Startpagina Pluimvee

Hogedrukverneveling en padkoeling kunnen staltemperatuur bij vleeskuikens verlagen

Pluimvee is zeer gevoelig voor hittestress. Daarom moet je als pluimveehouder in de zomer steeds alert zijn. Uit de resultaten van het Coolchicks-project bleek dat zowel hogedrukverneveling als padkoeling efficiënte koelsystemen zijn in een vleeskuikenstal. Een tijdige opstart van deze systemen kan de staltemperatuur bovendien consistent lager houden op warme dagen.

Leestijd : 5 min

Het Vlaio-LA traject Coolchicks wil hittestress in de (Vlaamse) pluimveesector reduceren door het ontwikkelen van een voorspellende hittetool, gekoppeld aan een bedrijfsspecifiek hitteactieplan. De combinatie van bestaande en nieuwe kennis moet leiden tot doeltreffende actieplannen. ILVO wil hiermee, samen met het Proefbedrijf Pluimveehouderij, Pehestat (joint venture van pluimveedierenartspraktijken Degudap en Galluvet) en UGent, de gezondheid en het welzijn van pluimvee op warme en hete dagen verzekeren.

Pluimvee lijdt onder hitte

Kippen zijn zeer gevoelig voor hittestress. Dat komt omdat ze geen zweetklieren hebben, omdat ze een isolerend vederkleed rond zich hebben en omdat ze ook zelf extra warmte produceren door hun hoge prestaties. De gevolgen hiervan kunnen nefast zijn; gaande van een daling in voederopname, in productieresultaten, in dierenwelzijn en gezondheid, tot een verminderde kwaliteit van de eindproducten, maar ook (hoge) sterfte in de stal.

Daarom is het cruciaal om de nodige maatregelen te treffen om hittestress bij kippen te voorkomen. Diverse maatregelen zijn mogelijk, zoals aanpassingen aan het voeder en/of toevoeging van additieven aan het drinkwater, aanpassingen aan het management (bezettingsgraad, lichtschema), aan de genetica en/of de stalinrichting. In dit artikel bespreken we de proeven die plaatsvonden op het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel, waarbij hogedrukverneveling of padkoeling als koeltechniek werd ingeschakeld in de vleeskuikenstallen.

Hoe werkt het?

Verneveling en padkoeling werken volgens hetzelfde principe: het verdampen van water. Als water verdampt, onttrekt het warmte aan de lucht, waardoor een koelingseffect veroorzaakt wordt. Bij hogedrukverneveling worden zeer fijne waterdruppeltjes met behulp van nozzles (tuitjes) verspreid in de stal. Het koelend effect van de verneveling is sterk afhankelijk van de dimensionering van het systeem, van de gebruikte druk (in de proef 100 bar) en van de hoeveelheid en plaatsing van de nozzles (vaak aan de inlaat van de ventielen, zoals bij de proef). Bij de padkoeling wordt warme, inkomende lucht over een (cellulose)pakket gestuurd waar water overheen loopt. Ook hier hangt de mate waarin de lucht gekoeld wordt af van de dimensionering van het systeem (dikte en grootte van het pakket waar de lucht door moet).

Tijdens de proeven in het Coolchicks-project werd ook het effect van padkoeling bestudeerd.
Tijdens de proeven in het Coolchicks-project werd ook het effect van padkoeling bestudeerd. - Foto: Proefbedrijf Pluimveehouderij

Balans temperatuur - relatieve vochtigheid

Een aandachtspunt bij deze koeltechnieken is de relatieve vochtigheid (RV) in de stal. Het is immers niet alleen de staltemperatuur die de mate van hittestress bepaalt, maar vooral de combinatie van de staltemperatuur en de RV. Hoe hoger de RV in de stal, hoe moeilijker de kippen het hebben om warmte te verliezen via hijgen.

De temperature humidity index (THI) wordt berekend via een formule die temperatuur en RV combineert. Het is een maat voor de hittestress waaraan de kippen blootgesteld worden op dat moment. Voor vleeskuikens werden bepaalde grenzen opgesteld: is de THI kleiner dan 74, dan ervaren de dieren geen hittestress. Tussen 74 en 79 is er matige hittestress; tussen 79 en 84 zware hittestress en boven 84 lijden de vleeskippen onder extreme hittestress.

Effect verneveling

In een eerste proef met 24.500 vleeskuikens werd het effect van verneveling bestudeerd. In de afdeling mét verneveling kon de staltemperatuur op dagen met een buitentemperatuur van 30 °C tijdens de ‘finisherfase’ (wanneer de kippen zeer gevoelig zijn voor hitte) tot 4 °C lager worden gehouden dan in de afdeling zonder verneveling. Ook het sterftepercentage in de stal lag lager als er wél verneveling aanwezig was (2,97% versus 4,54% zonder verneveling). Bijkomend zagen we dat in de afdelingen met verneveling de RV (en daarmee gepaard ook de THI) steeg. Zoals eerder aangehaald kan dit tot extra problemen leiden, gezien de kippen bij een hogere RV hun warmte moeilijker kwijt kunnen raken via hijgen (waarlangs normaal een groot deel van de warmte wordt afgestaan). Wees dus steeds alert en behoud de juiste balans temperatuur - RV.

In een tweede proef werd bij zo’n 18.500 vleeskuikens gekeken naar het effect van zowel verneveling als padkoeling en werd onderzocht of een vroegere opstart van de systemen meer (of net minder) voordelen oplevert. Zo werd gekozen voor een op-start van de koelsystemen wanneer de streefwaardetemperatuur (die varieert met de leeftijd van de dieren) met (slechts) 3 °C werd overschreden ten opzichte van een latere opstart, waarbij de streefwaardetemperatuur met 6 °C werd overschreden.

Vroegere opstart loont

Beide koelsystemen slaagden erin om de staltemperatuur te reduceren, maar met hoeveel graden precies hangt af van waar de staltemperatuur gemeten wordt. In de uitgevoerde proeven was dit in het midden van de stal en op dierniveau. Daar werd met de gebruikte instellingen (koeling vanaf 6 °C boven de streeftemperatuur, die varieerde van 19,3 °C tot 23,5 °C) een reductie van minstens 1 à 2 °C gezien ten opzichte van de buitentemperatuur (30-34 °C). Mogelijk kan deze reductie groter zijn als de temperatuur gemeten wordt vlakbij het koelsysteem. Het moment waarop de koelsystemen werden opgestart, had ook effect (zie figuur hieronder). Een (eerdere) opstart hield de staltemperatuur consistent lager. Dit effect was vooral merkbaar op warme (maar niet extreem hete) dagen (1 à 3 °C extra koeling op dagen van 25 °C).

Een vroegere opstart (stippellijnen) van zowel padkoeling (groen) als verneveling (blauw) zorgde voor een consistent lagere staltemperatuur dan bij een latere opstart (volle lijnen).
Een vroegere opstart (stippellijnen) van zowel padkoeling (groen) als verneveling (blauw) zorgde voor een consistent lagere staltemperatuur dan bij een latere opstart (volle lijnen). - Bron: ILVO

Besluit

Zowel verneveling als padkoeling blijken voldoende efficiënt te werken als het gaat om het koelen van het stalklimaat in vleeskuikenstallen. Uiteraard hangt veel af van de dimensionering, plaatsing en capaciteit van de systemen die stalafhankelijk zijn. Schenk ook steeds aandacht aan de RV in de stal en laat de THI niet te hoog worden. Bijkomend bleek uit de proeven dat een vroegere op-start bij beide systemen zorgde voor een consistent lagere staltemperatuur.

De resultaten in dit artikel zeggen (nog) niets over het verbruik van beide systemen aan water en energie. Deze cijfers zullen nog worden berekend, want dit zijn uiteraard belangrijke aspecten voor de pluimveehouder. Je kan ze dit najaar raadplegen via www.pluimveeloket.be/coolchicks. Partners in het Coolchicks-project, dat nog loopt tot 30 november 2025, zijn ILVO, Proefbedrijf Pluimveehouderij, Pehestat, UGent en Lanupro, met financiële steun van Vlaio. Vragen of opmerkingen rond dit project kan je sturen naar renee.debaets@ilvo.vlaanderen.be. Meer tips om hittestress bij pluimvee te beperken vind je in dit artikel van ILVO en het Pluimveeloket en hier.

Karolien Langendries (Pluimveeloket), Renée De Baets en Evelyne Delezie (ILVO) en Kris De Baere (Proefbedrijf Pluimveehouderij)

Lees ook in Pluimvee

Vogelgriep op kalkoenenbedrijf in Nederland

Pluimvee Op een kalkoenenbedrijf in de Nederlandse gemeente Putten (provincie Gelderland) werd op 19 maart vogelgriep vastgesteld. Om verspreiding van het virus te voorkomen, worden de zowat 27.000 dieren op de locatie geruimd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Meer artikelen bekijken