De wereld is veranderlijk, de toekomst is onzeker, mensen zijn complex en hun beslissingen ambigu. De groenten in de supermarkt kunnen niet goedkoop genoeg zijn, maar we betalen met plezier superdure olijven uit de delicatessenwinkel. De meeste bedrijven reageren hierop door een tandje bij te steken en meer te proberen produceren met minder. Ik verzeker u: dat is niet de oplossing, niet op globale schaal.”
Dat is wat Rudy Lefèvre, innovatiecoach voor bedrijven, verkondigt bij de opening van de studiedag. Hij raakt daarmee een gevoelige snaar. De landbouwsector is erop gericht om steeds meer te produceren met steeds minder, om een volatiele en veeleisende markt tevreden te stellen. Maar als dat volgens hem niet de oplossing is om een leefbaar landbouwbedrijf uit te baten, wat dan wel?
Wat creëert waarde?
“Innovatief ondernemen, en dan bedoel ik geen post-itje aan de muur, en geen eureka-uitroep. Het is begrijpen wat waarde kan creëren. Een simpel truukje is dit zinnetje: Iemand wil X want Y maar Z. Een voorbeeld: Jonge mensen met een kantoorjob aan de rand van de stad willen op een gezonde manier leven maar ze willen niet lang onderweg zijn of zwetend toekomen. Gewoon ‘elektrische fiets’ roepen helpt je geen stap vooruit”, betoogt Lefèvre. “Melk is een goed product, maar dat staat los van het idee hoe je er geld mee kan verdienen.”
Je hoeft ook niet meteen het perfecte businessplan op te stellen, en daar koppig aan vasthouden. Een idee begint met kleine stappen volgens Lefèvre: “Iedere dag kunnen gewone mensen op gewone dagen speciale dingen in gang zetten. Innoveren is geen projectplanning, het is onderweg leren wat waarde creëert.”
Terugkeren op je stappen
Om dat te leren is het belangrijk om te valideren. Dat betekent het vinden van een signaal in de markt dat bevestigt wat jij denkt. Als dat lukt kun je weer een stapje verder. Maar wat als je dat signaal niet vindt? “Dan ga je een stap terug, en pas je je plan aan. Heel veel bedrijven blijven halsstarrig vasthouden aan een businessplan dat niet meer gevalideerd is. Maar als je telkens valideert haal je het risico drastisch naar beneden.
Melkveehouder Raf Van Mol ontving op zijn bedrijf al eens scholen voor een rondleiding. Hij merkte dat veel ouders interesse toonden om een verjaardagsfeestje te houden op de boerderij. Ze probeerden er eentje uit, later nog eentje en uiteindelijk besloten ze om in de warme maanden elke woensdag en zaterdag een kinderfeestje te organiseren. “Nog voor het eerste feestje zat de hele maand juni al vol”, vertelt hij tevreden. “Wij zijn met kleine stapjes begonnen, door zoveel mogelijk eigen materiaal te gebruiken. Racen met kruiwagens of kampen bouwen met stro en hooi vragen weinig investeringen.”
Cocreatie
In zijn betoog legt Lefèvre veel nadruk op cocreatie en samenwerking. Tijdens een volgende sessie getuigt groententeler Pol Louwagie over de samenwerkingen die hij is aangegaan om zijn rabarber in goed verkopende hoeveproducten om te toveren. “We wilden naast onze confituur ook rabarberpâté, -bier en -pralines. Zelf hadden we daar onvoldoende tijd, machines en knowhow voor”, legt hij uit.
De zoektocht naar geschikte partners ging niet van een leien dakje. “Je moet echt naar mensen toe durven stappen, je idee delen en hun mening vragen. Af en toe voel je gewoon dat het klikt”, stelt hij. “In het begin was ik bang dat mensen onze ideeën zouden stelen. Die angst is onterecht, en dankzij de samenwerking zijn onze ideeën nu tastbaar.”
Waarom verbreden?
Achter de organisatie van deze studiedag zit Nele Dejonckheere, diensthoofd Verbreding en Landbouweducatie van Inagro. In de jaren dat ze met die materie bezig is ontwaarde ze drie grote redenen om te verbreden die leven bij landbouwers. “Ten eerste is er het extra inkomen natuurlijk, maar met enkel een economische drijfveer blijkt het een hele opgave”, begint ze. “Ten tweede geven veel landbouwers aan dat ze sociaal contact missen.”
Ten slotte ziet mevrouw Dejonckheere ook veel idealisme. Landbouwers willen de deuren van hun bedrijf openen voor de wereld, ze willen laten zien waarmee ze bezig zijn. Joris Cambie, een hopteler uit Poperinge die zelf bier brouwt, spreekt van een enorme appreciatie van de consument. “Iets waar de landbouwer van nu weinig van heeft”, merkt hij op. Is dat belangrijk voor hem? “Ho, je slaapt daar goed van”, klinkt het droog.
Op
In Poperinge ligt het hopbedrijf van Joris Cambie. Hij droomde ervan om zelf bier te brouwen van zijn eigen product, maar hoe meer hij zich erin verdiepte, hoe minder hij het zag zitten. Dat keerde pas toen hij vriendschap sloot met een begeesterde hobbybrouwer. Zes jaar geleden startten ze brouwerij De Plukker.
“De brouwerij is een aparte BVBA, en staat helemaal los van mijn bedrijf. Ik moet zeggen dat ik er geen frank meer door heb verdiend. Als je ‘t zuiver financieel bekijkt is dat een totale ramp. Het was niet onze grote doelstelling om veel geld te verdienen. Zolang we onze arbeid juist kunnen verlonen en onze boekhouder tevreden is, zijn we content. ‘t Is constant groeien. Op termijn is het wel de bedoeling om er financieel voordeel uit te halen.”
Intussen geniet Joris Cambie van de groepen die zijn bedrijf en de brouwerij bezoeken. “Ons verhaal kan je proeven. Daar oogst je dankbare reacties mee. ‘Dat is prachtig, wat jullie doen’, hoorde ik overlaatst. Zulke appreciatie, de meeste landbouwers moeten het zonder stellen.” Wat is volgens Joris Cambie het geheim van een goede samenwerking? “Dezelfde visie en doelstellingen delen. En samen doorgedreven kwaliteitscontroles uitvoeren”, knipoogt hij.
Meer info over de brouwerij en het hopbedrijf van Joris Cambie vindt u op
Raf Van Mol, melkveehouder op de Stapkenshoeve in Herenthout, mag je gerust een sociaal dier noemen. Hij geniet er enorm van om mensen rond te leiden op zijn bedrijf. Enthousiaste kinderen op schooluitstapjes komen nu ook hun verjaardagsfeestjes vieren op de boerderij, terwijl volwassenen er zich wagen aan teambuilding, met spelletjes die Raf zelf verzon.
Voor hem is het extra sociaal contact erg belangrijk. “Vroeger kwamen er wel wat boeren bij ons over de vloer, maar dat is sterk verminderd. Ik kan zelf niet van mijn erf komen, maar nu komen de mensen naar mij. Dit sluit perfect aan bij wie ik ben, en dat is nodig want je moet enthousiast en echt overkomen.”
Hij kon een voorzichtige start maken door eerst eens een partijtje of een teambuilding te proberen, en veel eigen materiaal te gebruiken bij de spelletjes. Uiteindelijk moest hij de nodige investeringen doen. “Kleuters hebben voldoende en aangepaste toiletten nodig, je moet je ruimte kunnen verwarmen, wat niet vanzelfsprekend is in een loods.”
Op dit moment legt hij de laatste hand aan een nieuw gebouw, speciaal voor zijn verbredingsactiviteiten. In die nieuwe bouw is ook een ruimte voorzien voor verwerking van zijn melk. “Ik heb de cursus gevolgd, ik heb de ruimte, maar alles samen zou te veel zijn. Misschien moet ik ook op zoek naar samenwerking?”
Naast de investeringen is ook arbeid een knelpunt. Bij de melkveehouderij krijgt hij hulp van zijn vader, de kinderfeestjes vallen onder de verantwoordelijkheden van zijn vrouw. “De drukste periodes vallen natuurlijk samen met de werkzaamheden op het land. En bij het inplannen van de feestjes moet je er rekening mee houden dat er dan kinderen rondlopen op je erf. Dan kunt ge niet met uw tractor werken.”
De grote winst komt nu nog niet, weet ook Raf, maar spijt heeft hij niet. “Een goed plan vandaag is beter dan een perfect plan morgen. Soms moet je er gewoon aan beginnen”, besluit hij. Meer over Loei Dolle Pret kunt u lezen op
Rabarberhoeve Het Warandehof
Op Het Warandehof in de buurt van Ieper teelt Pol Louwagie vollegrondsgroenten en heel veel rabarber. Hij geeft er ook rondleidingen en er is een hoevewinkel. Daar verkoopt hij onder meer rabarberconfituur, -pâté, -bier en -pralines, die in samenwerking met andere partners tot stand zijn gekomen.
De focus van het bedrijf ligt op rabarber, die producten horen bij het verhaal van de hoeve, aldus Pol Louwagie. “Het is nooit onze bedoeling geweest groot geld te gaan verdienen met onze rabarberproducten. Landbouw is ons hoofdinkomen. Tot hiertoe hebben deze projecten steeds onze verwachtingen overtroffen.”
Een aantal jaren geleden hoopte hij met enkele collega’s een coöperatieve hoevewinkel op te richten. “Door aanslepende problemen met ruimtelijke ordening is de spirit eruit gegaan.” Het gaat niet altijd goed. Hij geeft dan ook de raad om ervoor te zorgen dat zo’n nevenactiviteit nooit van vitaal belang is voor de financiën van het bedrijf.
Wat samenwerking betreft adviseert hij om altijd eerlijk te zijn. “Als één iemand zich in ‘t zak gezet voelt, is ‘t rap gedaan.” Op