwinkel (bevroren product) en anderzijds via onze mobiele verkoopwagen (vers product). Daar zit mijn broer Raymond op."
De eigen verkoop is volgens hem echt noodzakelijk om een inkomen te kunnen garanderen voor de 3 gezinnen die ervan moeten leven. Om het financiële plaatje rond te kunnen breien, heeft de familie Boon ook nog een eigen installatiebedrijf en een Stichting Vrije Recreatie (SVR)-camping.
Verkleinen delta T
De vleeskuikens van familie Boon krijgen water via de eigen bron die de familie geslagen heeft. Het water uit een bron is natuurlijk koud en de temperatuur in de stallen hoog, zeker in de beginperiode als de kuikens nog klein zijn. Daardoor is het verschil tussen de temperatuur van het bronwater en van de stal erg groot. Roan: “Dit zorgde voorheen voor doorlopend flinke condens op de drinkwaterlijnen.. Vooral de eerste 15 m druppelde de condens echt van de drinkwaterlijn. Dat leidde uiteraard tot nat strooisel.” En er was niet alleen nat strooisel. Ook de voetzoollaesiesscore was hoog, met een gemiddelde van 104. Tevens stond de gezondheid van de dieren enigszins onder druk. Als bodembedekking gebruikte de familie Boon voorheen houtkrullen, maar sinds 2017 gebruiken ze turf uit de Baltische Staten. De turf wordt geleverd op pallets in big- bags.
Roan: “Met een gemiddelde score van 104 zit je in Nederland te hoog, dus moest er wat gebeuren. Ik dacht meteen aan het verkleinen van de delta T (temperatuursverschil).” Wim Gerritsen van hun mengvoederleverancier Gebrs. Fuite BV uit het Nederlandse Genemuiden, kwam met een oplossing vanuit de kalversector. Daar is het namelijk heel gebruikelijk om het drinkwater van de dieren eerst op te warmen.
Roan ontwikkelde vervolgens samen met een collega-installateur een warmtewisselaar die het water van de bron opwarmt. In maart 2018 werd het systeem geïnstalleerd. “Het was voor mij als installatieman ontzettend leuk om een dergelijk systeem te bedenken. Ik heb het systeem zo gebruiksvriendelijk mogelijk gemaakt, dus ik kan een vaste inkomende temperatuur instellen. Die zet ik meestal op een niveau van tussen de 22 tot 24 ºC. Dat kan ik gewoon handmatig doen.” Bij het instellen houdt hij uiteraard rekening met de luchtvochtigheid in de stal en met in welke fase de vleeskuikens zich bevinden.
Systeem biedt veel voordelen
Het systeem bij de familie Boon werkt als volgt. Een pelletkachel warmt het water van de centrale verwarming (cv) op en dit cv-water loopt door een warmtewisselaar. In deze warmtewisselaar wordt vervolgens het bronwater op de gewenste temperatuur gebracht. Roan: “Nadat het systeem klaar was en ik de watertemperatuur perfect kon afstellen, hebben wij nooit meer last gehad van condens aan de drinkwaterlijnen. Ook de luchtvochtigheid in de stal is vele malen lager. Dit betekent voor mij persoonlijk een gezondere en prettiger werkomgeving.” De ventilatie-instellingen heeft hij, na installatie van het systeem, vrijwel niet hoeven aanpassen. Andere voordelen van het systeem zijn volgens de Nederlandse vleeskuikenhouder een lagere score voor voetzoollaesies (tussen 0 – 1), 20% minder mest, een betere groei (verbetering VC met 8 punten) en vrijwel geen antibioticagebruik meer. Roan: “Wij zitten hier vlakbij Duitsland en hebben veel contact met Duitse vleeskuikenhouders, maar er is vrijwel geen enkele Duitse collega die het aandurft om de eerste dagen geen antibiotica aan de kuikens te geven.”
Omdat het water natuurlijk wel opgewarmd wordt, laat Roan de waterkwaliteit wel regelmatig onderzoeken. “Tot nu toe waren de kiemgetallen altijd goed, dus het opwarmen tot 22 à 24 ºC is geen probleem.”
Investering zéker waard geweest
Door het succes bij de familie Boon investeerden inmiddels enkele tientallen andere pluimveehouders in Nederland ook in een vergelijkbare warmtewisselaar. De warmtewisselaar in zijn geheel zonder pelletkachels en al het installatiewerk erbij kost zo’n 2.250 euro. Per ronde heeft de vleeskuikenhouder zo’n 2 kuub aan pellets nodig. “Sinds de installatie hebben de kuikens vrijwel geen afkeuringen aan de slachtlijn meer, dus mijn opbrengsten zijn veel meer geworden. Wij hebben deze investering binnen 2 koppels terugverdiend. Het is dus een investering geweest die mij veel opgeleverd heeft en dan heb ik het nog niet eens over het werkplezier, dat ook verbeterd is.” Al heeft de Nederlandse vleeskuikenhouder het nu goed voor elkaar, hij blijft oog houden voor verbeteringen. “Half november worden alle oude Chore-Time-voerpannen vervangen, omdat ik ervaren heb dat de rand ervan te hoog is voor het kuiken om goed te kunnen vreten. De pannen worden vervangen door VDL Valenta- voerpannen. De drinkwaterlijnen zijn van het merk Lubing. “Die bevallen nog prima”, aldus Roan.
Trotser zijn op onze sector
Net als in de rest van Europa ligt de agrarische sector momenteel onder een vergrootglas voor de maatschappij. “Ik vind dat de maatschappij trotser moet zijn op onze boerensector. Wij horen eigenlijk meer waardering te krijgen van de maatschappij, omdat wij gezond en goed voedsel produceren.” Waar hij zich ook mateloos aan ergert, is dat er heel veel pluimveeproducten vanuit de hele wereld geïmporteerd worden naar Europa, terwijl dit de eigen markt enorm frustreert. “Deze producten uit andere delen van de wereld worden niet volgens de Europese normen en standaarden geproduceerd en mogen hier toch in de supermarktschappen liggen. De footprint van deze producten is ook nog eens vele malen hoger. Wanneer komt daar nou eindelijk eens een einde aan?”
Wat de toekomst betreft, gaat de familie Boon niet heel veel veranderen op het eigen bedrijf. Wellicht nemen de kinderen het bedrijf over, maar die zitten nu nog in de puberteit, meent Roan. “En ik vind het ook heel belangrijk dat onze kinderen eerst een tijdje, zoals wij hier in Twente zeggen ‘de voeten bij een ander onder de tafel steken’. Daar steken ze altijd veel van op en dat geeft hun een bredere blik op de wereld.”